Oberleutnant Fritz Lamm

Inleiding

De werkelijke bron van mythen en halve waarheden is vaak lastig vast te stellen, maar zeker is wel dat  (geschied)schrijvers veel te vaak verzuimen degelijk onderzoek te doen naar zo'n bron en te snel overgaan tot het (vrijwel) klakkeloos kopiëren van wat een ander reeds voor hen heeft ‘onderzocht’. Zo ontstaan hardnekkige mythen. De krijgsgeschiedenis van mei 1940 staat anno 2008 nog barstensvol halve en hele mythen.

Over de meidagen bestaan een aantal hardnekkige mythen en onwerkelijke verhalen, die echt veel gehoord worden. Een deel ervan is tamelijk generiek [zoals ‘zand in munitiekisten’ , 'massaal verraad' en ‘gesaboteerde munitie’], maar een ander deel is toegeschreven aan een persoon. Die laatste categorie is veel lastiger te ontzenuwen dan de eerste, niet in de laatste plaats omdat betrokkenen en hoofdpersoon zelden nog leven. En met ontzenuwen wordt niet bedoeld dat er direct sprake hoeft te zijn van aperte onwaarheid. Het begrip ontzenuwen duidt eerder – wat de auteur betreft – op het door werkelijk onderzoek vaststellen van de waarheid of althans de benadering daarvan.

Twee markante voorbeelden van mythische gebeurtenissen rond een persoon binnen de kaders van deze studie naar de gebeurtenissen rond het zuidfront in mei 1940 zijn die welke zijn opgetekend rondom de Kantonnementscommandant in Dordrecht – overste Mussert – en de vermeend te Moerdijk gelande Duitse Oberleutnant Fritz Lamm, die voordien 15 jaar lang in de omgeving zou hebben gewoond. Op deze laatste wordt hieronder in gegaan.

Lamm is een spookluitenant die in het verhaal over Moerdijk tussen 1940 en heden stelselmatig opduikt. De auteur deed - gesteund door diverse individuen - onderzoek naar Fritz Lamm. Dat onderzoek is inmiddels sinds eind 2008 afgerond. Bewust is er voor gekozen in het onderstaande artikel een deel van de geleidelijke progressie te bewaren voor de beeldvorming. Daarom in drie fasen de ontkrachting van een hardnekkige mythe.

Fase 1 (de casus)

Een spookluitenant

Al tijdens de oorlog werd het gerucht rondgebazuind dat in Moerdijk op 10 mei een Duitse officier was geland, die tot kort daarvoor jarenlang had gewoond en gewerkt in de directe omgeving. De man was aanvoerder geweest van een verband Duitsers dat het dorp Moerdijk had moeten innemen. Het grenste aan verraad dat een zo hartelijk in 'ons midden' opgenomen Duitser zijn gastheren zo schandelijk had uitgeleverd door Duitse troepen in Moerdijk langs bekende paden te leiden. Bijna vergenoegend kon dat verhaal worden afgesloten met het sluitstuk dat hij door Nederlands vuur was omgekomen, op de Steenweg in het dorp. Een soort ‘boontje komt om zijn loontje’ mores zit er tenminste wel in de overlevering van het verhaal.

De Militaire Spectator [editie 1956] publiceerde het verhaal als integraal onderdeel van de gebeurtenissen in het Bruggenhoofd Moerdijk en gaf het daardoor vrij brede bekendheid buiten Moerdijk. Talloze andere media namen het verhaal met graagte over. Verraadverhalen verkochten naoorlogs gretig, want het verzachtte de pijn van de weinig glorieuze dagen in mei 1940. Een toen ook al prominent blad als Elsevier nam het zonder meer over. Voor iedereen het wist was het algemene kennis dat de zaak in Moerdijk ‘verraaien’ was. ‘Fritz Lamm uit Zwartenberg – Leider der Moerdijk parachutisten’. In 1948 had voormalig chef-staf Groep Kil Calmeijer al voor de commissie verklaard dat de boel bij Moerdijk door 'Oberleutnant Lam' was gefaciliteerd en bovendien dat de lokale bevolking de 'bataljonscommandant' als bekende had herkend. Die was vroeger menigmaal langs gefietst ...

