IJsselmonde - 3e fase

Inleiding

Het noordoosten van het eiland IJsselmonde was voor de Duitsers in hun operationele plannen het minste van belang. Langs de Noord zag men niet al te veel uitdagingen. Er waren geen belangrijke Nederlandse militaire formaties in de buurt en die Nederlandse onderdelen die in de omgeving van Gorinchem lagen, waren duidelijk taakgebonden en zouden dus niet zomaar vrij worden gemaakt voor ageren tegen het geprojecteerde Duitse bruggenhoofd. Voornaam was voorts dat er geen enkele vaste rivierovergang was ten oosten van Rotterdam [Nieuwe Maas] of over de Noord. Althans, dat was tot en met de landing van de staf van 7.FD op Waalhaven de Duitse perceptie.

In dit hoofdstuk en het hoofdstuk over de Alblasserwaard komt een zekere mate van onvermijdelijke overlapping voor.

Het vraagstuk van de spookbrug over de Noord

De aanwezigheid van een grote vaste brug bij Alblasserdam was totaal onbekend bij de staf van 7.FD. Dat het Duitse militaire apparaat niet altijd accuraat de overdoses aan verzamelde informatie langs de noodzakelijke kanalen richting de behoeftige staven wist te krijgen, wordt daarmee maar weer eens bewezen. Desalniettemin mag men het feit dat de staf van 7.FD niets wist van de in 1939 geopende verkeersbrug bij Alblasserdam als een regelrechte blunder aanmerken. Dat men namelijk wel degelijk de kennis omtrent het bestaan van de brug in de Duitse organisatie heeft gedragen, staat eigenlijk wel buiten kijf.

Stafkaart Alblasserdam

De 9e Pantserdivisie heeft uitgebreid studie gemaakt van de Nederlandse wegen. Het was voor hun operatie essentieel om de routes te kennen qua geschiktheid voor vervoer van de vele tanks, pantserwagens en vrachtwagens die bij de eenheid behoorden. Dat gold beslist niet alleen voor Noord-Brabant, maar evenzo voor de route door het zuiden van Vesting Holland. Het is bovendien voor de handliggend – overigens door auteur niet te bewijzen – dat een alternatieve route naar Vesting Holland via Keizersveer is beschouwd. Want stel dat de Moerdijkbruggen verloren waren gegaan. Dan was de gehele strategie verloren, als men geen aanvaardbaar alternatief had behalve een grootschalige amfibische operatie. De brug bij Keizersveer was een alternatieve route, maar zou voor uitdagingen zorgen rondom Gorinchem. Desondanks zal het de Duitsers nauwelijks ontgaan kunnen zijn dat er hard gewerkt werd aan de A15. Die weg liep grotendeels langs de Waal, een van de standaard aanvliegroutes voor luchtverkenning. Die A15 werd niet aangelegd om Alblasserdam tot een wereldstad te doen uitgroeien. De pers zweeg ook niet over het belang van die handelsroute die voor de Rotterdamse haven zo belangrijk zou zijn. Wel was de opening van de brug te Alblasserdam in de pers ondergeschikt behandeld, omdat er belangrijker nieuws was. Het was de tijd van de novembercrisis en er was storm op til.

Hoewel Nederland pas officieel doelwit werd in de periode vanaf januari 1940, is het zeker [van gedateerde luchtfoto's o.a.] dat ook al voordien uitgebreid verkenning was gepleegd rondom Rotterdam. Alleen al met het oog op de strategische importantie die Nederland kon hebben voor met name Engeland en de transit mogelijkheden voor Engelse troepen. [67] Bovendien werd juist in de periode januari – maart 1940 intensief verkend boven Nederland. Enkele van die tochten zijn tot in detail bekend geworden, waarbij is vastgesteld [67] dat ten bate van de Duitse cartografische dienst het gehele zuidfront mathematisch en systematisch in kaart is gebracht met luchtfoto’s. Zo is vastgelegd [67] dat op 22 januari 1940 een tocht werd gemaakt langs de oost-west stroom van de Maas, met een dubbele passage boven Moerdijk, langs de Kil noordwaarts, de Noord volgende richting noorden, via Valkenburg naar Ockenburg, terug zuidelijk langs de kust, richting Maasbruggen, dubbele passage boven Waalhaven, Hoek van Holland, Ypenburg en ter hoogte van Katwijk richting Noordzee. De tijd is zelfs vastgelegd. Om 1233 uur werd de Duits – Nederlandse grens gepasseerd, om 1250 uur was de passage bij Moerdijk en om 1303 uur werd Valkenburg overvlogen. Ten aanzien van de rest van het tracé zijn geen tijden bekend. Het is nauwelijks denkbaar dat de brug bij Alblasserdam niet is gefotografeerd terwijl men de gehele Noord overvloog.

