De tragedie met de Pavon

Introductie

Tijdens de meidagen van 1940 – of in bredere zin de strijd van Nederlandse militairen tegen de Duitsers in mei 1940 – waren er slechts twee gebeurtenissen waarbij door een relatief beperkte aanleiding ineens een groot aantal slachtoffers viel. De eerste gebeurtenis was het bombardement door één Duitse bommenwerper van de Oude Alexanderkazerne in Den Haag – het toenmalige depot van de cavalerie – in het eerste uur van de oorlog. De tweede gebeurtenis de aanval van één Duitse bommenwerper op het Franse vrachtschip Pavon net ten zuiden van Duinkerken op 20 mei 1940. In beide gevallen was de slachtofferrol dramatisch lang. Opvallend is dat aan beide gebeurtenissen weinig publicitaire aandacht is besteed.

De aanval van de Duitse bommenwerper op de Oude Alexanderkazerne kostte het leven aan 66 man. De aanval op de Pavon eiste het leven van 50 man. Dat waren 116 militairen die ineens uit het leven waren genomen. Zij vormden 5% van de totale Nederlandse militaire verliezen [van ca. 2.300 man in mei 1940] veroorzaakt door welgeteld twee bommenwerpers. Het is daarom bijzonder opvallend hoe weinig er gepubliceerd is over beide gevallen. Voor het Zuidfront is het verlies dat verbonden was met het Franse vrachtschip Pavon relevant en daarom wordt de gebeurtenis in dit artikel nader belicht.

Het vrachtschip Pavon

Op 18 juni 1930 werd de Pavon bij de Schotse werf Napier and Miller Ltd te water gelaten en twee maanden nadien reeds – vermoedelijk door de precaire situatie bij de werf – afgeleverd. De werf Napier and Miller ltd was in de Eerste Wereldoorlog actief geweest als fabrikant van marineschepen en oorlogsvliegtuigen, waaronder de bekende (door de Havilland ontwerpen) BE2.b verkenner. De voor de bouw van stoomschepen lange tijd zeer succesvolle werf [120 schepen in totaal gebouwd] in Old Patrick bij Glasgow was opgericht in 1877, maar failleerde in 1931, kort nadat de Pavon was afgeleverd, waarna de werf door National Shipbuilders Security Ltd werd overgenomen. De laatste firma was een branche gestuurde en gefinancierde organisatie die door opkoop van onrendabele werven het (grote) aantal werven probeerde terug te brengen, zodat de markt daardoor voor de overlevende werven verbeteren kon. Napier and Miller ltd was één van de werven die ten prooi viel aan ontmanteling middels deze constructie.

Pavon

De Pavon was een middelgroot vrachtschip. Het had een lege waterverplaatsing van 4.100 ton en een volledig beladen verplaatsing van 7.500 ton. Het was 120 meter lang en had een grootste breedte van 16 meter. De diepgang beladen was 7 meter. Met 11,5 knopen had ze een aanvaardbare snelheid voor die tijd.

De reder die de Pavon in dienst nam in augustus 1930 [na inschrijving in het register op 28 november 1930] was ‘La Compagnie de Navigation d’Orbigny’ in La Rochelle, Frankrijk. Deze reder was in 1865 in La Rochelle opgericht door Alcide d’Orbigny en Georges Faustin. In 1950 zou ze de deuren sluiten.

De Pavon had in de acht jaar dat ze commercieel in dienst van haar reder was, dienst gedaan op lijnen tussen de Belgische / Franse westkust en Zuid-Amerika, waarbij de routes Antwerpen – Montevideo / Buenos Aires vooral werden bevaren. Dat de Pavon hiervoor vermoedelijk vooraf al aangekocht was, mag blijken uit haar naam, welke verwees naar een plaats in Argentinië.

In 1939 had de reder een aanzienlijke vloot met circa 20 grotere vrachtschepen, waaronder de Pavon. In september 1939 werd de gehele vloot van de reder echter gemilitariseerd. Tijdens de schemeroorlog werd de Pavon – net als andere gemilitariseerde Franse vrachtschepen – uitgerust met een eenvoudige bewapening. Het ontving een dekkanon [vermoedelijk van 5 cm], een snelvuurkanon tegen luchtdoelen van 2,5 cm en enkele lichte mitrailleurs.

