September 1939

Inleiding

Het werkelijke zuidfront Vesting Holland werd in wezen pas gevormd medio april 1940, toen de OLZ naar aanleiding van de Duitse veldtocht in Noorwegen, snel lessen leek te hebben geleerd van de verrassende overvalstrategie der Duitse troepen. Voordien gold de bezetting van het zuidfront volgens de doctrine van generaal Reynders, die tot en met januari 1940 de scepter had gezwaaid aan de Lange Voorhout in Den Haag.

Het is natuurlijk nooit achteraf vast te stellen wat generaal Reynders en zijn chef-staf generaal Carstens hadden gedaan na de invasie van Noorwegen. Feit is echter dat het zuidfront Vesting Holland tot half april 1940 vooral op papier bestond. Het is aan het handelen van de nieuwe OLZ en zijn chef-staf te danken dat het zuidfront op 10 mei 1940 tenminste een redelijke bezetting had gekregen. Maar of dat nu - de gebeurtenissen voor 12 april 1940 - werkelijk als een 'verdienste' te afficheren valt, is maar de vraag. Het heeft er alle schijn van, dat zonder de waarschuwingen die volgden uit de analyse van de invasie van Noorwegen, het zuidfront sterk onderbezet was gebleven, ondanks het feit dat Winkelman in tegenstelling tot zijn voorganger Noord-Brabant niet hardnekkig meer wilde verdedigen sinds 30 maart 1940 ...

Voormobilisatie

Voordat in april 1939 de zogenaamde voormobilisatie werd afgekondigd (1), was er sinds opening van de verkeersbrug in 1936 een politietroepen bezetting geweest bij de Moerdijkbruggen, in de toen eveneens in 1936 opgeleverde kazematten [Willemsdorp I en II]. Toen op 10 april 1939 de BOUV werd afgekondigd kreeg het zuidfront al enige militaire bezetting, waarbij men zich concentreerde op enkele steunpunten.

Die voormobilisatie is in Nederland merkwaardig genoeg nauwelijks bekend geworden, hoewel daarbij een aanzienlijk deel van het verlofleger in werkelijke dienst kwam en tot en met de Meidagen van 1940 ook bleef. Tijdens de voormobilisatie in april 1939 – beter bekend als de BOUV [Buitengewone Oproeping Uitwendige Veiligheid] mobilisatie – werden negen complete regimenten [13., 26., 27., 30., 35., 36., 37., 41. en 43.RI], één aanvullend bataljon [I-38.RI], het eerste Regiment Wielrijders [1.RW], het eerste Regiment Huzaren Motorrijders [1.RHM] en de beide eskadrons pantserwagens gemobiliseerd. Deze eenheden waren bedoeld om de beveiliging van het land te garanderen voor een onverhoedse overval en daarmee het nog niet gemobiliseerde leger de kans te geven onmiddellijk te mobiliseren, terwijl zij de buitenverdediging zouden voeren. De BOUV regeling was een gevolg van de door voormalig chef-staf luitenant-generaal Reynders op advies van de voormalig veldlegercommandant luitenant-generaal jonkheer Roëll vastgestelde risico’s op een strategische overval op Nederland. Een overval die zo snel zou plaatsvinden dat zij er nog geen aanleiding was geweest tot een algehele mobilisatie van het leger.

Op 10 april 1939 werden op het zuidfront de volgende posities ingenomen

  • Detachement kustartillerie Hellevoetsluis, waarbij twee batterijen kustgeschut [IX en X] met elk drie stukken 7 lang 40 en vier M.18 mitrailleurs tl.
  • Batterij XI met drie stukken 7 lang 40 bij Numansdorp.
  • 39.ResGC, dat de batterijen IX en X met elk een sectie beveiligde alsmede de posities Hellevoetsluis en Ouddorp (eiland Goerree) elk met een sectie bezette.
  • Het dekkingsdetachement Willemsdorp, waarin opgenomen het al parate detachement Politietroepen, en bestaande uit twee secties infanterie van I-41.RI. De rest van dat bataljon bewaakte Maasbruggen en sluizen in de sector Moerdijk tot aan St. Andries, en viel onder bevel van de TBB
  • Het Luchtverdedigingspunt Willemsdorp, toen bestaande uit 110 Bt LuA [batterij 7.tl], alsmede het (later gehandhaafde) drietal luchtdoelmitrailleur pelotons 82, 83 en 84.

