Leger organisatie

Introductie

In deze uitgebreide sectie wordt een beeld gegeven van de Franse legergeschiedenis vanaf WOI en vervolgens een beeld geschetst van de Franse legerorganisatie met aandacht voor rangen, indeling, uitrusting en sterkte van diverse typische Franse legereenheden die bij het 7e Leger waren ingedeeld.

Het overzicht is uiteraard niet compleet. Dat zou ook niet beantwoorden aan het doel van deze website. Het gaat immers om het algemene begrip van de Franse eenheden die in Nederland werden ingezet. Onderstaande gegevens worden slechts gegeven om meer begrip te krijgen bij algemene verwijzingen naar onderdelen, hun materieel en hun sterkte elders op deze site.

Opbouw en kwaliteit tijdens het interbellum

De Fransen hadden na de Grote Oorlog – inmiddels ruim 60 jaar bekend als de Eerste Wereldoorlog – zich nadrukkelijk de houding aangemeten van de grote overwinnaar van dit grootste wereldconflict ooit [tot dat moment]. Daarbij hadden zij bij de totstandkoming van het vredestraktaat van Versailles – vanaf 1919 bekend als Verdrag van Versailles – een meer dan prominente rol gespeeld bij de wurgende sancties en restricties die Duitsland werden opgelegd. Dat daarmee een voorwaarde voor een volgend groot conflict werd geschapen, en men bovendien gevaarlijk zelfingenomen naar de eigen prestatie omkeek, ontging vrijwel de gehele wereld. Niet voor niets hadden het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten grote moeite met belangrijke onderdelen van het Versailles traktaat.

Het feit dat het Verdrag van Versailles Duitsland zoveel bestraffende, regulerende en beperkende regels voor haar krijgsmacht oplegde dat haar zelfs nauwelijks een basale defensieve krijgsmacht resteerde, gaf de overige Europese landen een vals gevoel van veiligheid. Die schijnveiligheid werd nog eens aangevuld met de Franse gedachte zich te verschansen achter een formidabele statische defensielijn, de Maginotlinie.

In de periode na 1918 ontstond in Frankrijk een duidelijk identificeerbare tweestrijd tussen de hoogste bevelhebbers uit de voorgaande oorlog. Aan de ene zijde de modernere denkers als Maréchal Ferdinand Foch [1851-1929] en Maréchal Joseph Joffre [1852-1931], en aan de andere zijde de conservatieven onder leiding van Maréchal Philippe Petain [1856-1951], de man die door de slag bij Verdun onsterfelijk was geworden, en Général Maurice Gamelin [1872-1958], de voormalige rechterhand van Joffre. Opvallend was dat de meest seniore oud-bevelhebbers juist de progressieve denkers waren en de 'jongere' tandem Petain en Gamelin vooral conservatieve gedachten lieten prevaleren. De progressief denkende opperofficieren opteerden voor een mobiel en gemechaniseerd leger dat een eventuele defensie op een dynamische wijze zou moeten kunnen vorm geven. Joffre bijvoorbeeld was aan de vooravond van WOI al een voorvechter van mobiliteit en dynamiek, maar werd ook toen al geremd door andersdenkenden. De slachtingen als gevolg van Verdun werden hem tijdens WOI - voor wat betreft zijn strategisch denken - fataal, en zodoende zou zijn mening vanaf dat moment minder tellen. Petain en de zijnen opteerden voor een duidelijk conservatieve benadering waarbij een groot deel van Frankrijk [de noordoost en oostgrens] statisch zou worden verdedigd. Met deze gedachte kon een veel kleiner staand leger worden gehandhaafd in plaats van een veel duurder grotendeels dynamische leger. Bovendien was het duo Petain - Gamelin overtuigd dat een dynamische strijdtoneel de Fransen niet zou liggen, welke conclusie zij trokken uit de gebeurtenissen eind 1914.

Het was Petain die als winnaar van die strategietwist tevoorschijn kwam. Uiteraard niet zonder dat wordt aangetekend dat zijn ideëen politiek beter lagen, omdat ze betaalbaarder waren dan een groot gemotoriseerd leger. Zijn doctrine en paradigma's vormden uiteindelijk de mal waaruit de hele Franse krijgsmacht zou worden gegoten. Bovendien zouden diverse landen - waaronder Nederland en België - zich vooral aan de strategische en tactische denkwijze van Petain meten. De Fransen waren immers de (zelfuitgeroepen) winnaars van het grootste en meest bloedige conflict dat de wereld ooit gezien had.