Van Waalhaven alsmede de route naar de Maasbruggen werd op verzoek van de staf 7.FD zelfs een gehele maquette [67] samengesteld. Die maquette is bestudeerd door alle leidinggevenden. Dergelijke maquettes werden vaker gemaakt. Ze konden echter slechts worden samengesteld als er naast series verticale foto’s grote hoeveelheden obliquen [foto’s vanuit een grote hoek genomen] beschikbaar waren. Obliquen gaven immers accuraat hoogtes en dieptes prijs, die verticalen konden verhullen. Tot en met 8 mei 1940 werden fotoverkenningsvluchten gemaakt om de betrouwbaarheid van de maquette en de informatie te vergroten. Het dagboek van Franz Halder [chef Generale Staf Heer] vermeldt dat op 8 mei nog een verkenningsvlucht boven Waalhaven de situatie in kaart bracht en dat op 9 mei de geheel geactualiseerde maquette aan alle bevelhebbers en onderbevelhebbers van de taakgebonden eenheden werd voorgelegd ter bestudering. Duitse militairen die gevangen werden genomen rondom Waalhaven of op weg daar naartoe, waren maar al te vaak in bezit van een veelvoud betere en uiterst gedetailleerde stafkaarten van het zuidfront dan de gemiddelde Nederlandse officier bezat. Oberstleutnant von Choltitz geeft in zijn memoires [‘Soldat unter Soldaten, 1951’] aan dat aan de hand van de maquette een uiterst specifieke briefing werd gegeven en niets aan het toeval werd overgelaten.

Past in die methodisch en grondige aanpak het totaal vergeten van de brug bij Alblasserdam? Nee, in principe niet. Het Kommando Rowehl was ‘hoofdaannemer’ als het de luchtfotografie betrof in de bestudeerde periode. Zij overvoerden de bureaus die de tienduizenden foto’s van Nederland, België en Frankrijk moesten analyseren en zij die deze foto's in kaarten moesten omzetten. Specifieke kritische sectoren werden helemaal van onder tot boven gefotografeerd en werden bovendien periodiek bezocht om de vorderingen der defensiewerken te kunnen blijven volgen. Niet voor niets waren de Duitsers vlak voor de inval nog boven de kritische locaties binnen hun operatieplan om de laatste stand van zaken op te nemen. Het verwerken van die gegevens vergde echter ongehoord veel tijd. Iets wat weinig mensen zich realiseren, te meer daar wij vandaag de dag in het tijdperk van verregaande automatisering leven. In 1939 en 1940 werden kaarten echter met de hand gemaakt, stuk voor stuk. Dat daarbij projectie en overtrektechnieken werden gebruikt vereenvoudigde de boel, maar maakte de processen nog steeds uiterst bewerkelijk. De meest voor de hand liggende verklaring voor het niet bekend worden van de brug bij Alblasserdam bij 7.FD is dat de foto’s van de sector niet op tijd tot stafkaarten waren verwerkt. Anderzijds is het vreemd dat het tussenstation tussen het Kommando Rowehl en de cartografen – de interpretatiediensten – desondanks de brug bij Alblasserdam niet opgemerkt hebben. Des te meer daar de brug een niet te missen groot object was en dat er aan de oostzijde in elk geval een voorname autoweg heen liep, het opgeleverde deel van de A15.

Wellicht is er nog iets opmerkelijks. In het krijgsverslag van IR.16 [411], dat landde op Waalhaven en haar taken onder andere in het oosten van IJsselmonde had, wordt wel verwezen naar de brug bij Alblasserdam. Althans dat heeft er alle schijn van. In het rapport staat letterlijk bij de operationele marsorders:

» II./IR16 entsendet unmittelbar nach der Landung Sicherungen zu den Eisenbahn- Strassen- und Autobahnübergangen ostw. Ridderkerk ab. «

Het rapport is geschreven op 26 mei 1940. De letterlijke vooroorlogse instructies zijn (bij auteur) niet voorhanden [althans, er zijn geen gecertificeerde originelen bekend]. Er kan dus sprake zijn van wijsheid achteraf. Maar er wordt in elk geval duidelijk verwezen naar overgangen ten oosten van Ridderkerk. Opvallend is echter dat men a) verwijst naar meerdere overgangen en b) spoorbaanbrug(gen). De brug bij Alblasserdam was echter zuiver een autoweg brug. Maar andere bruggen zijn er nauwelijks denkbaar. Ondanks deze vermelding in het krijgsverslag van IR.16 mag men er eigenlijk niet vanuit gaan dat IR.16 wél van de brug wist. Men zou er dan immers beslist een taakgerichte eenheid op afgestuurd hebben in de vroege morgen. In feite geschiedde dat alleen richting het veerhoofd bij Ridderkerk. We mogen er dus eigenlijk wel vanuit gaan dat de ‘vooroorlogse’ instructie in het rapport van IR.16 in feite niet geheel authentiek was …

Het fenomeen van de gemiste brug bij Alblasserdam stond niet op zichzelf. Twee andere opmerkelijke missers waren er. Dat waren de bij de Luftwaffe onbekende hulpvliegbasis Ruigenhoek en de veldgesteldheid van de nieuwe vliegbasis Valkenburg. Om bij de laatste te beginnen, is het opvallend dat de Duitse foto interpretatieafdelingen kennelijk nooit een opmerking hebben gemaakt dat de vliegbasis bij geen enkele Nederlandse eenheid in gebruik was en dat er geen luchtafweer stond. Dat zou aanleiding moeten hebben gegeven voor grondverkenning, zoals dat gebruikelijk was als een object niet naar bevrediging kon worden geïnterpreteerd vanuit luchtfotografie. De Duitse militair luchtvaart attaché Wenninger was bijzonder actief als het aankwam op de verkenning van de ML faciliteiten en bewegingen. Hij maakte diverse heimelijke tochten, waarbij Valkenburg beslist door hem of één van zijn handlangers werd bezocht. Het is uiterst merkwaardig, gezien de importantie van het gebruik van het vliegveld, dat de Duitsers de drassigheid van het veld niet hebben onderkend. In ‘loslippig’ Nederland van dat moment zou dat zonder al teveel moeite zijn prijsgegeven. Dat is een kwestie die ook na de capitulatie in het Duitse kamp tot sterke verwijten aanleiding gaf. Logisch, want van alle drie hier besproken kwesties was het uiteindelijk de enige die tot een flink Duits blauw oog leidde. De andere kwestie is echter nog opvallender. Dat betreft het vliegveld Ruigenhoek. Het is uit Duitse documenten [archieven Nachrichtenwesen i.d. Niederlande] gebleken dat men vooroorlogs van het bestaan van vliegveld Ruigenhoek heeft geweten, welk veld formeel een geheim hulpvliegveld voor de ML was. Desondanks is het nooit door de Luftwaffe aangevallen en kon zodoende de gehele meidagenoorlog functioneren. Het zijn kwesties die qua gewichtigheid en onlogica van de gemiste informatie vergelijkbaar zijn met het overzien van de brug bij Alblasserdam.