Deze Fritz Lamm had in het dorpje Langeweg gewoond – zo meldde de MS. Dat bleek al snel niet te kloppen, want het betrof het vlakbij gelegen gehucht Zwartenberg onder de rook van Zevenbergen. Lamm had sinds 1924 in de omgeving gewoond, daar hij het kansloze Duitsland van na Versailles was ontvlucht. Op zich geen nieuws, want vele duizenden Duitse mannen deden hetzelfde, en nog eens duizenden werden bewust in het buitenland ingeschakeld om de gemigreerde Duitse industrie draaiende te houden. Lamm was naar verluid ook tijdens WOI in de strijd geweest voor zijn vaderland. Toen hij in 1924 naar Nederland kwam ging hij op in de anonieme arbeidsklasse en had een nietszeggende betrekking in een houtzagerij waar hij in 1938 ontslag had genomen. Hij zag weer kansen in Duitsland en toog met zijn Nederlandse vrouw en vijf kinderen naar Düsseldorf.

Naar verluid was de man weinig sympathiek en had hij bovendien zo nu en dan nationaalsocialistische ideeën geuit in de laatste jaren voor hij vertrokken was. Met de buren was nog enige tijd contact gehouden, en die waren naar eigen zeggen zelfs in Düsseldorf uitgenodigd geworden. Zijn oude bekenden noemden de man uitermate geschikt als officier. Het was immers een ‘bazig mensch’ geweest. Hij was ook wel ‘de Pruis’ genoemd vanwege zijn bazige dominante inslag. Er zouden ook lokaal klasgenoten van de oudste zoon van Lamm zijn geweest die het bestaan van Lamm in Zwartenberg bevestigden, en zelfs meldden dat die oudste zoon later als regulier 'angehörige' van het Duitse leger nog eens op bezoek was. Toen zou zijn gemeld dat vader zaliger in Moerdijk zou zijn omgekomen in de meidagen. Zou dat de bron van alles zijn?

Deze Lamm keerde volgens de verhalen op 10 mei 1940 dus terug als Oberleutnant der Reserve. Hij zou bij Moerdijk zijn geland en de chef zijn geweest van een gevechtsgroep, die tot taak had gehad het dorpje Moerdijk in te nemen. Het dorp waarvan hij naar verluid elk weggetje en huis kende. Dramatisch wordt in het verhaal geconcludeerd dat hij het land verried dat hem zijn brood en zijn vrouw gaf, en dat hij tijdens zijn sneuvelen door een Nederlandse kogel enkele van onze militairen in de dood mee nam.

Het spook ontmaskert?

Het verhaal klinkt op het eerste gezicht best aannemelijk en zeker in die tijd zal het gretig gehoor hebben gevonden. Maar de terzake deskundige lezer – die niet graag voor het lapje wil worden gehouden – ontwaart al spoedig een aantal zaken die wringen met de waarschijnlijkheid.

Lamm zou Oberleutnant der Reserve zijn geweest. Als dat zo was is het merkwaardig dat hij niet eerder naar Duitsland terugging. Vanaf 1936 waren reservisten bijzonder gewild om de nieuwe Wehrmacht op te zetten, zeker onderofficieren en officieren met krijgservaring tijdens de voorgaande oorlog. Lamm ontving echter kennelijk nooit een verzoek te repatriëren. Dat kan best verklaarbaar zijn als hij niet als Rijksduitser geregistreerd stond, maar als Nederlander. In dat geval was hij geneutraliseerd en daardoor zijn reservistentitel officieel kwijt.

Veel opmerkelijker is het dat Lamm in 1940 zeker al een jaar of veertig moet zijn geweest, wegens het feit dat hij al in WOI gediend zou hebben. En iemand van die leeftijd kreeg bij de Fallschirmjäger geen troepenfunctie meer. Die elitaire eenheid was samengesteld uit jonge, topfitte soldaten, onderofficieren en subalterne officieren. Dat sluit niet uit dat Lamm als specialist was toegevoegd aan de staf van het eerste regiment of het tweede bataljon van dat regiment en zodoende kon adviseren. Hem wordt echter door het verhaal de rol van gevechtsgroepcommandant toegedicht. Dat lijkt weinig aannemelijk, maar is op zich niet uitgesloten.