Na WOI likte Frankrijk flink aan haar wonden. De hele maatschappij was ontwricht nadat meer dan 10% van de jonge mannen was gesneuveld, vele miljoenen verminkt en getraumatiseerd, en de economie weer helemaal opnieuw moest worden aangeslingerd. Het leger had voorlopig een overdaad aan materieel, maar moest weer worden heringericht als een vredesleger. Als gevolg van de Franse strategietwist werd tot diep in de jaren twintig geen eenduidige doctrine gevolgd. Pas toen Petain in 1926 uiteindelijk zijn zin kreeg, ontstond een nieuwe vastere doctrine voor de landsverdediging.

Hoewel Petain een diepe gebetonneerde verdedigingsstelling had gewenst langs de gehele noordelijk en oostelijke grens van Frankrijk, kwamen de plannenmakers met een aangepaste versie voor de dag. Deze zag op de vervaardiging van een formidabele verdedigingslinie langs de gehele oostgrens van Frankrijk, van Zwitserland tot aan Luxemburg. Van Luxemburg tot aan de Noordzeekust slechts een lichte  [cordonvormige] versterkte linie. Bovendien zouden twee sectoren in de noordoostelijke opmarsroute richting Parijs ook een sectorlinie krijgen. Dat laatste was duidelijk een gevolg van de uitlopers van de Duitse opmars in 1914.

In 1930 was het de minister van Oorlog, Maginot, die een verzoek indiende voor het beschikbaar stellen van de benodigde kredieten – in het midden van de crisisjaren – voor de aanleg van de verdedigingslinies, en hiervoor unaniem de handen op elkaar kreeg. Daarbij waren overigens wel de noordelijke linie (langs de Belgische grens) en de reduits voor Parijs geschrapt. Maginot trad met de verwezenlijking van het Franse betonplan in de voetsporen van de eigenlijke bedenker van de Maginotlinie, Paul Painlevé. De ‘nieuwe’ Franse doctrine van Petain had zijn tastbare vorm gekregen. Vanaf dat moment werd een leger opgebouwd dat grotendeels als statische defensiemacht zou fungeren, met een beperkte parate mobiele en gemechaniseerde kern. Het voordeel van de Maginotlinie was dat men zich daarachter een statische verdediging kon permitteren zodat meer troepen beschikbaar zouden blijven voor een dynamische(r) verdediging in het noorden van Frankrijk en liever nog in België, dat men als toekomstig slagveld zag, zou Duitsland wederom tot tegenstander worden.

Het leger had naast de verdediging van het moederland een aanzienlijke taak in de verdediging van – en aanwezigheid in – de vele Franse koloniën. Een groot deel van Afrika was Franse kolonie [Marokko, Tunesië, Senegal, Mauritanië, Guinee, Mali, Ivoorkust, Benin, Niger, Tsjaad, Congo, Somalië, Syrië en Libanon], en bovendien was er Frans Indo-China [Vietnam], Laos alsmede de mandaatgebieden Togo en Kameroen. Deze laatste twee waren verkregen na WOI, net als Syrië en Libanon. Naast het feit dat hier (relatief) veel troepen werden gelegerd, werden anderzijds ook koloniale eenheden gevormd ten bate van de verdediging van het moederland. Vooral de Senegalezen en Marokkanen leverden vele manschappen voor het Franse leger [gevormd in de zogenaamde DIC en DINA divisies alsmede Spahi brigades] en zij waren beslist geen tweederangs troepen als het aankwam op hun vechtcapaciteiten.

Het leger aan de vooravond van WOII

In 1939 had Frankrijk een totale landmacht [paraat en mobilisabel] van niet minder dan 5,000,000 militairen. Hiervan waren echter slechts 2,800,000 militairen onder de wapenen geroepen en ingedeeld in parate eenheden te velde. De overige waren fysiek of administratief ingedeeld in depoteenheden, en deels reeds onder de wapenen. Voor Frankrijk betekende het dat men uiteindelijk 4,000,000 man op de been kon brengen in het moederland zelf, maar wel met de aantekening dat dit gedurende een langdurige oorlog gerealiseerd zou kunnen worden.

