Introductie

Dordrecht en het Zuidfront Vesting Holland 

wegwijzer naar het zuidfront

Dordt Open Stad was indertijd een initiatief dat ontstond uit een samenwerking tussen de Stichting de Greb en de zoon van Jan van der Vorm uit Dordrecht, Jens van der Vorm-de Rijke. Het werd als het ware een franchise van de inmiddels vrij breed bekende Stichting de Greb en Stichting Kennispunt Mei 1940 formats (1). Inhoudelijk hebben de stichtingen overigens niet aan de site Dordt Open Stad bijgedragen, op een enkel informatief addendum na. De inhoud van de website Dordt Open Stad geeft immers de auteursrechtelijke producten van wijlen Jan van der Vorm weer.

(1) Zie ook de websites http://waroverholland.nl (Engelstalig), http://www.kennispunt-mei1940.nl en http://www.maaslinie-mei1940.nl

Wijlen Jan vd Vorm heeft na de tweede wereldoorlog een schat aan informatie verzameld over met name de strijd in Dordrecht tijdens de meidagen 1940. Uit zijn bijzonder uitgebreide onderzoeken, vele persoonlijke contacten met veteranen [aan beide zijde van de lijn] en zijn zorgvuldige analyses van krijgssituaties is een dossier ontstaan dat een schat aan nooit gepubliceerde informatie bevat over specifiek de strijd in Dordrecht. Na het overlijden van Jan vd Vorm heeft zijn zoon Jens vd Vorm - de Rijke - eveneens woonachtig in Dordrecht - het dossier van zijn vader in handen van auteur dezes [Allert Goossens van Stichting Kennispunt mei 1940] gegeven voor gebruik bij de onderzoekingen die auteurs dezes verricht naar de gebeurtenissen tijdens de meidagen in 1940 in ons land. Tragisch is het dat inmiddels - op 9 oktober 2010 - ook Jens van der Vorm-de Rijke overleden is, veel te vroeg. Desalniettemin zal de nalatenschap van beide Van der Vorm telgen een substantiele bronnenbasis blijven voor de beschrijving van de gevechten en gebeurtenissen in Dordrecht.

Allert Goossens van Stichting Kennispunt mei 1940 [zie ook 'de auteur'] was eerder al begonnen met een eigen studie naar de gebeurtenissen aan het zuidfront van de vesting-holland. Toen het dossier van wijlen Jan vd Vorm daarbij werd aangereikt aan hem, ontstond een luxe situatie waarbij de studie ten aanzien van het Dordtse deel een onvoorziene vlucht kon nemen.

Auteur had voorts acht jaar lang sterke betrokkenheid bij de zeer bekende website www.grebbeberg.nl en is auteur en beheerder van de Engelstalige website www.waroverholland.nl dat met name bedoeld is om buitenlanders, vooral hen met Nederlandse wortels, te introduceren aan de krijgsgeschiedenis die ziet op de periode van de meidagen in 1940 en aanloop. Sinds begin 2010 is daar de nieuwste website van Stichting Kennispunt mei 1940 bijgekomen, die over de strijd aan de Maaslinie gaat.

Wat was het Zuidfront Vesting Holland eigenlijk?

Het Zuidfront Vesting Holland was de zuidelijke sector tussen het West-front en het Oost-front [oost van de Merwede] van de Vesting Holland. Het gezagsgebied omvatte de 'eilanden' Voorne-Putten, Beijerland [Hoekse Waard], Eiland van Dordrecht en Goeree Overflakkee, alsmede de gemeenten Sliedrecht, Papendrecht, Hendrik Ido Ambacht, Zwijndrecht, Willemstad, Klundert, Zevenbergen en Hooge- en Lage Zwaluwe. Het eiland IJsselmonde viel er dus niet onder en ook Rotterdam en Hoek van Holland [Westfront] vielen er formeel buiten.