Het Duitse operatieplan voor IJsselmonde noordoost

IJsselmonde noordoost was een operatiedeel in de luwte van de overvaldoelen. Het was dan ook een hoek van het operatiegebied welke geheel voor rekening van de luchtlandingstroepen zou komen. Men rekende er dus op dat er enige tijd overheen mocht gaan voordat Duitse eenheden zich in deze sector dienden te melden. Dat Duitse uitgangspunt was vanzelfsprekend gebaseerd op het feit dat het noordoosten van het eiland IJsselmonde, het westen van de Alblasserwaard en de noordelijke oever van de Nieuwe Maas ten oosten van Rotterdam geheel van Nederlandse troependetachement en eenheden waren ontbloot. Hetzelfde gold subsidiair voor de locaties Spijkenisse en Barendrecht.

Het was IR.16 [Oberst Hans Kreysing] dat de taken op zich dienden te nemen het oosten van IJsselmonde te bezetten. I./IR16 [Major Henschel] zou richting Zwijndrecht / Dordrecht trekken. Zij zouden daar de parachutisten aflossen, die dan vrij zouden komen elders op het Eiland van Dordrecht te worden ingezet.

II./IR16 [Hauptmann Sander] kreeg de opdracht kleine taakgerichte eenheden naar de oostzijde van Ridderkerk te sturen en daar 'alle bruggen en overgangen' te bezetten. Zij zouden daarbij gesteund worden door enkele pioniers van 2./Pi.22 die met een gemotoriseerde Gruppe en een Funk Trupp [verbindingsteam] reeds voor de eenheden van II./IR.16 uit het veer bij Ridderkerk moesten bezetten alsmede daar aanwezige telefoonleidingen moesten doorknippen. II./IR.16 zou zich, met uitzondering van de vooruit te sturen teams, eerst verzamelen te Hordijk en van daaruit haar taken op zich nemen de gehele noordoost zijde van het eiland IJsselmonde te bezetten. Daarbij speciaal aandacht voor de autoweg Rotterdam – Rijsoord en de zuidelijke oever van de Nieuwe Maas aan de oostzijde van Rotterdam.

Over de grootte van de Duitse eenheden die naar Ridderkerk en omgeving werden gestuurd zijn de bronnen onduidelijk. Het rapport van IR.16 [411] spreekt over ‘Sicherungen’ en na de landing over een peloton dat naar Ridderkerk werd gestuurd. Of dat ene peloton aan de aanduiding ‘veiligheidsbezetting’ voldoet is lastig te beantwoorden. Specifieker zijn de bronnen helaas niet. Ten aanzien van de delegatie van 2./Pi.22 is men duidelijker. Een Gruppe pioniers aangevuld met een Funk Trupp. Dat was circa 15 man bij elkaar.

Op weg naar Ridderkerk

De uitgebreide landingen die algemeen als ‘Erste Welle’ en ‘Zweite Welle’ – eerste en tweede golf – werden aangeduid en die volgenden op de parachutistenlandingen, hadden geheel IR.16  moeten doen landen op Waalhaven. Dat had allemaal tussen 0430 en 1100 uur moeten geschieden. Daar kwam het niet van. Veel manschappen zouden pas later landen.

[411, 422] III./IR.16 [Oberstleutnant Dietrich von Choltitz] kwam wel vrij homogeen aan [met bataljonsstaf, 9./IR16 en 12./IR.16], met uitzondering van 10./IR16 dat pas rond het middaguur zou landen en 11./IR16 dat al bij de Maasbruggen was geland met de watervliegtuigen. Daarop volgde I./IR.16, wat met 23 vliegtuigen (staf plus twee compagnieën) zou landen, maar er kwamen slechts 7 toestellen in eerste instantie aan (1). Het was daarna de beurt aan II./IR.16 om te landen. Over de samenstelling van hun landing is weinig aan het (bewaarde) papier toevertrouwd, maar zeker is dat 6./IR16 - met uitzondering van één peloton - en 7./IR.16 landden voor de middag. Die beide eenheden zouden immers bij Smitshoek in aanraking komen met 4.Bt.LuA. Langmann  [420] – die er in zijn rapport het meest gedetailleerd van alle bronnen op inging – geeft aan dat in de avond van 10 mei door de staf van 22.LL te Hordijk beschikt kon worden over II./IR16 zonder een derde van 6./IR16. 7./IR16 was elders ingezet en niet ter beschikking van IR.16 edoch wel geland. Voorts I./IR16 zonder een deel van 3./IR16 [waarvan we weten dat het tweede deel in de late avond aankwam [411]]. Van III./IR16 weten we dat het geheel aankwam op de 10e, maar ook direct in Rotterdam werd ingezet [410. 411]. Duidelijk is uit Langmann zijn rapport [420] en de wetenschap van een completering van 3./IR16 in de late avond [411], dat vermoedelijk alleen een peloton van 6./IR16 van de drie bataljons niet was geland op 10 mei. Er kan verder weinig over worden gemeld anders dan dat van geheel IR.16 tijdens de meidagen 1,995 man ingezet zijn [400-404]. Dat was vrijwel de gehele luchtlandingssterkte [434] volgens de 22.LL rapporten.