Numeriek sterkte

Op 10 mei 1940 had men 109 gevormde infanterie, cavalerie en gemechaniseerde divisies [= ca. 1.500.000 man] in het moederland of vandaar expeditioneel uitgezonden. Daarvan 75 divisies in het noordelijke deel alsmede in België. De rest was gepositioneerd langs de grens met Zwitserland en Italië, langs de grens met Spanje en langs de beide kuststroken, en enkele kleine eenheden in Noorwegen. De troepen in de kolonieën werden niet tot de 109 dvisies gerekend. Daarnaast had men vele tientallen kleinere zelfstandige eenheden, zoals enige brigades en enige tientallen zelfstandige tankbataljons, waarvan overigens vele met oude of zeer lichte tanks uitgerust waren. De vesting- en depottroepen had men achter de hand; deze konden geleidelijk aan worden geactiveerd en delen ervan waren reeds in zogenaamde CAF en TIF eenheden in statische linies opgenomen. Zodoende had men naast de 109 divisies allerhande kleinere (zelfstandige) tactische eenheden, ondersteuningseenheden en facilitaire onderdelen.

Beroepsmilitairen, dienstplicht en gemobiliseerde lichtingen

De Fransen hadden een beroepskern van circa 100,000 man. De rest van het leger was dienstplichtige of reservist. Daarmee waren zij wat de beroepskern betreft numeriek even sterk als de Duitsers begonnen, want die hadden hun leger vanaf 1935 evenzo uit 100.000 beroepsmilitairen uitgebouwd.

De Franse dienstplicht werd in de periode 1923-1935 voor de eerste oefening binnen een jaar vervuld, vanaf 1936 gedurende twee jaar. Daarna werd men reservist; langdurig. De eerste 3 jaar bij parate eenheden, daarna maar liefst 16 jaar bij de eerste reserve (A-type divisies) en vervolgens nog 8 jaar bij de tweede reserve (B-type divisies). Dat was niet minder dan 27 jaar na de eerste opkomst! 

In 1939 werden maar liefst 30 lichtingen [naast die van 1938-1939] geactiveerd of als 'in geval van oorlog te activeren' depottroepen op afroep gesteld. In mei 1940 betekende dit dat de oudste lichting binnen vestingeenheden van 1910 stamde. Soldaten die in de regel de leeftijd van 50 al benaderden of waren gepaseerd! Er waren legio luitenants van in de 50 en kapiteins die bijna 60 jaar oud waren! Uiteraard vormden deze hoogste lichtingen achterhoede eenheden. De voorste eenheden bestonden uit de parate eenheden en de A type divisies, aangevuld met B type (zoals in de Sedan regio!) divisies.

De eenheden

Het leger was opgezet in vier type eenheden, zoals al kort geduid. Actieve divisies, A-type divisies, B-type divisies en vestingdivisies.

De actieve divisies [17,000 man voor een infanteriedivisie] waren kwalitatief de hoogste gradatie eenheden, met volledige encadreering, een aanzienlijk deel beroepskader, volledige uitrusting en met de zwaarste en meest moderne bewapening. De motorisatie bij deze divisies was het best verzorgd.

Daarnaast had men 20 reserve-divisies uit de A serie. Deze waren minder goed bewapend dan active divisies en hadden meer reserve-kader [tot 70% manschappen reservist, 75% van de officieren reservist]. Motorisatie was bij deze divisies reeds minimaal.

Hierna volgde de 18 reserve-divisies type B. Deze waren archïsch bewapend, hadden nauwelijks artillerie en geen tank- en luchtafweergeschut en waren vrijwel geheel met reserve officieren en oude reservisten geëncadreerd [vrijwel 100% reservist]. De gemiddelde leeftijd van deze eenheden lag tussen de 35 jaar en 40 jaar. Motorisatie ontbrak vrijwel geheel net als andere moderniteiten zoals moderne verbindingen.

Als laagste klasse kende men de zogenaamde vestingeenheden en territoriale reserves. Dit waren in feite troepen die het niveau van een militie nauwelijks ontstegen met een ronduit belabberd bewapening. De gemiddelde leeftijd van deze eenheden lag ver boven de 40 jaar en zij waren volledig bestaand uit reservisten. Een groot deel hunner was niet of nauwelijks geoefend.