Daarmee werden de meest cruciale punten, waaronder twee marinebases (hoewel goeddeels in ruste), bezet.   

Algemene mobilisatie 

Na de algemene mobilisatie eind augustus 1939 werd de bezetting van het zuidfront enigszins uitgebreid. Daarbij kwam er een aparte staf voor het zuidfront, Commando Zuidfront, die in Oud-Beijerland kwam te zetelen. Er werden drie Groepen gevormd, Hellevoetsluis, Numansdorp en Spui. Merkwaardig genoeg bleef de gehele Hoekse Waard [gebied tussen het Spui en de Kil] in eerste instantie onbezet. Zodoende ontstond in september 1939 de volgde bezetting van het zuidfront:

Groep Hellevoetsluis:

  • Stafkwartier met verbindingsafdeling
  • I-39.RI (min 1-I en twee secties MC)
  • 39.ResGC
  • Kustartillerie zoals tijdens voormobilisatie
  • Detachementen vaartuigendienst (Nieuwe Maas en Haringvliet)
  • CMM ter bewaking van het zeegat Goeree, met drie BV vaartuigen

Groep Numansdorp:

  • Stafkwartier met verbindingsafdeling
  • 1-I-39.RI (waarvan twee secties te Willemstad, een sectie te Numansdorp)
  • Twee secties MC-I-39.RI en een sectie 1-I-39.RI naar Willemsdorp
  • Kustartillerie zoals tijdens voormobilisatie [Batterij XI]
  • Detachementen vaartuigendienst (Haringvliet Oost en Hollands Diep)
  • Detachementen zinkschepenversperring Hellegaten en Kil 

Aanvullende maatregelen tussen september 1939 - april 1940

  • Twee afdelingen artillerie, 25.AA en 26.AA voor locaties Strijen en Numansdorp (dec '39)
  • Toevoeging van neutraliteits LuA, 6.Bt.LuA [7.5 tl] bij Strijen en 19.Bt.LuA [7.5 tl] bij Moerdijk, inclusief twee secties zoeklichten
  • Veerdienst Veer 2C te Moerdijk, ter ondervanging van noodzaak tot overbruggen van het Hollands Diep in geval van vernietiging van de verkeersbrug.

 
Herschikking troepen na 12 april 1940

De Duitse aanval op Noorwegen, vooral de specifieke aspecten van luchtlandingen en parachutistenovervallen die Noorwegen ten deel vielen, waren aanleiding voor het AHK om direct maatregelen te nemen om de buitenverdediging beter te bezetten. Tot 12 april 1940 was het uitgangspunt nog geweest dat het zuidfront ook na een Duitse invasie zou kunnen worden versterkt, waarbij het langs de Belgische grens geplaatste tweetal grensbataljons de eerste versterking zouden vormen en naderhand extra troepen konden worden ingeschoven. Dat dit niet zou volstaan voor een krachtige defensie, bleek na analyses van de inval in Noorwegen. Winkelman en zijn directe medewerkers besloten toen binnen enkele dagen om het zuidfront aanzienlijk te versterken. Het betekende dat geheel brigade C en een deel van brigade D van het oostfront naar het zuidfront zouden worden verplaatst, inclusief artillerieondersteuning. Dat betekende een zeer aanzienlijke versterking ter grootte van iets meer dan een divisiesterkte. Een en ander zag er als volgt uit.