De aantekeningen van de 7e Kompanie (IIe Battalion, 1 Regiment Fallschirmjäger), die prominent naast Moerdijk landde, zijn echter vrij specifiek bij de beschrijving van de gebeurtenissen in en om Moerdijk. Voor de goede orde zij gezegd dat de 7e en 8e Kompanie ten zuiden van de brug landden. Beiden kregen opdracht om een verslag te maken voor het Kriegstagebuch. Daaruit zijn de aantekeningen van 7./FJR1 aan de auteur bekend. Daarin wordt melding gemaakt van alle pelotonscommandanten met rang en naam, alsmede hun inzet. Opvallend in dat verslag is dat de Leutnant Lemm – Kampfgruppeführer binnen 7./FJR1 – de leiding had over een kleine aanvalsgroep, die het dorp Moerdijk moest innemen samen met een peloton van 8./FJR.1 onder de Oberleutnant der Reserve Schwarzmann - ook al een om andere reden curieuze figuur overigens. Het verslag zegt daar letterlijk het volgende over:

Ein Kampfgrupp, bestehend aus dem Kp.-Trupp, den Zug- und Granatwerfer-Truppen der I. und II. Züge unter Führung von Lt.Lemm hatte zusammen mit einem Zug der 8. Kp, Oblt. Schwarzmann, in den Ort Moerdijk einzudringen, Widerstand zu brechen und den Ort zu besetzen. (…) Der Kampfgrupp Lt.Lemm wurde durch schlechte Absetzen sehr zerrigen. Ein von Lt.Lemm auf die Häuser südlich Moerdijk ausgesandter Spähtrupp stellte dort Feind, Stärke 60-80 Mann, in aufgebauten Stellungen fest. Der Kampfgruppe Lt.Lemm drang in kleinem Trupp in Moerdijk ein, überwand am Ostrand schwächeren Feind, nahm 3 Offiziere und 20 Mann in den Häusern, z.T. noch nicht vollständig ausgezogen, gefangen. (…) Lt. Lemm wurde von einem Gendarmerie Posten durch Pistolenschuss aus dem Hinterhalt getötet. (…)’

Rouwadvertentie Lemm

Geen woord over een Oberleutnant Fritz (Friedrich) Lamm, wel over de Leutnant Dietrich Lemm. Toevalligerwijs vallen de rollen van beide Duitsers volledig samen en lijken de beide namen zeer sterk op elkaar. De rol van Lamm en Lemm is zo congruent dat dit geen toeval kan zijn.

De Duitse vereniging Weltkriegsopfer, die de locatie van Duitse oorlogsgraven registreert, en de Volksbund kennen geen Oberleutnant Fritz Lamm. Ook op de lijst van vermisten staat de man niet vermeld en geen Duitse bron die Lamm als verlies noemt, hoewel de complete lijst slachtoffers van FJR.1 bekend is. Wel vermeld en dus geregistreerd is de naam – met alle personalia – van Leutnant Dietrich Lemm. Gevallen in Moerdijk op 10 mei 1940, door kogels uit de kazerne aan de Steenweg. Overigens krijgt men bij opvraag van Oberleutnant Lamm wel een ‘hit’ bij de Kriegsgräber registers. Maar na verificatie blijken de gegevens van die registratie zuiver en alleen uit Nederland te zijn gekomen, van een krijgshistoricus (EHB) die zich op … het verhaal in MS heeft gebaseerd.

Op zich is het niet vreemd dat een naam ontbreekt. Ook bijvoorbeeld de Obergefreiter Fischer ontbreekt van de de lijst met Moerdijk slachtoffers, die bijvoorbeeld Brongers geeft. Ook deze is overigens op basis van Nederlandse gegevens wel als gevallene opgegeven. Geïdentificeerd in en door de gemeente Lage Zwaluwe. Het ontbreken van een officier in mei 1940 is echter uitzonderlijker, hoewel ook dit vaker voorkomt. Tegelijkertijd zij opgemerkt dat de gesneuvelden van het bruggenhoofd Moerdijk – aan weerszijde – vrijwel allen in de Kloostertuin in dorp Moerdijk werden ter aarde besteld. De Duitse doden in het dorp Moerdijk waren als het ware op de grens van die erebegraafplaats gevallen. Het zou bijzonder wonderlijk zijn als daar qua registratie iets mis zou zijn gegaan. Uitgesloten is het echter niet.

Spookverhalen ondersteund

Er komen naoorlogs nog meer verhalen los, die de spookluitenant Lamm tot een werkelijke persoon verheffen.