Oorspronkelijk was het Zuidfront Vesting Holland opgedeeld in twee stellingzones: de Stelling van de monden van de Maas en het Haringvliet en de Stelling van het Hollandsch Diep en het Volkerak. De frontlijn liep van het Haringvliet in het westen, via het Hollands Diep naar de Nieuwe Merwede bij Kop van 't Land.

Omdat het Zuidfront Vesting-Holland in mei 1940 prominent en vanaf het eerste tot het laatste uur in de frontlijn zou komen te liggen, en omdat het doelwit werd van een groots opgezette luchtlanding door de Duitsers die ook Rotterdam als doelwit had, wordt het Zuidfront Vesting-Holland voor de bespreking van de gebeurtenissen op deze website uitgebreid met het Eiland van Ysselmonde, de gebeurtenissen langs de Nieuwe Maas in Rotterdam en de Positie Hoek van Holland.

Daarmee wordt het Zuidfront thematisch hergedefinieerd als het gebied dat grofweg lag in het kwadrant Noordzee (westen) - Nieuwe Waterweg / Nieuwe Maas (noord) - Alblasserwaard / Eiland van Dordrecht (oost) en Haringvliet/Hollands Diep (zuid).

Geschiedenis zuidfront tot op heden

De bijzonder aangrijpende en voorname gebeurtenissen aan het zuidfront van Vesting Holland hebben slechts zeer beperkt de aandacht gekregen in de krijgshistorische werken, die tot op heden zijn gepubliceerd.

Het kan als een somber beeld overkomen, maar een evaluatie van de meest bekende boeken over de meidagen, of nog specifieker, over de luchtlandingen in het westen des lands, bieden weinig werkelijke kwaliteit. Er wordt weliswaar op hoofdlijnen juist - soms aansprekend - beschreven, maar de wetenschappelijke waarde is beperkt. Wat vooral opvalt is dat men elkaar napraat, wat epidemische fouten tot gevolg heeft (gehad). Kwalijk, want daardoor worden lezers stelselmatig met dezelfde onwaarheid of onzuiverheid geconfronteerd. Daarnaast is na de jaren zestig nauwelijks aanvullend onderzoek gedaan.

Het Stafwerk dat de gebeurtenissen aan het zuidfront behandelt, en dat vooral is geschreven door Michael Calmeijer i.s.m. de bekende krijgshistorisch onderzoeker generaal-majoor b.d. Nierstrasz, is zo mogelijk het best beschrijvende en meest gedetailleerde deel van de krijgskundig-historische 'Groene Serie'. Calmeijer was zelf chef-staf van de Groep Kil tijdens de meidagen in 1940 en daarmee een terzake goed ingevoerd auteur. Dat dit ook bezwaarlijk was voor zijn onbevooroordeeldheid zij gezegd, maar het betreffende stafwerkdeel biedt opmerkelijk gedetailleerde informatie, zeker vergeleken met de overige delen uit de 'Groene Serie'. Daarentegen is het stafwerk sterk gedateerd en daarom evident aan revisie toe. Het stafwerkdeel 'Rotterdam' is beduidend minder goed geschreven en veel minder informatief. Mede daardoor kwalitatief van aanzienlijk mindere kwaliteit.

Daarnaast heeft de bekende populaire auteur E.H. Brongers een verdienstelijk werk afgeleverd met zijn 'Opmars naar Rotterdam'. Zo mogelijk zelfs zijn beste werk. Dat werk is echter in populaire stijl geschreven en krijgshistorisch op vele aspecten selectief, onbetrouwbaar of onzuiver. Met deze besproken publicaties is echter de koek op als we gedetailleerde Nederlandstalige werken over het zuidfront beschouwen. Het gros van andere gepubliceerde werken was sterk thematisch ingericht en/of van dubieuze (krijgshistorische) kwaliteit. Met name over Rotterdam werden veel boeken geschreven, waarvan een deel kwalitatief goed was, een ander deel echter bepaald minder van kwaliteit. In de content zal regelmatig naar deze werken worden verwezen.

