Vak Wieldrecht

Het vak Wieldrecht was het vak dat door de troepen van Groep Kil ten oosten van de Kil werd bezet. Het was opgedeeld in drie compagniesvakken, te weten Wieldrecht West, Midden en Oost. De drie sectoren worden ieder afzonderlijk beschouwd.

Vak Wieldrecht-West

Het vak Wieldrecht-West werd gevormd door de zone die men kan vatten onder de noemer “de zuidelijke uitloper van het Eiland van Dordrecht”, waarbij het zwaartepunt lag bij de landhoofden van de beide Moerdijkbruggen.

Willemsdorp

In dit vak lagen twee rivierkazematten type B [kanon van 5 no.2 en een zware mitrailleur], de Willemsdorp I en Willemsdorp II. Bovendien lag er een VIS mitrailleur kazemat, genaamd Hollands Diep II. Deze had een kruisend schootsveld met VIS mitrailleur kazemat, genaamd Hollands Diep I, die op de westoever van de Kil was gebouwd. Bovendien waren twee zware mitrailleur kazematten geconstrueerd aan weerszijde van de verkeersbrug in de brugpijler ter hoogte van de een pier, 500 meter van de noordoever. Deze constructie werd in nieuwbouw bruggen vaker toegepast, zoals bij Vianen, Alblasserdam en de Dordtse verkeersbrug.

De troepen in dit (deel)vak werden gecommandeerd door reserve kapitein W.F.M. Popelier. Hij had troepen onder zich ter sterkte van ongeveer twee-en-halve compagnie. Als eerste 1-I-28RI [C. elt F.N. Maas], het zogenaamde Dekkingsdetachement Willemsdorp [twee secties van I-41RI, tweederde sectie MC-3GB], een sectie 11MC [C. dpl sgt Pardoel] en twee secties [1e en 3e sectie] MC-I-28RI. Daarbij was ook nog een groep van de Politietroepen ingedeeld die de rivierkazematten bemanden, en een speciale eenheid die de vaartuigen bemande. De laatste twee onderdelen werden tot het Dekkingsdetachement gerekend. Tenslotte was een peloton luchtdoelmitrailleurs van de Kring Rotterdam/Den Haag aanwezig met vier zware mitrailleurs M.25 [Spandau]: 84 PelLuMi.

kazematten Moerdijk

1-I-28RI, de beide secties van I-41RI en de secties MC-I-28RI bezetten de semi-permanente veldversterkingen langs de noordoever van het Hollands Diep tussen de Kil en Prinsenheuvel, een circa vier kilometer lange linie, en hadden daartoe als extra dekking per groep een zogenaamde pyramide schuilplaatskazemat. De twee secties zware mitrailleurs [in totaal slechts drie machingeweren] werden in de nacht van 9 mei echter in posities op en langs de autoweg geplaatst. Zware mitrailleur kazemat Hollands Diep II aan het spoor [direct aan het landhoofd] werd ook door hen bemand. Bovendien had de MC een wapen op de weg geplaatst als piket in geval van de hoogste paraatheid.

kazematten De Engel

Ongeveer ter hoogte van de B-type kazemat bij het spoor, waren noordwaarts langs een semi-verharde weg [De Engel] een drietal pyramides gebouwd. Ook deze waren bezet door de bovengenoemde eenheden.

De manschappen van de Politietroepen bedienden de kanonnen in kazemat Willemsdorp II bij de verkeersbrug, en Willemsdorp I landinwaarts bij het spoor. De mitrailleurs in deze kazematten werden bediend door de mitrailleur sectie van 3 GB [sectie was ter grootte van twee bedieningen].

De sectie van 11MC was bedoeld om mitrailleurs in de twee zware mitrailleur kazematten die aan weerszijde van de verkeersbrug waren gebouwd, op de [dwars op de brug geconstrueerde] pier. Aangezien 11MC echter niet over M.08 Schwartzlose mitrailleurs maar over M.18 Vickers mitrailleurs beschikte pasten de wapens niet op de affuiten van de kazematten en waren de afstandmeters ongeschikt. Desondanks werden de kazematten bezet.

Het specialistische onderdeel getiteld “Detachement VLK Vaartuigendienst Willemsdorp” [C. elt Westerman] behoorde tot het Dekkingsdetachement. Zij verzorgden de bewaking op het water, en het voetveer tussen Willemsdorp en Brugzicht [Hoekse Waard]. Twee wachtschepen [motorbootjes] met ieder een M.18 [Vickers] zware mitrailleur lagen aan weerszijde van de bruggen. Daarnaast beschikte de eenheid over nog twee M.18 mitrailleurs die in het kamp Willemsdorp opgeslagen waren. De exacte sterkte van de eenheid is onbekend. Ze is opgenomen in de vastgestelde sterkte van het Dekkingsdetachement.