Zoals gezegd had de voormalig chef-staf van Groep KIl, Michael Calmeijer, de Parlementaire Enquete Commissie in 1948 al vol overgave geinformeerd over de rol van ene Oberleutnant Lam en de verraderlijke Duitse bataljonscommandant. Dat Calmeijer niet als ooggetuige sprak, zal de lezer onmiddellijk duidelijk zijn. De overlevering zal hem tijdens de oorlogsjaren bereikt hebben. En alles wat de smadelijke nederlaag verklaren kon, werd omarmd.

In het publieke domein was J.J.C.P. Wilson - in de meidagen chef operaties op het AHK - met zijn in 1960 verschenen publicatie 'Vijf dagen oorlog en hun twintigjarige voorgeschiedenis' de trendsetter. Hij was vooraf gegaan door de Militaire Spectator, die in 1956 het verhaal Lamm onder militairen wereldkundig maakte.

Lokaal schrijver (wijlen) Jan Buitkamp schreef in ‘Moerdijk Mei 1940’ een anekdotisch verhaal op over de belevenissen van Oberleutnant Lamm. Hoe die zich vooroorlogs samen met Oberleutnant Pagels [C-7./FJR1] bezatte, en vervolgens een gedetailleerde vertelling van de gebeurtenissen in mei 1940 in en rond Moerdijk met Lamm als een van de hoofdrolspelers. Hoewel het verhaal bepaalde bewijsbare (ware) kernpunten behandelde, staat het ook vol van feitelijke fouten en onzuiverheden. Nederlandse soldaten die gesneuveld worden gemeld, die helemaal niet omkwamen; foute rangbenamingen, foute naamspelling, enzovoort. Buitkamp heeft ook een afwijkende theorie over de gebeurtenissen in de straten van Moerdijk. Lamm was ineens compagniescommandant geworden en zo weet Buitkamp zeker dat enige Nederlandse krijgsgevangenen door de Duitsers voor hen uit werden uitgedreven als schild. Een feit dat niet als zodanig wordt ondersteund door de krijgsverslagen van diezelfde Nederlandse militairen, hoewel die op hun beurt weinig consistent waren en wel de suggestie wekten dat de Duitsers niet altijd even sjiek opereerden. Hierop stelt Buitkamp dat de Nederlandse militairen bevolen werd aan de pontonniers opdracht te geven de wapens te strekken, wat de Nederlanders geweigerd zouden hebben. Dat lijkt in de buurt van de werkelijkheid te liggen, want de Nederlandse officieren bevestigen dat zeker twee hunner – na elkaar – luid roepend de pontonniers trachten te overreden. Tijdens het gevecht met de pontonniers, waarbij inmiddels diverse Nederlandse krijgsgevangenen waren getroffen, zou opeens de Marechaussee opduiken. Pas laat in het gevecht kwam Lamm weer tevoorschijn. Nu pas werd deze gedood door de Nederlandse verdedigers. Aldus Buitkamp ...

Dat laatste is volkomen inconsistent met alle verslagen, inclusief het Duitse. Het Duitse verslag meldde de dood van Lemm (q.q. Lamm) voordat de pontonniers in beeld kwamen, wat overeenkomt met de Nederlandse verslagen. De Nederlandse verslagen meldden namelijk dat het juist de dood van de Duitse commandant ter plaatse was, die de Duitsers furieus maakte en hen aanzette tot onreglementair handelen jegens de krijgsgevangenen. Buitkamp gaat echter door, en meldt vervolgens dat pas na de overgave van de pontonniers de beide Marechaussees de strijd staakten. Inconsistent met alle Nederlandse verslagen. Die beide marechaussees werden vervolgens volgens Buitkamp met een handgranaat geëxecuteerd door de Duitsers. Ze moesten weglopen en kregen een handgranaat nageworpen. Die doodde Van der Werken, een van de twee. Een verhaal dat door geen enkel Nederlands verslag wordt ondersteund. Terwijl een dergelijke handeling toch weerzin zou hebben gewekt bij allen? Wel werd gemeld dat Duitse handgranaten door de pontonniers werden teruggeworpen, maar die hadden zich volgens Buitkamp al overgegeven toen Van der Werken sneuvelde. Kapitein Adriaansen werd wel door zo'n granaat gewond. Het is curieus dat geen der Nederlandse aanwezigen de visie van Buitkamp ondersteunt. Kan er daarom waarde worden gehecht aan de rest van het verslag? Wat de auteur betreft vooralsnog weinig. Het verhaal van Buitkamp staat vol slordige fouten [namen, rangen, functies, gesneuvelden], wat duidt op onzorgvuldigheid. Het is echter wel hardnekkig geschreven rondom de spookofficier Oberleutnant Lamm … Wat was Buitkamp zijn bron???