Het door het NIMH als standaardwerk gepretendeerde 'Mei 1940 - Strijd op Nederlands grondgebied' [1990-2005] is kwalitatief bedroevend als wetenschappelijk werk, hoewel de auteurs en redactie menen dat het werk gestoeld is op de meest recente wetenschappelijke vruchten. Daarvan is geen sprake. Het is vooral oude wijn in nieuwe zakken en op veel aspecten onzuiver, onwaar of ronduit misleidend. Dat het NIMH dit werk zelf tot standaardwerk heeft uitgeroepen, zegt veel over het gebrek aan kwaliteit dat men nastreeft. Het boek (2e druk, 2005) is het meest recente werk dat het zuidfront tamelijk prominent behandelt, maar is als bron niet of nauwelijks gebruikt. Dat is enerzijds logisch - de primaire onderliggende bronnen waaruit het werd samengesteld zijn allen ook bij auteur dezes voorhanden - maar anderzijds ook in indicatie van het gebrek aan intrinsieke kwaliteit van het boek.

De bekende auteur (wijlen) Frans Beekman publiceerde - deels in samenwerking met Franz Kurowski - eveneens een tweetal boeken waarin het Zuidfront Vesting-Holland een grote rol speelt. 'Sturmangriff aus der Luft' en 'Kampf um die Festung Holland'. Beide boeken zijn redelijk informatief, maar overstijgen qua waarde het werk van Brongers bepaald niet. Er staan voorts enige opmerkelijke grove geschiedkundige fouten in. Beekman zijn Nederlandstalige 'De schorpioen slaat toe' voegt ook niets aan waarde toe in relatie tot voorgaande Duitstalige boeken, wat logisch is. Bovendien zijn de boeken qua onderliggend bron- en studiewerk bepaald niet sterk opgebouwd. Ze zijn grotendeels gebaseerd op dezelfde gedateerde bronnen als het stafwerk. 

Ander internationaal werk, zoals bijvoorbeeld 'German airborne divisions' van (wijlen) Bruce Quarrie en de diverse Duitse werken die over de strijd zijn geschreven, zijn vaak ronduit armoedig van kwaliteit. Quarries werkstuk - recent in 2004 nog eens heruitgegeven - is een goudmijn aan desinformatie en historisch gezien geen cent waard. Zoals Britse auteurs en 'onderzoekers' sowieso kwaliteitsarm werk leveren over gebeurtenissen die op Nederlands grondgebied plaatsvonden in mei 1940. Kurowski - die naast samenwerking met Beekman ook solo over mei 1940 publiceerde (als onderdeel van een groter geheel) - leverde evenzo tendentieus slecht en zeer incompleet werk af. Niet vreemd, daar men in Duitsland voor de strijd in Nederland nooit erg veel interesse had en Kurowski alles behalve bekend staat als een ware historicus, die zels in Duitse kringen eerder als 'broodschrijver' dan als 'deskundige' te boek staat. Bovendien prevaleerde de Slag om Frankrijk in internationale aandacht als het op de beschreven episode van de oorlog aankomt. Die slag om Frankrijk is wél in een aantal recent uitgegeven Duitse boeken uitstekend weergegeven, zoals de werkstukken van Karl-Heinz Frieser, met name 'Blitzkrieg Legende', waarin terecht hard wordt afgerekend met de talloze hardnekkige mythes rondom Duitsland's vermeende absolute superioriteit en onzuiverheden over de strategie in mei en juni 1940. In Friesers navolging wisten ook enige 'Geallieerde' schrijvers uitstekend nieuwe werken te produceren over de Slag om Frankrijk van 1940, zoals Ernst May ['Strange Victory'], Hugh Sebag-Montefiore ['Dunkirk'] en Julian Jackson ['The Fall of France']. In al deze werken figureert het Nederlands theater echter, of wordt (Jackson) in het geheel niet behandeld.  