(1) Volgens Weiss [422] en het rapport van IR.16 [411] kwamen er in eerste instantie slechts 6 van de 18 toestellen aan. Volgens een studie van Oberst Langmann [420] kwamen er 7 van de 23 toestellen aan. Het aantal van 18 toestellen is echter erg onlogisch, want dat zou voor anderhalve Staffel staan. Het getal van 23 toestellen lijkt te duiden op twee Staffels [met een uitgevallen toestel], wat veel logischer lijkt. Het is echter een keuze van auteur zelf. Bovendien blijkt uit alle bronnen dat nadien deze eenheden – met uitzondering van een peloton - alsnog zijn geland. Het is dus een triviale kwestie.

[411, 422] Zeker is dat ook voor het middaguur de grootste delen van 1./Pi.22 [Hauptmann Bader] en 2./Pi.22 [Oberleutnant Metzdorf] geland zijn. Van 1./Pi22 ging een substantieel deel verloren, onder andere door de dood van 14 man [inclusief Oberleutnant Otto] bij de crash van een Ju-52 bij Zaltbommel [32]. 2./Pi22 verloor twee vliegtuigladingen – volgens de Erfahrungsberichte [400-404] 40 man plus een officier – die abusievelijk bij Delft geland waren. De compagnie had daarnaast een peloton direct ter inzet naar Rotterdam gestuurd en bovendien was er al een Trupp van hen ingedeeld geweest bij de watervliegtuig landing. Uiteindelijk kwam een sterkte van maximaal anderhalve compagnie plus staf aan de grond. Volgens het Erfahrungsbericht en KTB van 22.ID [400-404] kwamen er in totaal 7 officieren en 276 manschappen van Pi.22 aan de grond bij Waalhaven. Daarbij zijn de gesneuvelden bij Zaltbommel en de verkeerd afgezette mannen bij Delft niet inbegrepen. Organiek [=luchtlandingsinzet] zouden beide compagnieën inclusief bataljonsstaf dus uit 339 man hebben bestaan. Het gros van deze manschappen had motoren en fietsen ter beschikking voor de verplaatsing. Ongetwijfeld zullen zij ook voertuigen hebben geconfisqueerd. Voor de luchtlandingsinzet [434] bestond het bataljon slechts uit een staf en twee compagnieën. Daarbij werden wel manschappen en materieel uit alle achterblijvende eenheden uitgewisseld met de landende troep.

Van de eerst gelande manschappen der II./IR.16 werd één peloton [ca. 40 man], van vermoedelijk 6./IR.16, spoedig [hoe ‘spoedig’ is helaas niet duidelijk, maar gezien het gevecht bij Smitshoek waaraan 6./IR16 volgens bronnen meedeed, dus na het middaguur] naar de veerpont bij Ridderkerk gestuurd. Daarvoor werden vrachtwagens gebruikt [411]. Voordien hadden de mannen van 2./Pi.22 met een toegevoegd verbindingsteam al naar Ridderkerk moeten zijn gegaan. Het is mogelijk dat zij echter nooit aldaar aankwamen. Althans, zowel het verslag van IR.16 [411] als van Langmann [420] stellen dat de pioniers nooit verschenen. Dat stelt auteur deels voor raadselen.

Langmann stelt over de kwestie letterlijk in zijn rapport:

» Anstelle der fehlenden Gruppe der 2./Pi22 wird ein Zug der 6./IR16 auf Kfz zur Fähre ostw. Ridderkerk an die Noord in Marsch gesetzt. Er kommt dort ohne Berührung mit dem Gegner an, bittet aber wegen beobachteter starker Bewegungen des Gegners am jenseitigen Ufer im Verstärkungen. «

Helaas is deze weergave enigszins cryptisch. Want Langmann ‘propt’ de gehele gebeurtenis van aankomst van het peloton en waarneming van sterke Nederlandse militaire aanwezigheid in een zin. Die Nederlandse aanwezigheid was echter pas rond 2100 uur Nederlandse tijd aan de orde. Voordien waren er slechts heel kleine groepjes officieren als waarnemers van de situatie aan de brug geweest. Niemand anders. Kortom, Langmann geeft geen enkele indicatie van tijd. Helaas.

Beide verslagen [411, 420] maken overigens geen onderscheid tussen het veer te Ridderkerk en de brug te Hendrik Ido Ambacht. Daarom kan er sprake zijn geweest van verkeerde interpretatie. De Zug van 6./IR16 lijkt namelijk direct bij de brug te zijn aangekomen en geheel niet bij de veerpont te zijn geweest. De aanleiding voor die mogelijk verkeerde interpretatie wordt duidelijker in de onderstaande bespreking.