Een nog fantastischer verhaal rond deze Lamm komt van een korporaal die bij 13.Bt.LuA zat en vlak voor de meidagen bij 19.Bt.LuA terecht kwam, B.C. Dresens. Dit verhaal werd auteur dezes aangereikt door Pim Monné. Hij - Dresens - zou opleiding gaan geven aan een nieuwe bediende bij de hoogtemeter. Zodoende kwam hij op 12 april 1940 in de batterij. In zijn memoires schrijft Dresens dat hij op 7 mei 1940 bij het bureau van 1e luitenant van Teeckelenburg stond, toen hij door het raam een man aantekeningen zag maken bij het barakkenkamp. Hij liet dit onmiddellijk onder de aandacht van de tegenover hem zittende luitenant komen en die belde de KMAR even verderop aan de Steenweg. Die arresteerde de man in kwestie en de wachtmeester van de KMAR maakte aan hen bekend dat de bewuste man een Duitser was die lange tijd nabij Moerdijk had gewoond, in het dorpje Langeweg. Dresens koppelt dit in zijn boek nadrukkelijk aan de Oberleutnant Lamm. Een verhaal dat hij kende uit … de Militaire Spectator.

Nu kan dit laatste verhaal met gerust hart naar het land der fabelen worden verwezen. Als inderdaad die Oberleutnant Lamm op 7 mei gearresteerd was [er heerste toen de hoogste graad van gevechtsgereedheid tot aan de 9e mei] dan was deze nooit op de 10de mei met de parachute geland bij Moerdijk. Want het is wel uiterst onwaarschijnlijk dat de man vrijgelaten zou zijn in een periode dat die hoogste graad van strijdvaardigheid gold. Bovendien, en dat is wellicht nog opmerkelijker, is deze arrestatie – die toch tot groot nieuws binnen het Bruggenhoofd zou hebben geleid – door werkelijk niemand van de officieren genoemd, ook niet de 1e luitenant van Teeckelenburg zelf. Het lijkt een typisch geval van ‘horen zeggen’ en ‘gretig geloven’ dat deze – ongetwijfeld toegewijde – korporaal noopte tot verwerking in zijn biografie. Een dikke duim is ook goed mogelijk.

De bekende schrijver lt-kol b.d. E.H. Brongers heeft Lamm ook prominent in zijn werk opgenomen, als rechtstreeks gevolg van de publicatie van Wilson uit 1960. Dat verbaast niet, want Brongers heeft zich zijn carriere lang ingespannen alles op te nemen dat de Nederlandse zaak diende. Maar zelfs Herman Amersfoort en Piet Kamphuis - eindredeacteuren in het nieuwste standaardwerk over mei 1940 - namen Lamm op in hun tweede en herziene druk van de staatsuitgave 'Mei 1940 - Strijd op Nederlands grondgebied' dat in 2005 verscheen. Ter aanvulling: in de derde (Engelstalige) en vierde Nederlandstalige druk is het onderzoek dat alhier staat vermeld overgenomen en is Oberleutnant Lamm verdwenen uit de officiële annalen.

In Franz Kurowski's 'Deutsche Fallschirmjäger 1939-1945' - nog altijd verkrijgbaar - krijgt Lamm weer een andere naam. Nu is het Hamm:

'Der in dieser Gruppe eingesetzte Leutnant Fritz Hamm, der 15 Jahre bei Moerdijk gewohnt hatt und das Gelände wie seine eigene Hosentasche kannte, sollte die Fallschirmjäger führen; er wurde aber direkt nach der Landung durch einen Karabinerschuss aus der nahegelegenen Kaserne im Dorf Moerdijk getötet.'