Er is auteur dezes slechts één buitenlands werkstuk bekend dat t.a.v. de bespreking van mei 1940 aan het Zuidfront waarde heeft. Dat is het in 2006 verschenen boek van Karl-Heinz Golla 'Die Deutsche Fallschirmtruppe 1936-1941'. Met deze Duitse auteur is de afgelopen jaren een zeer hechte band en samenwerking ontstaan, die beide partijen een stuk verder heeft gebracht. Golla heeft inmiddels (juli 2009) naar aanleiding van de gezamelijke onderzoeken en enkele bijstellingen over Kreta zelfs een volledig herziene tweede druk voorbereid, die zijn uitgever bereid is uit te brengen in vermoedelijk 2011. Bovendien werkt hij op basis van die herschrijving aan een Engelstalige versie voor de Amerikaanse markt. Het gros der herzieningen ziet op het grote deel van zijn boek dat Nederland behandelt. Bemoedigend dat door de samenwerking tussen auteur dezes en de Duitse auteur Golla zodoende eindelijk ook in Duitsland een betrouwbaar boek zal verschijnen over de gebeurtenissen in het Nederlandse theater. Hoewel de aandacht van Golla zich - uit de aard der zaak - wel vooral op de parachutisten concentreert en die van auteur dezes op het integrale plaatje.

Het Zuidfront mag verder alleen op fragmentarische aandacht rekenen en een echt alles omvattend werk over het geheel, met een frisse en wetenschappelijke benadering van de materie, ontbreekt tot op heden. Zeker als het Zuidfront in een context van een groter geheel - het Fall Gelb invasieplan en de ontwikkeling van dat plan tijdens de strijd - wordt gezet. In feite kan men stellen dat het beeld dat al sinds de Generale Staf onderzoekers Van Hilten, Calmeijer, Wilson en Nierstrasz bestaat nooit werkelijk is verfijnd of grondig heronderzocht in de decennia nadien. Althans, als het de integrale beschouwing van het Zuidfront Vesting Holland betreft.

Het ontbreken van een dergelijk document noopte Allert Goossens in 2004 om zijn aandacht te vestigen op deze lacune. Zoals gezegd was de aanreiking van het onderzoeksdossier van wijlen Jan vd Vorm eind 2005 een verrijking voor de wetenschap rond de gebeurtenissen in de stad Dordrecht, dat in veel opzichten een spilfunctie had bij de strijd op het Zuidfront. Daarnaast is inmiddels bijzonder veel veldonderzoek verricht op de locaties zelf, zoals bij Moerdijk, Willemstad, Hoekse Waard, Hoek van Holland en het Eiland van Dordt. Uitvoerige brononderzoeken zijn en worden verricht in particuliere kring en de diverse Nederlandse, Amerikaanse en Duitse archieven, krijgshistorische verslagen, briefwisselingen en vele boekwerken en overige informatiebronnen zijn en worden verzameld, bestudeerd, geanalyseerd en verwerkt. Dit proces leidt tot een gefaseerde verwerking in een krijgshistorisch document op deze website waarbij tenslotte het gehele krijgsverloop op het Zuidfront Vesting Holland nauwkeurig zal worden gereconstrueerd. Dat dit onderzoek veelomvattend is en daardoor vele jaren in beslag zal nemen, zal vermoedelijk duidelijk zijn.

Open source

Gedurende de ontwikkeling van deze website is door diverse personen en zelfs een universiteit de vraag voorgelegd waarom er gekozen is voor internetpublicatie en niet voor een gedrukt werkstuk, eventueel in combinatie met een promotieonderzoek. De reden is eenvoudig te geven.