Versterking op 12 april

  • De staf en verbindingsafdeling van Brigade C [die van Brigade D bleef onder het Veldleger]
  • 28.RI en 34.RI [zonder compganie PAG, met compagnie 6-veld en compagnie mortieren]
  • 11.MC en 12.MC [beiden 12 stuks Vickers M.18 zware mitrailleurs]
  • I-23.RA en II-23.RA [beiden op 12 april nog twee batterijen 7-veld; I-23.RA op 16 april met een derde batterij 7-veld 'versterkt']
  • 14.RA [drie batterijen 12-lang staal]
  • I-17.RA [twee batterijen 7-veld]
  • 13 C.Pn en 14.C.Pn


Vorming Groepen Spui en Kil

Nadat de hoeveelheid troepen door de versterking vanuit het oostfront aanzienlijk was geworden, werd besloten de bestaande groepen tot de Groep Spui te formeren, dat binnen hetzelfde territoir als voorheen zou functioneren en een Groep Kil toe te voegen dat de sector van het Spui tot aan de Kil zou beslaan, inclusief het Eiland van Dordrecht buiten het Kantonnement en inclusief de positie Moerdijk. Die Groepen zagen er eind april 1940 als volgt uit:

Groep Spui

  • Stafkwartier, verbindingsafdeling en GrAC te Oud-Beijerland

Vak Hellevoetsluis

  • Staf te Nieuwerhoorn
  • I-39.RI [waarvan 1-I-39.RI te Willemstad]
  • MC-I-39.RI [waarvan twee sc te Willemstad]
  • 39.ResGC
  • 1-II-34.RI
  • Twee sc 11.MC
  • Detachement kustartillerie, batterijen IX en X
  • CMM en middelen Hellevoetsluis 

Vak Numansdorp

  • Staf te Klaaswaal
  • I-34.RI en II-34.RI [min 1-II-34.RI]
  • Eén sc 11.MC
  • Detachement kustartillerie, batterij XI  

Overig

  • 1-III-34.RI [Groepsreserve]
  • I-14.RA en II-14.RA, elk met twaalf stukken 12-lang staal [Numansdorp]
  • 26.AA, met 12 stukken 15-langs staal [Numansdorp, plus 12 stukken reserve opgelegd]
  • 13.C.Pn [Piershil]
  • Detachementen vaartuigendienst Hellevoetsluis en Numansdorp
  • Detachementen zinkschepenversperring Hellegaten en Numansdorp

Groep Kil

  • Stafkwartier en verbindingsafdeling te Puttershoek
  • GrAC te Puttershoek, later 's Gravendeel (sector Eiland van Dordt te Amstelwijk]

Vak Strijen

  • Staf te Cillaarshoek
  • II-28.RI en III-28.RI (min 3-III)
  • Sc 6-veld en twee sc Mr, beide 28.RI
  • Eén kazemat voor de Moerdijkbrugbeveiliging met zware mitrailleur

Vak Wieldrecht

  • Staf te Amstelwijk
  • I-28.RI [waarvan 1-I-28.RI te Willemsdorp]
  • MC-I-28.RI [waarvan één sectie te Willemsdorp]
  • Dekkingsdetachement Willemsdorp [twee secties infanterie]
  • Sc 28 Cie Mr
  • Eén sc 11.MC [Willemsdorp]
  • Eén sc MC-3.GB [Willemsdorp]
  • Detachement Politietroepen Willemsdorp

Bruggenhoofd Moerdijk

  • Staf te Moerdijk, C-11.MC
  • 3-III-28.RI
  • 12.MC
  • sc 28.Bt 6-veld
  • Drie kazematten brugbeveiliging, twee met kanon van 5 en zware mitrailleur, één met zware mitrailleur.