De Pavon in actie

Al op 10 mei 1940 kreeg de Pavon een opdracht om Franse uitrusting en troepen naar Nederland te vervoeren. Dat leidde tot een vaart op 11 mei vanuit Duinkerken waarbij ze samen met het Franse vrachtschip Newhaven (1) – begeleid door enige kleine Franse patrouilleschepen en twee Britse destroyers – in het derde konvooi naar Vlissingen vertrok.

(1) De Newhaven was een zogenaamde pakketboot, een snel, klein passagiers- of licht vrachtschip, van de rederij ‘Forges et Chantiers de la Méditerranée a Granville’ uit Le Havre. Het 90 meter lange schip was in 1911 in dienst gekomen, en verplaatste beladen 1.800 ton en kon circa 1.000 passagiers vervoeren. Het kon 24 knopen varen. Het lag in april 1940 in Rotterdam gereed als evacuatieschip voor Franse evacues voor het geval dat Nederland door Duitsland zou worden aangevallen, maar werd op 8 mei 1940 door de Franse admiraliteit naar Duinkerken gecommandeerd. Het nam al op 10 mei deel aan het eerste konvooi [2e bataljon 224.RI, 60.DI] naar Vlissingen begeleid door Franse torpedojagers van de 2e en 11e DT en keerde in de ochtend van 11 mei te Duinkerken terug. In juli 1940 zou het schip door de Duitsers in Bordeaux worden gevorderd en een maand later in de Kriegsmarine worden opgenomen als de V.1601 [later als VS.111 en nog later als VS.61]. Het schip overleefde de oorlog en werd in 1948 gesloopt.  
 

De Pavon is vervolgens op 12 mei nog steeds in Vlissingen als een zwaar bombardement de haven treft, waarbij het bekende voorval met de kleine Franse jager FS Diligente plaatsvindt, welke door een bomdetonatie op de kade een vrachtwagen op haar brug ‘geparkeerd’ kreeg. Ook vele andere schepen werden beschadigd of tot zinken gebracht, zoals de Luctor et Emergo en het oude ‘strijkijzer’ [brede rivierkanonneerboot] HMS Bulgia. Pas ruim na het bombardement werd de Pavon gelost, zodat het pas op de 13e de rede van Vlissingen kon verlaten. Het schip vertrok nadien geëscorteerd terug naar Duinkerken.

De chaotische voorgeschiedenis van een ramp

In Zeeland bevonden zich na de 14e mei duizenden Nederlandse militairen die uit Noord-Brabant waren gevlucht nadat de verdediging daar in de loop van de 11e mei volledig ineengestort was. Een beperkt deel bevond zich in Zeeuws-Vlaanderen. Een ander deel, waaronder een marinedetachement [detachement KLTZ Langeveld] met vooral manschappen van het wachtschip ‘Noord-Brabant’, was door de territoriaal bevelhebber schout-bij-nacht Van der Stad naar Oostende gestuurd met als doel hetzij Frankrijk hetzij Engeland te bereiken. Van de Peeldivisie en enige grensdetachementen waren grotere contingenten zelfstandig al richting Frankrijk gegaan, sommige al op 11 of 12 mei. Zij die in de loop der tijd erin slaagden Frankrijk te bereiken, kwamen ten dele in Duinkerken aan, waar zij tijdelijk werden gehuisvest. In de Jean Bart kazerne in de Franse kustplaats kwamen uiteindelijk circa 2.000 Nederlandse militairen terecht.