Het voordeel van een internet-based open source publicatie is dat nieuwe inzichten snel kunnen worden verwerkt, dat fouten of omissies eenvoudig kunnen worden hersteld en dat uitbreiding met relevante of curieuze 'nieuwe' informatie relatief eenvoudig is. Dat is wat anders dan een boek uitgeven waarop errata en herziene drukken moeten worden uitgegeven om de 'laatste stand van zaken' weer te kunnen geven. Bovendien heeft internet het voordeel dat de geinteresseerde lezer volkomen wordt gefaciliteerd. Het is gratis toegankelijk, eenvoudig vindbaar, uit te printen (als dat gewenst wordt) en men kan eenvoudig met de auteur corresponderen indien daartoe aanleiding wordt gevoeld. 

Nadeel van de open source publicatie is dat bezoekers/lezers die hoofdstukken uitprinten na enige tijd kunnen ervaren dat wijzigingen zijn aangebracht in de tekst en hun print verouderd is. Tijdens het onderzoek blijkt telkens weer dat opeens nieuwe informatie opduikt of dat door analyses bepaalde gebeurtenissen toch in een andere context dienen te worden geplaatst. Soms is er gewoon sprake van herstel van fouten (gemaakt door auteur) of aanvullingen. Er wordt getracht wijzigingen overigens op het auteursblog bij te houden en langere tijd inzichtelijk te houden, zodat de bezoeker bij kan houden wat is gewijzigd.

Voortschrijdend inzicht is inherent aan een doorlopend grondig onderzoek en bovendien een gevolg van wetenschap bedrijven of een wetenschappelijke manier van werken nastreven. De soms gehoorde kritiek dat wijzigingen betekenen dat je in eerste instantie het kennelijk niet voldoende of goed genoeg hebt onderzocht - door sommige criticasters aan het adres van auteur dezes aldus geponeerd - werpt de auteur verre van zich. Hoewel er beslist al een aantal keer door auteur dezes is vastgesteld dat bepaalde zaken inderdaad in eerste instantie (door hem) beter hadden moeten worden onderzocht of kritischer hadden moeten worden geanalyseerd, is een eerste vereiste van wetenschap bedrijven, het open staan voor andere, nieuwe of betere inzichten. Daarmee wordt men als onderzoeker natuurlijk kwetsbaar, maar het onderwerp van onderzoek is slechts gebaat bij een open geest en niet een zelfgenoegzame benadering van de materie. Het is de kunst om als gespecialiseerd onderzoeker, met een groeiende kennisbasis, open te blijven staan voor afwijkende inzichten. Uiteraard dienen die inzichten wel te bestaan uit goed doorwrochte of onderbouwde argumenten, wat helaas vaak niet het geval is. Anderzijds biedt de geschiedenis van de onderhavige website inmiddels tientallen voorbeelden van door derden aangedragen (noodzakelijke) wijzigingen. In die zin is het getoonde product allang niet meer van auteur dezes alleen. 

Bronnen en wetenschappelijke waarde

De beschouwing die volgt is ingericht als een populair-wetenschappelijke productie. Het is in die zin populair, dat taalgebruik en beschrijving niet noodzakelijkerwijs volledig wetenschappelijk zijn. Bovendien is ter bevordering van de leesbaarheid gekozen om niet bij iedere beschrijving, opsomming van feiten en getal of waarde een wetenschappelijke verwijzing aan te brengen. Daarentegen is het wetenschappelijke aspect dat vrijwel ieder feit dat wordt beschreven te onderbouwen is met directe bronnen en/of aanwijzingen uit bronnen [bron conclusies] en dit middels verwijzing in de tekst is te relateren aan de brontitels. Als het gaat om kwesties waar de bronnen prominent van belang zijn, wordt geciteerd of een open traceerbare vergelijking gemaakt in de beschrijvende content. De bronnen zijn dan ook opvraagbaar voor hen die erin zijn geinteresseerd. Een groot aantal bronverwijzingen is dus toegevoegd vanuit een genummerde bronneninventaris.