Het heeft er alle schijn van dat deze licht afwijkende versie uit dezelfde Nederlandse bron ontsproot als het bekende Fritz Lamm verhaal hier in den lande, ofwel uit de MS editie 1956. Kurowski had bovendien enige tijd nauwe samenwerking met Frans Beekman en later ook Eppo Brongers. Dan liggen de lijntjes naar de misverstanden duidelijk voor het oprapen. Hoe Kurowski dan bij de verbastering Hamm kwam, is een raadsel. Overigens is een Leutnant Fritz Hamm ook nergens geregistreerd, zo bleek uit onderzoekingen door Richard Schoutissen van Weltkriegsopfer. En Hamm / Lamm / Lemm werd niet door een karabijnschot, maar een pistoolschot uit de kazerne gedood ... Overigens is de populaire boeken schrijvende Franz Kurowski een bepaald niet onomstreden schrijver. Hij staat vooral bekend om zijn matige betrouwbaarheid qua feiten en details, zeker in zijn vroegere werk. Maar zijn meest recente boeken staan nog vol mythes en gefabriceerde onzin. Broodschrijvers zijn zelden degelijke onderzoekers ...

Wolf in schaapsvacht

In menig geschrift sinds 1940 is de Duitse Oberleutnant Lamm een graag afgedrukte figurant geworden. Deze Duitse officier – al dan niet een fictieve persoon – stond alras symbool voor de kansloosheid van ons leger, en typeerde niet alleen onze naïviteit als ook de rationele overmacht die de Duitsers op alle fronten hadden. Klakkeloos copieert iedere auteur de ooit ontsproten ‘kennis’ over Oberleutnant Lamm.

De wolf in schaapskleren – want zo werd de man getypeerd – is een spook dat nog steeds rondwaart door de krijgshistorische lokalen van Nederland. De overtuiging van auteur dezes is dat dit niet lang meer zal duren.

De Duitse oorlogsgravendienst kent de man niet. Niet als geregistreerd begraven militair, en niet als vermiste. Ook geen namen en graven met vergelijkbare of mogelijk gelijkende gegevens. De Volksbund kent Lamm ook niet. Navraag bij veteranen van het FJR leverde tot op heden ook niets op.

Momenteel lopen diverse trajecten om de zaak te verhelderen. Richard Schoutissen – verbonden als Nederlands medewerker aan de Duitse oorlogsgravendienst – werkt hard mee met het traceren en opvolgen van sporen. Hugo van Dijk – collega van Stichting Kennispunt Mei 1940 – benadert zíjn contacten binnen de FJR wereld. Tenslotte heeft de auteur zelf een aanvraag ingediend bij de WASt, de ‘Deutsche Dienstelle Gefallenen der ehemaligen Wehrmacht’. Wat dat oplevert weten we nog niet, en de resultaten kunnen enige tijd op zich laten wachten is de ervaring.

Uiteindelijk hoopt de auteur u te kunnen melden of de wolf daadwerkelijk schaapskleren droeg, of dat die schaapskleren nooit bestaan hebben – en wellicht de wolf zelf ook niet …

Fase 2 (voortgezet onderzoek)

Het onderzoek gaat voort ...

Bij de WASt is een aanvraag ingediend naar de achtergrond van Fritz Lamm. Ook bij de Bund Deutsche Fallschirmjäger [BDF] zijn vragen uitgezet. Tot op heden komt uit die hoek geen enkele aanwijzing dat Lamm gevonden is. Op het WASt rapport moet traditiegetrouw enige tijd worden gewacht.

Ondertussen wel na een tip van Pim Monné op zoek gegaan naar het trouwregister van de gemeente Zevenbergen. Daarin vond de auteur inderdaad de trouwakte van Friedrich Wilhelm Lamm - ondertekend met Fritz Lamm - die op 4 april 1924 trouwde met Anna Margaretha Domen [geb. Roosendaal-Nispen 1904]. Lamm is geboren op 28 juni 1900, Duitser te Rendsburg [Schleswig Holstein, op 30 km van Kiel in Duitsland]. Bij het huwelijk was onder andere vader August Lamm, die zelf in 1935 en 1936 ook in Nederland woonde. Opvallend is voorts dat een grote familie Lamm in de registers van Zevenbergen voorkomt. Lamm had vijf kinderen: August [voorhuwelijks, 1923], Franz [1925], Fritz [1926], Else [1929] en Johanna [1933]. August heeft trouwens ook in de Wehrmacht gediend. Het merkwaardige woonadres in Zwartenberg was H.8.