De Franse positiecommandant van Duinkerken was de geheractiveerde Brigadier [brigade generaal] Jules Henri Watrin [1879-1970]. Met deze commandant en de Franse marine opperbevelhebber voor het gehele noorden –  Amiral Abrial – had Van der Stad de eerste dagen van strijd slechts indirect contact via de Franse marinecommandant voor de operatie in Noord-België en Nederland Contre-amiral [schout-bij-nacht] Platon. Dat veranderde toen Van der Stad op 18 mei zelf naar Duinkerken toog. Hij had het plan de Nederlandse troepen te herorganiseren en hen elders onder te brengen om zodoende een flink Nederlands legioen te kunnen vormen (2). Ter overleg arriveerde de schout-bij-nacht in Duinkerken, waar hij door de generaal Watrin werd ontvangen. Die meldde Van der Stad dat er Nederlandse troepen in de Jean Bart kazerne waren ondergebracht, maar dat deze zo spoedig mogelijk weg moesten naar het zuidwesten van Frankrijk of Engeland. Van der Stad liet zijn verbindingsofficier bij Watrin achter en vertrok terug naar het noorden om aldaar de coördinatie met de Fransen op zich te nemen hoe met de aldaar resterende Nederlandse eenheden zou worden gemanoeuvreerd. Het bleek al snel dat ook de Fransen in Zeeuws-Vlaanderen de Nederlanders liever kwijt dan rijk waren, zodat Van der Stad de resterende Nederlanders ook opdracht gaf naar Duinkerken te vertrekken. Het marinedetachement Langeveld werd door de schout-bij-nacht naar het zuiden gedirigeerd en moest – als scheepsruimte te Oostende niet spoedig beschikbaar kwam – maar anderszins naar het zuiden zien te komen. Nadat Van der Stad in Zeeuws-Vlaanderen de laatste zaken had georganiseerd, vertrok hij opnieuw naar Duinkerken.

(2) De lezer bedenke dat schout-bij-nacht Van der Stad na de capitulatie van het Nederlandse leger als territoriaal commandant van de provincie Zeeland - dat buiten die capitulatie viel - feitelijk de OLZ voor de Nederlandse legereenheden in het 'resterende' deel van Nederland was geworden. Hij nam zijn taak zeer serieus.

De Franse commandant van Duinkerken – Brigadier Witran – had het bepaald niet op de Nederlandse militairen. Hij stelde zich zeer weerbarstig op jegens de schout-bij-nacht Van der Stad en sommeerde zelfs de totale ontwapening van de Nederlandse militairen. Ook werden alle voertuigen waarmee men was gekomen gevorderd. Bovendien eiste de Fransman dat de Nederlanders zich zouden verwijderen uit Duinkerken, dat inmiddels wegens de snelle Duitse opmars frontzone dreigde te worden. Daartoe had de Franse generaal een schip van de marineleiding gevorderd dat in Duinkerken gereed lag, de Pavon. In totaal werden 1.200 Nederlandse militairen ingeladen, deels ondergebracht in vrachtruimen onderdeks. Toen de Franse kapitein vervolgens naar Cherbourg wilde vertrekken, hield de generaal de boot tegen. Hij eiste dat ook de resterende Nederlanders aan boord werden genomen. De Franse kapitein van de Pavon [Perdrault] protesteerde tegen de opdracht om de honderden extra Nederlanders aan boord te nemen, maar pas nadat 200 extra manschappen waren geladen en het ook de generaal duidelijk was dat het schip daarmee echt tot het maximum werd belast, aanvaardde hij dat de resterende Nederlanders aan wal bleven.

De Pavon vertrok daarna met zo’n 1.450 man Nederlanders (en enige burgers en mogelijk enige militairen van andere nationaliteiten) alsmede een kleine lading katoen met eindbestemming La Rochelle, de oorspronkelijke thuishaven van de Pavon. Als escorte tot aan Cherbourg voeren vier jagers [no. 9, 10, 11 en 41] mee van de zogenaamde chasseurs-sousmarine klasse. Deze zeer kleine 38 meter lange scheepjes, in feite nauwelijks groter dan een sleepboot, hadden 130 ton waterverplaatsing, een bemanning van 25 man en hadden een bewapening van een 75 mm kanon en enkele mitrailleurs. Sommige hadden een beperkte dieptebom installatie. Ze waren bijkans waardeloos als escorte en hadden dan ook vooral een symbolische waarde. De Pavon vertrok om 2115 uur Nederlandse tijd van de kade bij Duinkerken, kort nadien gevolgd door haar gelegenheidsescorte.