Er is nadrukkelijk gekozen voor een wetenschappelijk benadering van gebeurtenissen, waarbij gestreefd wordt naar balans en evenwicht. Zodoende geen beschouwing vanuit een enkele hoek of partij, maar een zo empirisch mogelijke benadering van de gebeurtenissen. Subjectieve kwalificaties, oneigenlijke sentimenten en persoonlijke oordelen zijn daar waar mogelijk nadrukkelijk vermeden, tenzij een sectie uitdrukkelijk op basis van een analyse, beschouwing of conclusie van de auteur is geschreven. Als dit zo is dan wordt dit duidelijk vermeld bij de aanhef van zo'n sectie. Gestreefd is voorts naar 'gelijkrichting' van zaken en het filteren van subjectiviteiten, onzuiverheden en vooringenomenheid in bronnen en overige onderliggers. Argumenten die worden gebruikt voor analyses, conclusies of theses worden gepresenteerd met de 'voors en tegens', daar waar het onderwerp het toelaat of vereist, met zodanige presentatie dat de lezer zelf afwijkend kan concluderen op basis van het gepresenteerde.

De bronnen die voornamelijk zijn gebruikt zijn officiële krijgsverslagen, correspondenties met hoofdrolspelers, officiële geschiedschrijving, (betrouwbare) publicaties en studies en Duitse en Nederlandse archiefstukken. Het overgrote deel van de bronnen is contemporain, ofwel ontsproten in de beschreven periode of er vlak na. Die bronnen zijn voor een deel reeds bekend, en waren ook onderleggers voor bijvoorbeeld de Groene Serie [Stafwerk], het oeuvre van Lou de Jong en de werkstukken van Eppo Brongers. Deze bronnen zijn buitengewoon waardevol, maar tegelijkertijd valt op dat hoewel er een overdaad aan Nederlandse krijgsverslagen is t.a.v. sommige gebeurtenissen c.q. locaties, deze bronnen vaak heel weinig feitelijke en/of betrouwbare informatie bevatten. Wat aan Nederlandse bronnen bijzonder opvalt is bijvoorbeeld de vrijwel categorisch onjuiste tijdsaanduidingen. Vooral bij het zuidfront valt dit op. Zo duiden vrijwel alle Nederlandse verslagen op de Duitse luchtlandingen rond 0400 uur terwijl zeker is dat voor 0455 uur geen parachutist geland is. Dat is wel verklaarbaar. Men reproduceerde de meeste gevechtsverslagen na de strijd. Daarbij redeneerde men terug. Men nam als uitgangspunt dat de strategische overval in het westen des lands op het moment van de inval viel, en dus 0355 uur. Dat in feite de luchtlandingsactie in het zuiden pas om 0500 uur gepland was om te beginnen wist men niet. En aangezien kennelijk de meeste militairen niet op de klok hadden gekeken, of de waargenomen tijd waren vergeten, werd massaal geschreven over 0400 uur als het begin van de Duitse luchtlanding. Het typeert het fenomeen van lemmingengedrag en kopieerfouten en - zoals Herman Amersfoort terecht aangaf in zijn bespreking over de waarde van bronnen in 'Ik had mijn Roode-Kruis band afgedaan' - het bewijst dat zelfs een veelheid aan bronnen niet noodzakelijkerwijs leidt tot een accurater plaatje. 

Er zijn ook een aanzienlijk aantal 'nieuwe' bronnen ontsloten. Daarvan is het merendeel van Duitse origine. Zo zijn er een aantal gevechtsverslagen getraceerd die in Nederland nog niet bekend waren [gevechtsverslagen van bijvoorbeeld I./FJR1, II./FJR1, 2./, 3./, 4./ en 7./FJR1]. Deze hebben informatie vrijgegeven die soms verrassend is, zoals bijvoorbeeld de bevestiging van de totale afwezigheid van de eerste compagnie van Fallschirmjager Regiment 1 of het feit dat II./FJR1 bewust haar zware (8 cm) mortieren had thuisgelaten. Ook geven die 'nieuw' ontsloten bronnen een veel duidelijker beeld van de Duitse overwegingen, ervaringen en keuzes op het slagveld dan tot voor kort voor handen was. Bovendien is er informatie verzameld via Duitse en Oostenrijkse contacten die de auteur heeft gelegd, en die veteranenverslagen, kameraadschap kronieken en beschrijvingen van sterkte en uitrusting geven die de thans (nog) als actueel en accuraat ervaren gegevens nader preciseren c.q. corrigeren. Hieruit is onder andere gebleken dat de thans in publicaties als accuraat geldende sterktegegevens van de Duitsers (verder) neerwaarts dienen te worden bijgesteld.