Ridderkerk had inderdaad een pontveer dat met Kinderdijk verbond. Het was het enige veer over de Noord en werd eufemistisch [de veerdienst stamde uit 1783] als ‘het Nieuwe Veer’ aangeduid. De Duitse bronnen geven geen helderheid over tijdstippen in de ochtend en middag ten aanzien van het noordoosten van IJsselmonde. Dat doet auteur A. Korpel wel in zijn ‘Strijd om de vergeten brug’ [57]. Daarin wordt niet alleen gemeld dat de Duitsers al ruim voor 1000 uur ’s ochtends bij het pontveer verschenen, maar dat zij ook op fietsen arriveerden. Dat wordt ontleend uit diverse burgerverslagen alsmede verslagen van de veerdienstbediening.

Een treffende beschrijving [57] van burgers gaat over de grimmige stemming die spoedig in Ridderkerk ontstond. In de vroege morgen kwam een stel militairen aangefietst die ‘graspollen’ op de helm hadden. Men dacht eerst aan Nederlanders ‘die een slokje teveel op hadden’, maar het bleken Duitsers, die vriendelijk lachend en zelfs wuivend richting Veerstoep [veerhoofd aan Ridderkerkse zijde] reden. Daar groeven ze zich in. De veerbedienden lieten ondertussen de veerdienst – die nog heel wat naar hun werk gaande burgers ter afhandeling kreeg – gewoon doorgaan. Ook zij werden uiterst vriendelijk bejegend. Toen echter krijgsrumoer ontstond dat dichterbij kwam, werden ook de Duitsers grimmiger in hun opstelling. De veerbedienden vonden het te riskant worden. Toen even na 1000 uur een vertegenwoordiger van King pepermunt in zijn auto – met een grote rol als reclame op het dak – zich wilde laten overzetten, moest hij de veerbedienden werkelijk overreden hem te varen. Aan de Ridderkerkse zijde gekomen, kwamen de Duitsers direct naar de auto toe, haalden de chauffeur eruit en verwijderden het gehele dak. Vervolgens namen ze de wagen in gebruik als transportmiddel om contact met het achterland [vermoedelijk Hordijk] te houden. De veerdienst werd daarna onmiddellijk door de veerbedienden gestaakt, het veer aan de Kinderdijkse zijde afgemeerd.

We hebben nog een aanwijzing. In de noordoosthoek van het eiland IJsselmonde lag de 1e sectie van de IIIe Afdeling Zoeklichten. In het krijgsverslag van de Afdeling [307] wordt over de 1e sectie gemeld dat zij in aanraking kwamen met parachutisten in de vroege ochtend. Daarbij is - volgens het verslag - sprake geweest van een intensief vuurcontact. Bovendien meldt men dat een groep onder sergeant Hoefman door de parachutisten werd afgesneden en gevangen genomen. De 1e sectie lag vlakbij Ridderkerk. Van 10./FJR1 weten we dat ze ook bij Smitshoek opereerden. Wellicht zijn zij de parachutisten geweest die met de sectie in aanraking kwamen. Mogelijk dus aanleiding hier een verband te zien tussen de eerste verschijning van Duitsers te Ridderkerk en deze parachutisten.

Het verhaal uit Ridderkerk van burgers en veerdienst is treffend en zal beslist in grote lijnen op waarheid berusten. Althans, het is niet erg aannemelijk dat er zoveel verslagen van inwoners van Ridderkerk alsmede de veerdienst te Kinderdijk de aankomst en gebeurtenissen in de ochtend van 10 mei uit de dikke duim hebben gezogen. Er waren dus vrijwel zeker Duitsers bij het veerhoofd in de vroege ochtend. Nu wil het buitengewoon vervelende geval zich voordoen, dat de Duitse verslagen dit dus ontkennen - althans in relatie tot IR.16. Zowel het verslag van IR.16 [411] als het verslag van Langmann [420] stellen beide dat de pioniers nooit aankwamen aan de Noord en dat een peloton van 6./IR16 als eerste ter plaatse arriveerde in de middag. Auteur is echter vrijwel overtuigd dat er Duitsers in de ochtend aan de Noord verschenen bij Ridderkerk. Van welk onderdeel zij waren is onduidelijk. Het zijn de pioniers geweest (wellicht zonder Funk Trupp) of parachutisten op verkenning. Mogelijk ook een patrouille van II./IR16, maar dan was het later op de ochtend. Als we de contacten die de zoeklichten sectie ten westen van Ridderkerk in de ochtend hadden mogen volgen, kunnen het parachutisten zijn geweest. Het is dus een kwestie die vooralsnog met een slag om de arm vermeld moet blijven worden.

De brug bij Alblasserdam

In Alblasserdam was geen Nederlandse militair te vinden. Een keer kwam een KMAR patrouille burgers van hun bed lichten die op een van de interneringslijsten voorkwamen. Voor de brug was geen aandacht. [57] Kort na het middaguur was door de brugwachter echter het neerlaten van bevoorradingscontainers aan parachutes waargenomen die bij Zwijndrecht landden. Hij nam daarop contact op met de burgemeester van Alblasserdam. Deze verordonneerde het onmiddellijk openen van de brug met de uitdrukkelijke instructie dat die slechts op militair gezag weer mocht zakken. Vanuit het kantonnement Dordrecht werd dit besluit gesanctioneerd in de late middag [57]. In de watertoren vlakbij de brug, in Hendrik Ido Ambacht, zat een civiele dienst, de luchtbeschermingsdienst. Zij namen ontzettend veel activiteit waar, maar waren met geen militaire dienst verbonden.