Aan boord van de Pavon bevonden zich dus een kleine 1.500 Nederlandse militairen. De uiterst hetrogene samenstelling van dit aanzienlijke contingent is in 1940/1941 door de militair geschiedkundige onderzoekers nauwkeurig vastgesteld, maar het dossier is wegens een bombardement in de oorlog verloren gegaan in de Haagse archieven. Uiteindelijk kon men slechts op basis van naoorlogse verslagen en slachtofferlijsten redelijk nauwkeurig vaststellen welke militairen aan boord hadden gezeten. Daaruit blijkt dat het vooral ging om troepen uit het oosten van Brabant, waaronder in hoofdzaak verdedigers van de Peel-Raamstelling (merendeels van Vak Weert), enkele van de Maasverdediging en enige grenstroepen, vooral van GBJ (waarbij tevens twee secties van 3.GB waren ingedeeld geweest). Bovendien een grote groep van de luchtwachtdienst Helmond en luchtverdedigingsgroep Den Bosch. Slechts een kleine vertegenwoordiging kwam uit het oorspronkelijke Zeeuwse territoir. De hoogste militair aan boord was de reserve majoor J.F.L. de Bruyn, C-II-2.RI.

Een nachtelijke tragedie

Door de overbelading van het schip bevonden zich veel manschappen aan dek en onder in het ruim. Het onderste ruim was vrijwel niet in gebruik voor passagiers, omdat daarin katoenbalen lagen opgeslagen. Tevens was er een kleine voorraad munitie aan boord. De reddingsmiddelen aan boord waren bedoeld voor de normale bemanning van circa 40 man en dus volslagen onberekend voor de 1.500 extra passagiers die het schip vervoerde. Zwemvesten of andere drijfmiddelen ontbraken vrijwel geheel. Uiteraard kan men dit de Fransen niet euvel duiden, maar het geheel bood een palet aan voorwaarden om een ramp mogelijk te maken in geval van nood.

De kapitein vertrok op een zuidelijke koers nadat de beveiligde havenmond was uitgevaren en bleef daarbij kort aan de kust varen. Of de Pavon daarbij ook verlichting voerde is onduidelijk, maar mogelijk wel. Een andere mogelijkheid is dat de maanstand zodanig was, dat sprake was van aanzienlijke lichtreflectie op het water. Hoe het ook zij, in de avond en nacht van 20 op 21 mei 1940 was de Luftwaffe zeer succesvol bij aanvallen op Geallieerde schepen. Niet alleen de Pavon werd daarvan slachtoffer. Een kort na haar uit Duinkerken vertrokken tanker zou eveneens gedurende de nacht worden getroffen door de Luftwaffe. Rond 2230 uur op die 20e mei werd de Pavon door een Duitse bommenwerper, vrijwel zeker een Ju-88, aangevallen. De Duitser, zelf onzichtbaar voor de bemanning aan boord, dook vier keer naar het schip, waarbij telkens één bom (waarschijnlijk van 250 kg) werd afgeworpen. De derde bom was een voltreffer. Midscheeps drong de bom door tot het middenruim, nabij de commandobrug. De explosie ontzette het dek tussen het midden- en onderruim, zodat naast directe slachtoffers door de detonatie ook passagiers omkwamen doordat zij in het deels lege onderruim vielen. Bovendien raakte een deel van het katoen in brand waardoor midscheeps een inferno ontstond. Het leidde tot een enorme paniek aan boord van het toch al overvolle schip.

De vier nabij aanwezige Chasseurs snelden toe om eerste hulp te bieden. Het werd één van hen bijna fataal. De dichtstbijzijnde Chasseur no. 9 werd door de laatste bom uit de Ju-88 bijna geraakt, waarna het scheepje zich desondanks vastmaakte aan de Pavon om zodoende mannen aan boord te nemen. Het hoogteverschil tussen beide vaartuigen was echter wel zo’n 5 meter, maar desondanks waren er dusdanige paniekreacties bij de Nederlanders, dat zij voor een deel besloten omlaag te springen. Men sprong en gleed (langs touwen) zo massaal aan boord van het kleine scheepje, dat dit zich spoedig los moest maken van de Pavon om niet zelf ten onder te gaan. Enkele Nederlanders geraakte zo te water. De matrozen aan boord van de Chausseur moesten de totaal geshockeerde Nederlandse militairen met drang over het scheepje verdelen, omdat de meeste zich aan bakboord, waar ze op dek waren geland, bleven ophouden. Maar liefst 145 Nederlanders werden door deze Chasseur no. 9 naar Duinkerken gebracht. De andere Chasseurs bleven op grotere afstand, en lieten sloepen en drijfzakken uit, mogelijk gewaarschuwd door de 'bestorming' van de eerste Chasseur. De Chasseur no. 41 nam zodoende slechts 17 man aan boord, een bescheiden oogst. Anderen werden gered met de uitgezette drijfmiddelen, waaronder enkele sloepen van de Pavon zelf, hoewel één van de sloepen door een gebroken davit half wegviel, met als gevolg dat enkele Nederlanders te water raakten. Tragisch was dat de moedige Chasseur no.9 zelf in de volgende nacht bij Duinkerken slachtoffer van Duitse bommen zou worden. Ze werd ternauwernood op het strand gevaren, maar de helft van haar bemanning was gewond geraakt.