Door gebruik te (kunnen) maken van een bijzonder grote hoeveelheid contemporaine bronnen, studies (verricht door derden) nader te beschouwen en zaken methodisch te analyseren ontstaat een totaalbeeld bij de strijd dat zo nu en dan verrassende of interessante andere invalshoeken produceert dan die tot op heden in bekende publicaties konden worden gevonden. Daarnaast zijn reconstructies en hypotheses die in de beschouwing van de gebeurtenissen evident voor komen - zelfs noodzakelijk zijn - ontsproten uit alle beschikbare voornoemde bronnen waarbij zo goed mogelijk is gewogen in welke mate een zekere bron betrouwbaar is. Zo is bijvoorbeeld het bekende biografische werk van Kurt Student - geschreven door zijn 'kroniker' Hermann Götzel - slechts een secundaire bron. Het bevat namelijk zo veel aantoonbare onzuiverheden dat de betrouwbaarheid van het geheel sterk is gedevalueerd. Daarnaast zijn er in het uitgebreide archief, dat inmiddels bij de auteur bestaat ten aanzien van het zuidfront, vele Nederlandse verslagen die qua betrouwbaarheid als waardeloos of waarde-arm aangemerkt mogen worden. Dat geldt in nog sterkere mate voor veel beschouwingen, verhalen en zelfs studies die in druk verschenen zijn. In zijn algemeenheid kan men stellen dat van de gedrukte werken over het onderwerp slechts een zeer beperkt deel bruikbaar is gebleken. Telkens moet men terug naar de bron(nen) om zaken werkelijk goed te kunnen beschouwen. Men moet als het ware de zaak geheel opnieuw van onderaf opbouwen.

Zo is de studie van bronnen, en vooral de kwalificatie van 'waarheid', 'halve waarheid' en 'onwaarheid' soms omstandig te duiden, maar vaak ook lastig vast te stellen. Herman Amersfoort heeft daar in zijn (overigens anderszins omstreden) werkstuk 'Ik had mijn Roode-Kruis band afgedaan' zeer zinvolle zaken over gezegd. Het kritisch vergelijken van vele verslagen, liefst van beide belligerenten als het even kan, is daarom een zaak die de betrouwbaarheid verhoogt. Desondanks blijven er heel veel zaken bestaan waarvan een exacte reconstructie niet of nauwelijks mogelijk is. Dat zijn de momenten dat improvisatie of hypothese komt kijken. Tijdens de studie zijn al veel van dat soort momenten gepaseerd, en als zij als resultaat hadden dat een suggestie of hypothese is opgenomen in de beschouwing over de gebeurtenissen op het zuidfront, dan is dit in de tekst ook als zodanig geduid. Dat is niet alleen wetenschappelijk verantwoord, maar ook een uitnodiging aan lezers om mee te denken en eventueel aan te vullen. Informatie kan immers zomaar ergens op een stoffige zolder liggen te wachten op aandacht, en wellicht bent u als lezer een van de ontdekkers van een ontbrekend puzzelstukje. En daarvan zijn er meer dan genoeg!