Duidelijk is echter dat Friedrich Lamm zich Fritz Lamm liet noemen, Friedrich Lamm versus Diedrich Lemm. Bizare gelijkenissen in deze context. Lemm echter was van 1912, en dus 28 jaar in 1940 [op zich ook al oud voor een 2e luitenant bij de Fallschirmjäger], terwijl Lamm rond die tijd 39 of 40 moet zijn geweest.

Ander saillant detail is dat vader August Lamm, die dus in '35 en '36 in Nederland woonde vlakbij zijn zoon, volgens het trouwboekje in Wangen am Aare [sic: dit moet Wangen an der Aare zijn] woonde. Dat lag in Zwitserland, en wel om de hoek bij Solothurn. Het bedrijf Solothurn, zo weet de lezer wellicht, werd in 1929 officieel een volle dochteronderneming van het Duitse Rheinmetall. Deze wapenfabrikant week na 1919 uit naar (o.a.) Zwitserland omdat de wapenfabrikaties en zware metaalindustrie in Duitsland verboden werden wegens het traktaat van Versailles. Direct daarop weken veel Duitse arbeiders uit naar omringende landen. Zwitserland werd het walhalla voor menige Duitse wapenfabriek. De kans is aanzienlijk dat Lamm sr. reeds vlak na 1919 zich in Zwitserland vestigde om daar zijn capaciteiten ten dienste te stellen van de hoogwaardige metaal- en wapenindustrie.

[Post Scriptum] Op 8 april 2008 werd de WASt aanvraag beantwoord. Resultaat is dat er geen Fritz of Friedrich Lamm op 10 mei 1940 sneuvelde. Dat was geen verrassing meer. Wel werd bevestigd dat zoon Fritz Lamm - op 29 mei 1926 in de gemeente Zevenbergen geboren - op 18 augustus 1944 als militair in het verband 4./GR.986 bij Trune/Orne [Falaise] in Frankrijk als vermist werd gerapporteerd. Voor zover bekend is zijn lichaam tot heden niet geidentificeerd.

Fase 3 (slot)

Het demasqué

Niets kan een historicus meer bekoren dan het doorprikken van een hardnekkige – als werkelijkheid geponeerde – fabel. En we kunnen inmiddels zeggen dat dit gelukt is bij de fabel over de betrokkenheid van Friedrich Lamm als vermeend Oberleutnant aan het hoofd van de Duitse parachutisten, die het dorp Moerdijk innamen in de morgen van 10 mei.

Nadat auteur de content over de strijd in Moerdijk live had gezet, en daarin reeds aankondigde onderzoek te doen naar de authenticiteit van de Oberleutnant Lamm, kwamen diverse reacties los. Meest belangrijk en markant was die van Pim Monné uit Breda. Pim is een historisch zeer betrokken persoon en heeft zelfs een bescheiden museum in eigen beheer. Hij meldde auteur via contacten te weten dat Lamm wel eens in het lokale bevolkingsregister getraceerd was. Hierop zocht auteur in het digitale register van Zevenbergen en vond inderdaad diverse ‘Lamm mutaties’, waaronder de originele trouwakte van Friedrich Lamm. Hierop stonden alle gegevens omtrent geboorteplaats en volledige doopnamen. Essentiële informatie voor nadere onderzoekingen in Duitsland.

Zelf kwam auteur via contacten in Duitsland alsmede een aangevraagd onderzoek van de WASt al tot de conclusie dat Friedrich Wilhelm Lamm in ieder geval niet tot de geregistreerde gevallenen der Wehrmacht behoorde. Dat zei niet alles, omdat de registraties – ook van mei 1940 – niet volledig zijn.

Alleen bij de digitale databank van Weltkriegsopfer bleek een ‘hit’ op de naam Fritz Lamm, maar op navraag werd het vermoeden bevestigd dat deze registratie op instigatie van een Nederlandse krijgshistoricus (EHB) was ingegeven. De mededeling van auteur dat die registratie hoogstwaarschijnlijk onzuiver was, was direct aanleiding alle steun aan het onderzoek te geven.