De kapitein van de Pavon besefte dat zijn schip in gevaar was. Hij beval koers te zetten naar de kust en liet het schip aan de grond zetten ter hoogte van Gravelines, op het strand bij Les Hemmes d’Oye [vaak in Nederlandse publicaties als het even noordelijker gelegen Oye la Plage aangeduid], nog geen zeven kilometer van Duinkerken verwijderd. Ondertussen werden aan boord de gewonden verzorgd. Tenminste vijf Nederlandse militaire artsen waren aan boord net als enige hospikken. Zij hadden hun handen vol. Pas toen het licht werd en het eb was geworden, begon men de gewonden te evacueren van het schip zodat zij naar ziekenhuizen in Duinkerken en Calais konden worden gebracht. Volgens stafwerkgegevens betrof het circa 100 man. Met touwen en planken werd het gehele schip geëvacueerd.

De overlevenden, die niet gewond waren, kwamen goeddeels in Calais terecht. Ze werden vervolgens in La Coquelle [ca. 2 km zuidwest van Calais] ondergebracht. Op 24 mei werden ze door de Duitsers gevangen genomen. Slechts enige tientallen van de Pavon opvarenden wisten in eerste instantie aan Duits gevangenschap te ontsnappen. Zij behoorden niet tot de Calais groep, maar wisten in Boulogne terecht te komen, op een tweetal officieren na, die als gewonden na het Pavon bombardement op een Brits hospitaalschip terecht kwamen en zo Engeland bereikten [reserve 1e luitenant Harmsen en reserve 1e luitenant Drok]. De overige werden alsnog gevangen genomen toen de Duitsers ook Boulogne innamen.

Al deze gevangenen werden uiteindelijk teruggevoerd naar Nederland, waar de meeste in juni 1940 terugkeerden, veelal na een voetmars over het gehele traject.

De slachtoffers van de Pavon

De tragedie met de Pavon kostte aan zeker 50 man het leven. Dat waren 4 officieren, een vaandrig, 2 beroepsonderofficieren, 6 dienstplichtige of vrijwillige onderofficieren en 37 minderen. Van deze 50 gesneuvelden (c.q. vermisten) werden er 38 niet geborgen of geïdentificeerd. Hun namen worden vermeld op het monument op de Grebbeberg voor gesneuvelde militairen uit mei 1940 zonder bekend graf. De overige 12 militairen werden wel geborgen en geïdentificeerd of – zoals in acht gevallen – overleden aan land in een hospitaal aan de opgelopen verwondingen. Hieronder is de gehele lijst weergegeven met gesneuvelden.

Op enkele later overleden gewonden na werden de meeste gevallenen geregistreerd op overlijdensdatum 21 mei 1940. Hier doet kennelijk weer de rigide OGS regel opgeld dat de dag van het opmaken van de overlijdensakte de geregistreerde en daardoor vermelde sterfdatum bepaalt. Zo is een deel van de mannen op 20 mei, een ander deel op 21 mei geregistreerd. In feite kwamen de mannen aan boord van de Pavon om voor middernacht en daardoor dus op 20 mei 1940.