Overig

  • III-34.RI (min 1-III), [Groepsreserve, incl. sc 28.Cie Mr]
  • I en II-23.RA [16, later 20 stukken 7-veld, Mookhoek en Strijen]
  • I-17.RA [8 stukken 7-veld, Eiland van Dordrecht]
  • III-14.RA [12 stukken 12-lang staal, Eiland van Dordrecht]
  • 25.AA [12 stukken 15-lang staal, Schenkeldijk, Hoekse Waard]
  • 14.C.Pn [Zeehaven, Dordrecht]
  • Detachement vaartuigendienst Hollands Diep
  • Veerdienst Veer 2C, Willemsdorp/Moerdijk

Luchtverdediging (onder Luchtverdedigingskring Rotterdam-Den Haag)

  • 6 Bt.LuA, drie stukken 7.5 tl no.1 te Strijen (neutraliteitspositie)
  • 19 Bt.LuA, drie stukken 7.5 tl no.1 te Moerdijk (neutraliteitspositie)
  • 3e en 4e sectie XI Zl.A.tl [Hoekse Waard]
  • Luchtverdedigingspunt Willemsdorp met 82, 83 en 84 Pel.Lu.Mi. aan noord- en zuidzijde Moerdijkbruggen, ieder met vier zware mitrailleurs Spandau M.25
  • Luchtverdedigingspunt Zwijndrecht met 85 en 86 Pel.Lu.Mi. aan west- en oostzijde van bruggen over de Oude Maas bij Dordrecht/Zijndrecht, ieder met vier zware mitrailleurs Spandau M.25

Met het aantreden van de Groepen Kil en Spui medio april 1940 verviel het zelfstandige Commando Zuidfront van kolonel De Brauw. De beide Groepscommandanten rapporteerden direct aan de C-VH in Den Haag.

Korte beschouwing

Op het laatste nippertje werd een catastrofe voorkomen doordat de OLZ handelend optrad in de uiterst zwakke bezetting van het zuidfront van de Vesting Holland. Men kan zich eenvoudig een voorstelling maken als de Duitse operatie zich had ontwikkeld tegen de achtergrond van de minimale bezetting die sinds de mobilisatie had gelegen op enkele steunpunten aan het zuidfront. Het was dan voor de Duitsers een eenvoudige kwestie geweest de sector onder Rotterdam onder controle te brengen en de troepen geconcenteerd in te zetten tegen Rotterdam en Dordrecht. Het is koffiedik kijken als er speculaties zouden worden gegeven over het verloop van de strijd in zo'n constellatie, maar tegelijkertijd verleidelijk te stellen dat de Duitse operatie in zo'n geval bij voorbaat succesvol zou zijn geweest.

De ronduit zwakke bezetting van het zuidfront in de periode onder de OLZ Reynders is op het eerste gezicht lastig te verklaren. Maar men bedenke zich dat onder die OLZ de Peel-Raamstelling nog deel uitmaakte van de hardnekkige weerstand linies en dat het zuidfront in een conservatieve opvatting van de te verwachten operatie daardoor in de eerste fase in de luwte zou liggen. Dat OLZ Reynders daarmee blijk gaf tijdens zijn 'bewind' de landing van luchtlandingstroepen en parachutisten evenzo geheel te hebben onderschat, steekt wat schril af bij de aanmatigende toon van diens naoorlogse brochures, waarin de gekrenkte Reynders zich weinig bescheiden opstelde ten aanzien van de strategie en het krijgsbeleid van zijn opvolger.

Feit is echter dat Winkelman enige tijd met een veel groter risico leefde dan OLZ Reynders deed. Want Winkelman had éérst [30 maart 1940] de Peel-Raamstelling als hoofdverdediging doen laten afvallen en pas nadat de details van de inval in Noorwegen bekend (en geanalyseerd) waren - op 12 april 1940 - zich gerealiseerd welk risico het leger liep met de zwak verdedigde zuidfront sector van Vesting Holland. Op 30 maart 1940 werd slechts geregeld dat pas na intreden van de oorlogstoestand het zuidfront met 3.GB en 6.GB zou worden versterkt. Met andere woorden, als Noorwegen niet als waarschuwing had gewerkt, was het zuidfront vesting-holland ondanks de belangrijk verlaagde weerstand in Noord-Brabant, niet versterkt geworden voor een Duitse invasie werkelijk aan de orde zou zijn. In die zin was het dus een groot geluk dat Noorwegen zoveel prijs gaf van de Duitse mogelijkheden en operationele durf.