Voor een duidelijk overzicht van de kazematbezetting [24 uur bezet] onderstaande opsomming:

Kazemat Onderdeel
Willemsdorp I landinwaarts aan het spoor, K+M Pol tr / MC-3GB
Willemsdorp II, landhoofd bij verkeersbrug, K+M Pol tr / MC-3GB
Hollands Diep II landhoofd bij spoor, M MC-I-28RI
Mitrailleurkazematten op pier, M 11 MC

Het barakkenkamp aan de oevers van de Kil, zo’n 500 meter ten noorden van de verkeersbrug, was de huisvesting voor een deel van 1-I-28RI, 11MC, MC-3GB en vrijwel het gehele Dekkingsdetachement. De resterende secties van 1-I-28RI waren in twee boerderijen in de omgeving ondergebracht. De Politietroepen hadden een eigen huis net ten noorden van het kamp als onderkomen.

De personeelssterkte van de onderdelen zag er als onderstaand weergegeven uit.

1-I-28RI had een organieke sterkte van 184 man, maar bestond in feite slechts uit 162 man. MC-I-28RI had een organieke bezetting van 150 man, maar slechts 132 man waren feitelijk aanwezig bij dit onderdeel. Hiervan waren vermoedelijk circa 60 man in het vak aanwezig.

Het detachement van 11MC in het vak was vermoedelijk circa 35 man sterk. Exacte sterkecijfers ontbreken van deze sectie.

Het Dekkingsdetachement Willemsdorp had 207 man in de sterkte volgens gegevens van Groep Kil. Dit werd gevormd door een kleine staf, een sectie van MC-3GB, het detachement Vaartuigendienst positie Willemsdorp, een groep Politietroepen en twee secties I-41RI. Het getal van 207 man is echter vrijwel zeker een gevolg van dubbeltellingen. De auteur komt tot een benaderd cijfer van maximaal 135 man [opbouw: kleine sectie MC-3GB: 25 man; detachement VED: 25 man; groep Politietroepen: 25 man; twee secties I-41RI: 60 man].

In een opsomming ziet e.e.a. er als volgt uit:

Eenheid Manschappen
1-I-28RI 162 man
2 sc MC-I-28RI 60 man
sie 11 MC 35 man
Det W'dorp 135 man

Bovenstaande levert een totaal aan bezetting van het vak op van 392 man. Daar komen dan nog de 20 man bij van 84 PelLuMi.

In het vak was een aantal betonnen kazematten aanwezig naast de reeds besproken brugverdediging. Dit waren allen groepsschuilplaatsen [pyramides] en deze waren vrijwel allemaal langs de zuidoostelijke dijk gelegen. Een paar verspreide betonnen schuilplaatsen rondom verdedigde kruispunten vond men langs de spoor- en verkeersweg [die naar het noorden leiden]. De verdediging was geheel ingericht naar het zuiden / zuidoosten. Slechts enkele mitrailleurpiketten waren noordwaarts gericht, geconcentreerd langs de wegen.

Bij de bruggen en in de stellingen werden diverse continue piket- en wachtdiensten gedraaid. Het gros der troepen was echter buiten normale diensturen in en om het barakkenkamp geconcentreerd. Veiligheidsbezettingen in de kazematten rondom de bruggen waren permanent aanwezig en in staat direct vuur uit te brengen met de machinegeweren.

Langs de dijk was aan de oeverzijde ook nog een enkeldraadse draadversperring aangebracht. De grienden die vooral voor het zuidoostelijke deel van het Eiland voorkwamen waren niet verdedigd. Ze waren ook nauwelijks begaanbaar.

De anderhalve kilometer lange Moerdijkbruggen waren voor springen voorbereid, maar de slagsnoeren tussen het landhoofd en de rivierkazematten [waar de ontsteking moest geschieden] ontbraken. Dat was opzet van de OLZ. Men was in Den Haag bang geweest dat de cruciale oeververbinding te snel zou kunnen worden opgeblazen in geval van crisis. Aangezien de Moerdijkbruggen volgens de planning de Lichte Divisie vanuit Brabant binnen de Vesting Holland zouden moeten brengen, wilde men geen premature vernietiging riskeren. De bruggen mochten alleen op direct bevel van de OLZ worden vernietigd. Daartoe diende men dan eerst de verbindingssnoeren te leggen tussen de kazematten en de bruggen. Die lagen in de rivierkazematten opgeslagen. Daar lag ook een reservevoorraad van 1,250 kg springstof opgeslagen. De ladingen zelf waren in speciale compartimenten onder de brugbogen aangebracht. Men kon daar slechts bij via speciale luiken in de constructie.

De spoorbrug was aan het noordelijk landhoofd voorzien van een stalen hek, dat over het spoor gezet kon worden. Een aspergeversperring kon bij de verkeersbrug worden ingebracht. Deze versperring was een permanente versperring die na gesteld te zijn alleen door sloop kon worden verwijderd. Beide voorzieningen vielen dan ook eveneens onder een verlof van de OLZ.

De artillerie die ter beschikking zou kunnen staan werd gevormd door de twee onderdelen op het Eiland van Dordt [I-17RA en III-14RA] en de vijf batterijen van 23RA in de Hoekse Waard. Ook konden de twaalf stukken van 25AA bij een kleine kaarthoekcorrectie [mogelijk zonder stellingswisseling] Willemsdorp dekken. Dat was een zeer adequate artilleristische ondersteuning. Daarbij dient te worden opgemerkt dat die dekking niet was voorzien. De artillerie stond [evident] ingesteld op vuursteun ten zuiden van het Hollands Diep.