Al die tijd kwam niemand op het idee de brug bij Alblasserdam te bezetten met tenminste een militaire beveiliging. Curieus genoeg had dit het meest op het traject van het kantonnement Dordrecht gelegen. Zij hadden in Papendrecht een voorpost die het veerhoofd aldaar bewaakte. Bovendien zat er een KMAR post in Papendrecht die ook te Alblasserdam gezag had. Die beide stations hadden met kantonnement Dordrecht van doen. In de middag van 10 mei werd de kantonnementsstaf te Dordrecht bovendien verwittigd dat de brug aan de westelijke zijde inmiddels door Duitsers was bezet. Toch besloot men geen enkele militair die kant op te sturen. Enerzijds begrijpelijk wegens de nijpende situatie in Dordrecht, anderzijds minder goed verklaarbaar, daar het 1,500 man tellende garnizoen in Dordrecht – wegens de importantie van het object – natuurlijk best een groep militairen had kunnen missen.

Brug Alblasserdam

Hoe het ook zij, in de loop van de middag kwamen de Duitsers erachter dat er een brug was bij Alblasserdam. Een brug waarvan men het bestaan tot dat moment niet had gekend, althans bij de staf van 7.FD niet. Om 1820 uur [411] zat er bij de Alblasserdamse brug een peloton van 6./IR.16 [Oberleutnant Brückner] ondersteund door één stuk 3,7 cm PAK van 14./IR16, dat vanuit de regimentsreserve was toegewezen.

Het bestaan van de brug kwam eerst door bij de operationele staf van 22.LL voor het zuidelijke front, dat te Hordijk een tijdelijk hoofdkwartier had ingericht. Dat bracht een schok teweeg. Student zat nog in Rotterdam zuid met zijn staf en zal dus enige tijd later op de hoogte zijn gebracht van deze ontdekking. Uit alle bronnen terzake blijkt zijn verbazing, schok en boosheid. Desondanks zou de ontdekking van de brug niet direct aanleiding geven tot een versterking van de bezetting. Student vreesde namelijk vooreerst de veiligheid van zijn bruggenhoofd te zien worden bedreigd vanuit Dordrecht en de zuidzijde van de Oude Maas.

Student zijn terughoudendheid direct troepen te sturen naar Hendrik Ido Ambacht is begrijpelijk. Diverse auteursrechterlijke werken over het gebeuren, alsmede sommige Duitse bronnen [zie o.a. het eerdere citaat van Langmann] doen lijken alsof de ontdekking van de brug samenviel met de rapportages van Nederlandse troepen aan de overkant. In feite zijn vele uren verstreken tussen de rapportage van de ontdekte brug én de latere aankomst van Nederlandse troepen. Want, hoewel de brug al in de vroege avond werd geïnspecteerd door officieren van de Lichte Divisie, kwamen de eerste eenheden pas na donker aan in de omgeving. Pas rond 2200 uur zal een rapport richting Hordijk zijn gegaan dat sterkere Nederlandse verbanden aan het arriveren waren. Die constatering zal nadien richting Student zijn gegaan en hem beslist niet voor circa 2300-2330 uur hebben bereikt. Pas op dat moment zal de generaal werkelijk geschrokken zijn. Te meer daar hem volkomen onbekend was waar sterke Nederlandse eenheden dan vandaan waar gekomen.

Deze gereconstrueerde gang van zaken zien we min of meer ondersteund in de bronnen. IR.16 [411] meldt om 1820 uur dat zij rapport ontvangt van de ontdekking van de brug:"II./16 meldet, dass hart Südl Ablasserdam eine bis dahin unbekannte Autobrahnbrücke über die Noord festgestellt wurde.“.

Om 2220 uur meldt IR.16 het waarnemen van veel motorgeluid door 6./IR.16: “Oberlt Brückner, 6.Kp, der mit seinem Zuge [sic] die Autobahnbrücke hart südl Alblasserdam sichert, meldet, dass auf den ostw. Ufer Motorengeräusche zu hören sind. Die Meldungen werden durch das II./IR.16 mehrfach bestätigt.“

Volgens de kroniekschrijver Hermann Götzel, die de memoires van Kurt Student schreef [500], werd de generaal zelfs ’s morgens vroeg (11 mei) pas op de hoogte gesteld van de vaststelling van Nederlandse eenheden bij Alblasserdam, en wel toen de generaal daar zelf polshoogte kwam nemen. Dit lijkt een onwaarschijnlijke voorstelling van zaken. Oberst Kreysing [C-IR.16] had in de avond en nacht de meldingen van II./IR16 op zijn bureau gekregen en had passende maatregelen genomen. Hij zal van de ontdekking van de brug zeker melding hebben gemaakt aan de staf van generaal Student. Het is anders niet goed verklaarbaar dat om 2220 uur de melding van sterke Nederlandse troepen op het regimentskwartier te Hordijk binnenkwam en pas om 00235 uur [volgens het verslag van IR.16 zelfs pas 0335 uur] versterkingen richting Hendrik Ido Ambacht werden gestuurd. De versterkingen die werden gestuurd waren op dat moment te Hordijk al de gehele avond beschikbaar. Er zal echter overleg met de staf 7.FD zijn gevoerd, hetgeen de aanzienlijke tijdspanne tussen beide evenementen verklaren kan. Op de voornoemde versterkingen wordt overigens pas bij de bespreking van 11 mei nader ingegaan.