Tenslotte zijn in de tekst heel duidelijk herkenbaar conclusies getrokken door de auteur. Dat gebeurt soms in een tussenhoofdstuk of op het einde van een bespreking, maar soms ook als een gebeurtenis actueel is in de tekst. Dergelijke besprekingen en conclusies komen op het conto van de auteur, en staan dan ook vanzelfsprekend voor zijn mening. Daarmee zij gezegd dat lezers die terzake deskundig zijn dergelijke conclusies kunnen en mogen bestrijden.

Disclaimer

Dit laatste sluit prachtig aan op een disclaimer. Hoewel de auteur zich heeft ingespannen de werkelijkheid zo dicht mogelijk te benaderen is het heel goed mogelijk - ja vrijwel zeker - dat de beschouwing van de gebeurtenissen op het Zuidfront Vesting Holland onzuiverheden of onwaarheden bevat, dat belangrijke hiaten zijn gebleven of arbitraire conclusies worden getrokken. Het kan dan ook niet onbesproken blijven heel duidelijk en onomwonden te stellen dat weliswaar uiterste zorgvuldigheid is betracht, maar dat de auteur niet pretenderen wil 'de absolute wijsheid en waarheid' in pacht te hebben. Kritieken van lezers en deskundigen zijn dan ook van harte welkom, en daar waar zij terechte en onderbouwde kritieken blijken, kunnen zij rekenen op onvoorwaardelijke aanpassing van de content. In de afgelopen jaren is al gebleken dat op basis van ontvangen kritieken diverse bijstellingen en/of correcties noodzakelijk waren.

Allert Goossens wenst tenslotte een heel plechtig edoch uit de grond van het hart oprecht dankwoord te richten aan wijlen Jan vd Vorm. Met zijn publicatie 'Dordt Open Stad' heeft Jan vd Vorm indertijd veel Dortenaren en veteranen verblijd. Het zou echter onvoldoende recht doen aan de verdiensten van deze historicus door hem slechts te verbinden aan voornoemde publicatie van zijn eigen hand, te meer daar Jan vd Vorm nadien nog veel accuratere inzichten heeft ontwikkeld die nooit publicatie zagen. De verzameling documentatie en onderzoeksresultaten van zijn hand is zodanig overweldigend - heeft zoveel energie, doorzettingsvermogen en tijd gekost - dat een schat aan informatie beschikbaar is voor derden. Juist door prominent gebruik te maken van het levenswerk van Jan vd Vorm - zeker bij de beschrijving van de gebeurtenissen in 'zijn' Dordrecht, wordt zijn naam en worden zijn daden, op de juiste wijze geëtaleerd en geëerd. Het publiceren op internet van een bijzonder gedetailleerde en uitgebreide studie naar de gebeurtenissen, die ook deels rond 'zijn' Dordrecht plaatsvonden, is dan vermoedelijk ook een gebeurtenis die hem het meeste deugd zou hebben gedaan. Maar ook een gebeurtenis die zonder zijn eigen Opus Magnum nimmer in deze vorm en deze mate van detail had kunnen gebeuren ...

De auteur wenst de lezer van deze studie inzake de gebeurtenissen aan het zuidfront van Vesting Holland in de periode 9-15 mei 1940 veel leesplezier.

Wat vindt de lezer onder de menu optie 'Intro'?

De menu optie 'Intro' biedt u algemene informatie over deze website.

De auteur [q.q. samensteller content q.q. beheerder] stelt zich aan u voor en rechterhand Hugo van Dijk wordt geintroduceerd. In een korte bespreking over 'what if' scenario's leest u overwegingen die (mede) ten grondslag liggen aan de motivatie deze website te doen ontstaan en groeien.

Belangrijke andere secties binnen de menu optie 'Intro' zijn naslagregisters zoals de uitgebreide genummerde bronnenlijst - waarnaar in de content constant wordt verwezen - en een namenregister van alle in de content genoemde personen.

In de menu opties 'Help' en 'Zoeken' zijn de overige ondersteunende functies voor deze website opgenomen. Een bezoek aan die menu opties zal wat dat betreft u alle uitleg terzake bieden.  

« Naspel