Na dus contact te hebben gezocht met de Weltkriegsopfer ontstond contact met Richard Schoutissen, die als Nederlander voor deze Duitse organisatie geweldig werk verricht. Richard was zeer behulpzaam, en ging met de gegevens aan de slag. Hij verifieerde de bevolkingsregisters van Rendsburg en Düsseldorf en zocht contact met veteranenverbanden waar hij uit hoofde van zijn functie zeer goede ingangen heeft. De gegevens bleken snel de kant op te wijzen dat Lamm inderdaad niets met Moerdijk in mei 1940 te maken had.

Uiteindelijk kwam Richard begin februari 2008 met de mededeling dat Friedrich Wilhelm Lamm in 1983 [24 september; Standesambt Düsseldorf nr. 5973/19] in Düsseldorf was overleden. Een duidelijker bewijs, dat Fritz Lamm niet als Oberleutnant aan het hoofd van een Duits verband sneuvelde in Moerdijk, kan niet worden geleverd. Overigens bleek eveneens dat Lamm in beide wereldoorlogen als marineman dienst had gedaan en met de land- of luchtmacht zelfs niets van doen had gehad.

Lamm had vijf kinderen waarvan er twee [August en Fritz] ook het leger ingingen. In 1944 sneuvelde zoon Fritz Lamm volgens het WASt aan het westfront. Wellicht dat zijn sneuvelen ooit tot de gemeenschap rond Zevenbergen doordrong en gezien zijn naam bijdroeg tot het ontstaan c.q. behoud van de lokale sage.

Er zijn meer persoonlijke gegevens bekend en inmiddels zijn er zelfs rechtstreekse contacten met een zoon en kleinzoon van Friedrich Lamm. De vruchten daarvan zijn echter niet voor publicatie van belang, en daarom kiest auteur ervoor de privacy van de familie Lamm verder te respecteren. De lezer zal auteur dat niet euvel duiden.

De hypothese van het ontstaan en de hardnekkige overleving van de hoax rond Fritz Lamm wordt door auteur als volgt gezien. Nadat de gesneuvelden te Moerdijk door de Duitse arts Hartmann waren geregistreerd werden zij enige tijd begraven in de Kloostertuin. Ongetwijfeld hebben daarbij markeringen op de graven gestaan, en een der markeringen zal gemeld hebben – vermoedelijk in Hoogduitse letters – dat er een luitenant ‘Diedrich Lemm’ lag. Dat leek verdacht veel op ‘Friedrich Lamm’, en zo kan de hoax maar al te gemakkelijk in het leven zijn geroepen dat een voormalige Duitse buurtgenoot ‘het verraad van Moerdijk’ pleegde. Zoals we honderden lokale vertellingen kennen die nauwelijks enige historische grond hebben, maar het wel ‘lekker doen’. Dergelijke verhalen ontstaan in crisistijden heel snel en de tamtam maakte het al snel tot een wel aanvaarde lokale sage. De ontkrachting van dergelijke hoaxen is een veelvoud lastiger dan het ontstaan ervan.  

Het echte verhaal van Leutnant Diedrich Lemm vertoont natuurlijk enge parallellen met die van de overlevering die Lamm aanwijst als bevelhebber van het Duitse verband dat Moerdijk binnenviel. Hierboven werden die parallellen al voorgeschoteld. Het is nu volkomen helder dat de in Nederlandse literatuur beschreven functionaris Oberleutnant Fritz Lamm in feite Leutnant Diedrich Lemm was, die als regulier officier in de Fallschirmjäger tijdens de strijd met de Nederlandse verdedigers sneuvelde, en die nooit in de buurt had gewoond, hoewel hij wél een Hollandse zwager (Chris v.d. Bijl) had in Gouda. Zonder zijn alter ego Lamm was Lemm vermoedelijk opgegaan in de rijen der gesneuvelden en slechts marginaal opgevallen als enige gesneuvelde officier van het II./FJR1 bij de strijd rond de Moerdijkbruggen. Dankzij Lamm is Lemm echter de anonimiteit ontstegen, en laat dat dan de positieve moraal van het verhaal zijn …

Zonder de uitgebreide en enthousiaste hulp van Pim en Richard was de weg naar het demasqué van Lamm als spookluitenant veel en veel omslachtiger geweest. Auteur is beide heren heel veel dank verschuldigd. Het is een toonbeeld van belangenloze samenwerking met als doel de bevordering van waarheidsvinding in de krijgshistorische gebeurtenissen. Prachtig!

[laatst aangepast op 20 sept 2012]