Aan Nederlandse kant stond er e.e.a. op til. Daarvoor wordt verwezen naar het hoofdstuk Alblasserwaard.

Slachtoffers

In twee onderscheidelijke tabellen worden de gesneuvelde Nederlandse militairen weergegeven die op 10 mei (of als gevolg van opgelopen verwondingen die dag) omkwamen.

De eerste tabel geeft de 57 gesneuvelden bij de strijd om en in de directe omgeving van Waalhaven. Het betreft 54 militairen en drie burgers (politie officier en twee brandmeesters).

De tweede tabel de gesneuvelden elders op het Eiland IJsselmonde.

Een derde tabel toont de Duitsers waarvan vastgesteld is dat zij op Ysselmonde (met uitzondering van Rotterdam en Zwijndrecht) omkwamen bij de gevechten. Wederom geldt bij de Duitse slachtoffers het voorbehoud dat menig gesneuvelde werd geregistreerd in Rotterdam zonder nadere bijzonderheid en zonder dat elders details zijn te traceren. Deze zullen op de slachtofferrol van Rotterdam verschijnen.

Naam Rang Onderdeel Bijzonderheden
Mourik, P Sld St-III-RJ Gewond bij hangars, aan verw. overl.
Witkamp, JBA Sld St-III-RJ Telefooncentrale in hoofdgebouw
Dünszenmann, WJ Sld 1-III-RJ Bij hangars, aan verw. overl.
Eckhardt, K Sld 1-III-RJ Bij hangars
Hertog, B den Sld 1-III-RJ Bij hangars, aan verw. overl.
Links, HM Sld 1-III-RJ Bij hangars, aan verw. overl.
Sluis, M Dpl sgt 1-III-RJ Bij hangars
Steenbergen, J van Dpl korp 1-III-RJ Bij hangars
Vellekoop, Th Dpl sgt fou 1-III-RJ Bij hangars, aan verw. overl.
Zalm, W van der Sld 1-III-RJ Bij hangars, aan verw. overl.
Bergen Henegouwen, PCA Sld

2-III-RJ

Langs schutting noordzijde
Bouten, G Korp P.Tr 2-III-RJ (?) Bij gebouw politiewacht
Bronswijk, JC Sld 2-III-RJ Langs schutting noordzijde
Feenstra, HA Res 1e lt 2-III-RJ Sie C., bij gebouw politiewacht
Gaalen, A van Sld 2-III-RJ Gewond bij stallen, aan verw. overl.
Lohuis, FJ Sld 2-III-RJ Langs schutting noordzijde
Mica, WCJJ Sld 2-III-RJ In hoofdgebouw
Nieuwkamp, H Sld 2-III-RJ In de stallen
Nuis, J Sld 2-III-RJ Langs schutting noordzijde
Praagh, S van Sld 2-III-RJ Bij ingang Korperweg
Rooijen, MB van Sld 2-III-RJ Op de Kromme Zandweg, aan verw. overl.
Speetjens, PH Sld 2-III-RJ Bij hangars
Vuuren, B van Sld 2-III-RJ Bij ingang Korperweg
Joosten, PJH Sld 3-III-RJ In hoofdgebouw
Rek, AJW de Sld 3-III-RJ In hoofdgebouw
Dors, JAL Dpl korp 4e sie MC-III-RJ Bom in opstelling NO zijde
Engelen, WJ Sld 4e sie MC-III-RJ Bom in opstelling NO zijde
Snijder, D Sld 4e sie MC-III-RJ Bom in opstelling NO zijde, aan verw. overl.
Stiphout, A van Sld MC-III-Rj Gew. bij ingang Korperweg, aan verw. overl.
Vink, W Sld 4e sie MC-III-RJ Bom in opstelling NO zijde, aan verw. overl.
Visser, P Dpl sgt MC-III-RJ Bij ingang Korperweg
Berg, PGD van Sld 3-II-1 LvR Bij hangars / platform
Buurman, F Sld 3-II-1 LvR Bij hangars / platform
Duivenman, D Sld 3-II-1 LvR Gew. bij hangars, aan verw. overl.
Joldersma, J Sld 3-II-1 LvR Gew. bij hangars, aan verw. overl.
Kamp, J van de Sgt vm 3-II-1 LvR Bij hangars / platform
Klapwijk, J Sld vm 3-II-1 LvR Bij hangars / platform
Koster, C Sgt 1e kl vm 3-II-1 LvR Gew. bij hangars, aan verw. overl.
Mooijman, ThW Sld 3-II-1 LvR In oliehok in hangar
Morée, J SM Opz 3e kl 3-II-1 LvR Bij de hangars / platform
Slot, GJ Sld vm 3-II-1 LvR Bij de hangars / platform
Venema, JR Dpl sgt lusch 3-II-1 LvR Op het platform, (alt.) mog. bij Overschie
Vos, S de Dpl sgt lusch 3-II-1 LvR Gew. bij vliegtuigopstelplaats, aan verw. overl.
Zwijnenburg, J Sld 3-II-1 LvR Bij de hangars / platform
Boers, L Dpl korp 51 Pel LuMi Gew. in NO stelling, aan verw. overl.
Dees, DP Sld 51 Pel LuMi In NO opstelling
Nooteboom, W Sld 51 Pel LuMi In NO opstelling
Rijswijk, HO van Res kapt 13 Cie LuMi In auto gedood, NW zijde vlv.
Meulmeester, KW Sld 77e Bt LuA Gew. in batterijstelling door Bf-109 aanval, aan verw. overl.
Blok, BW Vw sld Luwa Wlhv Luwa post bij hangars
Kooijman, G Vw sld Luwa Wlhv Luwa post bij hangars, totaal verbrand
Kranenburg, H van Vw sld Luwa Wlhv Luwa post bij hangars, totaal verbrand
Hart, WD 't Dpl sgt Tr Det Art Co HKV Op de Kromme Zandweg
Hoolwerff, D van Dpl sgt Tr Det Art Co HKV Gew. op de Kromme Zandweg, aan verw. overl.
Westerlaken, T Maj v Politie Politie R'dam Gesn. door handgr. aan de Schulpenweg
Bosman, D Brandmeester Bw R'dam Gesn. tijdens bombardement aan de Schulpenweg
Koning, L. de Brandmeester Bw R'dam Gesn. tijdens bombardement aan de Schulpenweg