Naam Rang Onderdeel Sneuvel- of sterflocatie Begraafplaats / Herdenkingsplaats
         
Baayen, JEC SMI 1-GBJ Pavon (middendek) Monument Grebbeberg
Bogaart, A Dpl sld 3-14.GB Pavon (onderste middenruim) Monument Grebbeberg
Bree, LH van Vw sld LuWa post Helmond Pavon (middendek) Monument Grebbeberg
Brilleman, A Dpl sld Staf 3.CAAT Pavon (onderste middenruim) Monument Grebbeberg
Broekers, G Dpl sld MC-III-30.RI Pavon (bovenste middenruim) Monument Grebbeberg
Broekers, H Dpl sld 1-GBJ Pavon (bovenste middenruim) Monument Grebbeberg
Buiter, JC Dpl sld 2-GBJ Pavon (bovenste middenruim) Monument Grebbeberg
Bussel, JBJM van  Vw sld  LuWa post Helmond  Pavon (onderste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Cramers, JJ  Dpl sld  Tr.Dt.St.W-Fr.VH  Overl. aan verwondingen in zkh Duinkerken, 24 mei 40  RK BP Papenhoven, kerkgraf 
Damen, F  Dpl sld  2-III-27.RI  Pavon (bovenste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Duffelen, T van  Dpl sld  St I-27.RI  Overl. aan verwondingen in zkh te Calais, 27 mei 40  Rotterdam Crooswijk, B-sectie, graf 7163 
Eijk, PJ van  Dpl sld  3-III-26.RI  Pavon (bovenste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Elk, H van  Dpl sld  1-GBJ  Pavon (middendek)  Monument Grebbeberg 
Ende, CP van den  Dpl sld  1-GBJ  Pavon (bovenste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Faessen, JCMA  Dpl sgt  St II-2.RI  Pavon (middendek)  Monument Grebbeberg 
Gorp, AHM van  Res 2e lt  1-I-27.RI  Aan boord Pavon, escorte of in zee ABP Nes, Ameland; Vak D rij 14 graf 8 
Grinwis, JBF  Vw sld  LuWa post Helmond  Pavon (middendek)  Monument Grebbeberg 
Hagen, HJN van der  Dpl sgt  3-III-26.RI  Pavon (bovenste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Heijster, JJH van  Dpl sld  St II-26.RI  Pavon (middendek)  Monument Grebbeberg 
Hendriks, W  Dpl sld  St 26.RI  Overl. aan verwondingen zkh Oye-Plage, 23 juni 40  RK BP Ottersum (Gennep), Vak A graf 502 
Hulsinga, JC  Dpl kpl  1-GBJ  Pavon (bovenste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Ierland, PJF van  Dpl sld  1-GBJ  Overl. onderweg naar strand, 21 mei 40  Ereveld Grebbeberg, Rij 13 graf 20 
Janssen, WL  Vw sld  LuWa post Helmond  Pavon (middendek)  Monument Grebbeberg 
Jongkind, C  Dpl sgt 3-II-30.RI  Pavon (bovenste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Klaasse, P  Dpl kpl  3-GBJ  Pavon (bovenste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Laan, F van der  Dpl sgt  1-GBJ  Pavon (bovenste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Leenknecht, A  Dpl sld  Aut.Cie LD  Pavon (onderste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Lith, AC van  Res kapt  LuWa Gr Den Bosch  Verdronken, viel in zee bij poging sloep te strijken. Spoelde op 22 mei aan.  Ereveld Grebbeberg, Rij 11 graf 5 
Lokker, J  Dpl sld  2-GBJ  Overl. aan verwonding in zkh Calais, 21 mei 40  ABP Kerkhoflaan Den Haag, Vak 33, rij A1 graf 4 
Mallens, AALC  Dpl sld  3-GBJ  Overl. aan verwondingen in zkh Calais, 27 mei 40  NL ereveld Orry-la-Ville (Senlis), Vak B/R rij 1 graf 8 
Mante, JM  Opz. Fort. 1e kl  St 6.GB  Pavon (onderste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Moorees, FHC  Vw sld  LuWa post Helmond  Pavon (onderste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Oliemeulen, WC  Dpl sld  3-III-26.RI  Pavon (bovenste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Oorschot, GBW van Dpl sld  St III-27.RI  Overl. aan verwondingen in zkh Calais, ws 21 mei 40  NL ereveld Orry-la-Ville (Senlis), Vak B/R rij 1 graf 7 
Oorschot, R van  Vw sld  LuWa post Helmond  Pavon (onderste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Pera, A  Dpl sld  2-GBJ  Pavon (middendek)  Monument Grebbeberg 
Prins, C  Dpl sld  1-GBJ  Pavon (middendek)  Monument Grebbeberg 
Rijniers, WA  Vw sgt  LuWa post Helmond  Pavon (onderste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Roos, NF  Res vdg  3-3.GB  Aan boord Pavon, escorte of in zee  Monument Grebbeberg 
Schenk, JC  Dpl sgt  1-GBJ  Pavon (middendek)  Monument Grebbeberg 
Schippers, G  Dpl sld  1-GBJ  Pavon (middendek)  Monument Grebbeberg 
Sluis, F van der  Dpl sld  1-GBJ  Pavon (bovenste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Tuijn, JFG van   Dpl sld  St II-2.RI  Pavon (middendek)  Monument Grebbeberg 
Veen, PJ van  Dpl sld  1-GBJ  Pavon (middendek)  Monument Grebbeberg 
Visser, M  Res 1e lt MC-I-27.RI  Overl. aan verwondingen zkh Oye Plage, 23 augustus 40  NL ereveld Orry-la-Ville (Senlis), Vak B/L, rij 1 graf 7 
Wingerden, J van  Dpl sld  3-3.GB  Pavon (middendek)  Monument Grebbeberg 
Wit, CW de  Dpl sld  1-GBJ  Pavon (middendek)  Monument Grebbeberg 
Woerd, L van der  Dpl sgt  3-III-26.RI  Pavon (bovenste middenruim)  Monument Grebbeberg 
Xhaflaire, LJH  Dpl sld 3-III-30.RI  Verdronken, spoelde aan bij Zuydcoote (Fr.), op 29 juli 40  NL ereveld Orry-la-Ville (Senlis), Vak B/L, rij 1 graf 4 
Zeeuw, B de  Res 2e lt  MC-III-30.RI  Verdronken na overboord te zijn gesprongen, vm aangespoeld op 2 augustus 40. Kreeg postuum BL toegekend voor strijd aan ZW Vaart.   ABP Oudenhoorn (Bernisse), Rij 2 graf 107 
         