Vak Wieldrecht-Midden en Oost

Het gehele vak Wieldrecht viel onder commando van de commandant van I-28RI, de reserve majoor C.W.E. van Hoek. Deze hield zijn commandpost in Amstelwijck [oude Villa Amstelwijk]. Hij had een gecombineerde staf ter beschikking, waarbij zijn bataljonsstaf was uitgebreid met noodzakelijke ondersteunende eenheden. Dit geheel bestond uit 82 man. Hij voerde het commando over alle onderdelen in Vak Wieldrecht, waaronder dus ook de troepen in Vak West [Willemsdorp]. Naast de troepen in dat laatste vak vielen hieronder de twee resterende compagnieën van het bataljon, twee secties MC-I-28RI [iedere sectie met twee zware mitrailleurs] en een sectie mortieren van 28RI [sie 28 C.Mr; met twee mortieren van 8].

Amstelwijck

De vakcommandant had zijn commandopost ingericht tussen Wieldrecht en Amstelwijck, langs [west van] de autoweg Moerdijk – Dordrecht. Deze locatie was voorzien van drie schuilplaatskazematten [pyramides] die tevens werden gebruikt als CP kwartieren. Twee zware mitrailleurs waren bij de kazematten geplaatst als perimeterbeveiling. Omdat de CP vlakbij de oude rijksweg was gesitueerd had men een aftakking van de PTT grondkabel [hoofdverbinding] kunnen maken naar de kazematten. Hierdoor had men via de zinker onder de Kil door een goede ondergrondse kabelverbinding met Puttershoek [Groep Kil]. Met de compagnieën in het veld waren enkele veldkabelverbindingen. Echter, enkele eenheden waren niet in of bij hun kwartieren gelegerd, deels omdat deze nog niet gereed waren. Deze onderdelen waren dan ook afhankelijk van vooral fysieke informatieoverdracht.

De artillerie in het vak, bestaande uit III-14RA [C. Kapt J. Mulder] en I-17RA, viel niet direct onder de Vak Commandant, maar onder de Groeps Artillerie Commandant [GrAC, luitenant-kolonel T. Ziedses des Plantes] die op het Eiland van Dordrecht werd vertegenwoordigd door de commandant Artillerie Groep Prinsenheuvel [AGP, majoor Haarman], die kwartier had bij de CP te Wieldrecht.

De dislocatie van troepen in de zones midden en oost was al volgt. 2-I-28RI [C. kapt. Der Grenadier C.P. de Vries] was tesamen met de 2e sectie MC-I-28RI geplaatst in stellingen langs de Noorderelsdijk. Dit was de dijk die liep tussen de zuidelijke grient en de Nieuwe Merwede ten oosten van het Eiland. Een aanzienlijk aantal bovengrondse veldversterkingen was hier opgetrokken uit grond en hout. Ten noordwesten van deze posities – in het hart van het Eiland aan de Zeedijk – stonden de drie batterijen 12-lang staal opgesteld van III-14RA. Hun posities waren nog niet gereed.

Ten westen van Bovenhoek [zuidelijk van Dubbeldam] was 3-I-28RI [C. kapt. Bolle] geplaatst. Deze eenheid werd ondersteund door de sectie mortieren en een sectie van MC-I-28RI.

I-17RA stond met beide batterijen 7-veld aan de Nieuwe Beerdijk, ten zuiden van Tweede Tol. Hun posities waren nog niet gereed.

De pioniers van 14.C.Pn [C. res. Kapt W. Mantel] hadden een aparte taak in het vak van Groep Kil. Omdat zij in het vak Wieldrecht waren gestationeerd worden ze hier besproken. Zij vielen als enige eenheid op het Eiland van Dordrecht echter rechtstreeks onder de C.Gr.Kil. De compagnie was slecht bezet. Het bestond uit slechts drie secties. De sterkte was ongeveer 220 man, maar onbekend of zij wel allen in de school in Dordrecht waren ondergebracht of ook elders in het brigadevak waren. Ze waren immers vooral bij stellingbouw betrokken. Op 9 mei in de avond was de compagnie gelegerd in een schoolgebouw aan de noordoostelijke zijde van de Zeehaven te Dordrecht. De Zeehaven lag een paar honderd meter zuidelijk van de bruggen over de Oude Maas. De compagnie was vooral belast met het fabriceren van semi-permanente veldversterkingen voor de Groep Kil op het Eiland van Dordrecht.

Samengevat komt de sterkte van Vak Wieldrecht Midden en Oost op onderstaand totaal uit.

Eenheid Manschappen
Staf I-28RI 82 man
2-I-28RI 165 man
3-I-28RI 186 man
2 sc MC-I-28RI 60 man
Sie Mr 28RI 20 man
III-14RA 257 man
I-17RA 353 man
14 C.Pn 220 man
Totaal 1.343 man