De 4 gesneuvelde Nederlanders elders op het Eiland Ysselmonde op 10 mei 1940:

Naam

Rang Onderdeel Bijzonderheden
Lansdorp, HLC Sld 4e Bt LuA Aan de Lageweg te Smitshoek, in gev. met para's
Nederveen, JM Sld 4e Bt LuA Aan de Lageweg te Smitshoek, in gev. met para's
Bodaan, AH Res 1e lt-vl 2-II-1 LvR Met D-XXI no. 238 neergeschoten en bij Rhoon gecrast
Simon Thomas, JCM Res maj-wn C Vlprk W'haven Op kruispunt dijken te Smitshoek gedood in kruisvuur NL en D troepen


De 31 Duitse gesneuvelden op het Eiland Ysselmonde  op 10 mei - zonder nadere bijzonderheden op of rond Waalhaven gesneuveld of exacte locatie onbekend - met uitzondering van de gesneuvelden in Rotterdam en Zwijndrecht:

Naam Rang Onderdeel Bijzonderheden
Fuchs, J Gefreiter 9./FJR1
Henke, O Gefreiter 9./FJR1
Hirsch, M Hauptgefreiter 9./FJR1
Kegel, K Gefreiter 9./FJR1
Nucklies, W Feldwebel 9./FJR1
Plöger, E Gefreiter 9./FJR1
Welter, H Oberjäger (=Uffz.) 9./FJR1
Brehm, P Feldwebel 10./FJR1
Jung, F Gefreiter 10./FJR1
Mira, R Gefreiter 10./FJR1
Müller, H Gefreiter 10./FJR1
Schröder, W Unteroffizier 10./FJR1 Uffz=Obj
Stiegler, G Obergefreiter 10./FJR1
Gallasch, G. Obergefreiter 11./FJR1 Bij Rhoon, dood in auto (door III Zl Afd)
Holtschneider, H Obergefreiter 11./FJR1
Janick, O Gefreiter 12./FJR1
Matthe, H Unteroffizier le FlakBt 106 Bij bomb. RAF (1*)
Strökens, P Gefreiter le FlakBt 106 Bij bomb. RAF (1*)
Wahlert, W. Kanonier le FlakBt 106 Bij bomb. RAF (1*) - gerepatrieerd
Hinnenberg, W Gefreiter St III./FJR1
Mandl, G Gefreiter St III./FJR1
Wildfang, J Gefreiter St 7.FD Op registratie 11 mei, ws 10 mei Smitshoek
Blechschmidt, H Obergefreiter L.Na.Abt.7 Vermoedelijk op Waalhaven gedood (2*)
Borstelmann, E Obergefreiter L.Na.Abt.7 Idem
Faber, W Gefreiter L.Na.Abt.7 Idem
Lange, L Obergefreiter L.Na.Abt.7 Idem
Harms, A Unteroffizier 4./AR.22 West van Alblasserdam
Eifler, W Hauptmann III./KgzbV1 Staffelkapitän, op Waalhaven geregistreerd
Frötscher, ER Oberfeldwebel St./KG.4 Rockanje, He-111 5J+DA
Seyfert, G Unteroffizier 4./KGrzbV.172 Op Waalhaven geregisteerd
Strahlendorf, D Unteroffizier 3./KGzbV2 Op Waalhaven geregistreerd


(1*) Het betreft het Blenheim bombardement overdag, waarbij een 2 cm FLAK opstelling een voltreffer kreeg. Niet het grotere nachtelijke bombardement. Kanonier Wahlert werd zwaar gewond gerepatrieerd met een Ju-52, maar overleed dezelfde dag in Duitsland. Hij werd in Berlijn begraven.

(2*) De L.Na.Abt.7 is een korte notering voor Luftnachrichten Abteilung 7e Fliegerdivision. De betreffende eenheid betreft de divisieverbindingsafdeling, waarin alle verbindingen met de hogere en direct ondergelegen alsmede samenwerkende eenheden werden verzorgd. Er is bovendien vastgesteld dat deze vier manschappen of op Waalhaven of op het Eiland van Dordrecht sneuvelden. Als dit geverifieerd is - en zij blijken niet op Waalhaven te zijn gesneuvelde - worden ze van de lijst hierboven gehaald en elders opgevoerd.

[De bronnen vindt u hier]