Nadere bijzonderheden

Merkwaardig genoeg wordt in Franse bronnen stelselmatig gesproken van 152 of 154 overleden Nederlandse militairen bij het bombardement. Het is heel goed mogelijk dat de Franse bronnen daarbij per abuis de ca. 100 gewonden en de 50 doden hebben opgeteld. In elk geval zijn er ‘slechts’ 50 gesneuvelde (of als zodanig erkende) militairen te verbinden aan de tragedie met de Pavon.

Er vinden nog regelmatig herdenkingen plaats op het strand van Hemmes-les-Marck en er is tevens een speciale herinneringstegel aangebracht bij de begraafplaats in het plaatsje. Daarop wordt de navolgende tekst getoond:

»
20-21 mai 1940

Des soldats Hollandais survivants du bombardement de leur bateau le ’Pavon’ commémorent en ces lieux les camarades de combat qui perdirent leur vie pour notre liberté d’aujourd’hui. Le peuple Hollandaise se joint a eux pour toujours et remercie le peuple Français pour hospitalité.

[De overlevende Nederlandse soldaten van het bombardement van hun schip de ‘Pavon’ herdenken op deze plaats hun strijdmakkers die hun leven lieten voor onze vrijheid van vandaag. Het Nederlandse volk voelt zich voor eeuwig met hen verbonden en toont haar dankbaarheid aan het Franse volk voor haar gastvrijheid.]
« 

De tekst doet weliswaar recht aan de herinnering van de 50 gesneuvelde slachtoffers, maar met name in de slotzin doet ze onwerkelijk aan. Het was immers met name de ongastvrijheid van de Fransen, die de slachtoffers parten speelde. En niet alleen deze slachtoffers. De vijandige houding van de Fransen jegens de Nederlanders was over het algemeen stuitend in die dagen. Een gegeven dat vele duizenden militairen en burgers mochten ervaren in die maanden mei en juni 1940. Ook Belgische militairen en burgers zouden deze opmerkelijke vijandelijkheid ervaren. 

Zie ook het - overigens niet foutloze (3) - interessante met dia's gelardeerde verhaal van de Pavon en zijn tijdelijke Nederlandse passagiers op Aandacht voor Geschiedenis.

(3) Onder meer wordt abusievelijk gesteld dat 11.GB bij Grave de kazematten bezette en wordt abusievelijk een foto getoond van de kolonel (KNIL) Marechaussee H.J. Schmidt bij het verhaal van kolonel der infanterie L.J. Schmidt. Op deze zaken zijn de makers gewezen, maar dit heeft niet tot aanpassing geleid. Overigens wordt met toestemming uit de "fotocollectie Goossens" de bekende foto van de ontspoorde trein bij Mill getoond.