De hoogste graad divisies waren vrijwel allen op volledige sterkte (0-10% onder organieke sterkte). De A-type divisies waren regelmatig wel 15-20% onder de organieke sterkte, met name wegens de (duurzame) industriële en landbouwverloven. Bij de B-divisies was dit volume ontbrekende militairen soms zelfs 20-40%. Daarbij dient te worden opgemerkt dat opvallend veel Franse militairen op 10 mei 1940 verlof genoten. Binnen sommige eenheden - ook de actieve divisies - was 10-20% met verlof. Dat was mogelijk met de geldende regels die als ondergrens aangaven dat maximaal 20% van het leger tegelijkertijd verlof had. Men had dit op 9 mei 1940, ondanks de spanningen, niet aangepast. Een voornaam aspect dat daarin meespeelde, en dat Nederland en België bijvoorbeeld in veel mindere mate kenden, was dat de Franse verliezen tijdens WOI ervoor hadden gezorgd dat Frankrijk een demografisch probleem had met mobilisabele mannen, waaraan een groot tekort was ontstaan. Het betekende dat de industrie, die op meer dan volle toeren draaide om het leger te moderniseren en uit te breiden, mannen tekort kwam. Daarom kreeg een substantieel deel der reservisten een economisch verlof, dat slechts in tijden van verhoogde paraatheid werd ingetrokken. Die verhoogde paraatheid gold niet in de avond van 9 mei 1940 ...

Met uitzondering van de hoogste graad divisies, was er een groot gebrek aan voertuigen, motoren, tractie en zelfs paarden en rijwielen. De lagere klasse divisies waren zelfs volledig op de benenwagen aangewezen. Ook de munitievoorraden waren alleen voor de actieve divisies werkelijk toereikend. Een type A divisie had slechts voor twee dagen strijd munitie, en bij de type B divisie was dit nog minder.

Een kwaliteitsvergelijk

Een Franse actieve divisie was beduidend beter geoefend en uitgerust dan een Nederlandse Veldleger tegenhanger (met uitzondering van de Nederlandse Lichte Divisie), maar de A-type reservedivisie was reeds slechter af. De B-type divisie was slechter uitgerust en bewapend dan de hoogste Nederlandse regimenten [26-46 RI]. De Franse vestingdivisies waren in ronduit archaïsche staat en slechts vergelijkbaar met Nederlandse burgerwachtvendels, met uitzondering van enkele vestingdivisies die op cruciale vestingen waren ingedeeld. Een vergelijking met de Belgische divisies is beter te maken. De actieve divisies van beide legers waren redelijk vergelijkbaar, met een duidelijk voordeel voor de Fransen wat betreft motorisatie en tanks. De A-type divisie was goed vergelijkbaar met de eerste reserve divisies van het Belgische leger en de B-type divisie was net zo slecht als de Belgische tweede reserve divisie.

Franse B-type divisies kenden aanzienlijke contingenten manschappen die niet of nauwelijks met hun wapens hadden geschoten en van gebruik van handgranaten niets af wisten. Er zijn schattingen dat circa 20% van de reservisten in A en B type divisies onvoldoende met het persoonlijk wapen kon omgaan of er zelfs niet eens mee geschoten had en circa 25-30% wist niet hoe met een handgranaat om te gaan. Taferelen die in het Nederlandse leger voor de persoonlijke wapens in veel mindere mate golden, voor de handgranaten echter evenzo opgeld deden en vermoedelijk zelfs hogere percentages zouden tonen. Desalniettemin tonen de Franse cijfers aan dat de in Nederlands historisch werk regelmatig geuitte metaforen omtrent de vermeend unieke Nederlandse legerzwakte qua kennis en oefening niet kloppen.  

Rangen

Hoewel veel van de Nederlandse rangtitels min of meer rechtstreeks uit het Franse militaire jargon en de Franse militaire geschiedenis voortkomen, zijn er opmerkelijke verschillen bij sommige benamingen. Voorts is het voor het begrip goed te weten wat de betekenis is van sommige Franse rangen.

Franse landmacht NL landmacht 1940   Opmerkingen
       
Soldat, dragon, cuirassier, etc. soldaat, huzaar, etc.    
Soldat 1re class      
Brigadier, caporal korporaal    
Brigadier-chef, caporal-chef     Korporaal 1e klas na WOII
       
Sergent, maréchal sergeant, wachtmeester   2e Maitre [MLD] 
Sergent-chef sergeant 1e klas   Maitre [MLD] 
Adjudant     Geen NL equivalent
Adjudant-chef sergeant-majoor   Maitre principal [MLD] 
Major adjudant    
       
Adspirant vaandrig, kornet    
       
Sous-lieutenant 2e luitenant    
Lieutenant 1e luitenant    
Capitaine kapitein    
       
Chef de bataillon majoor   Infanterie
Chef d'escadron(s) majoor   Cavalerie/artillerie
Commandant majoor   Luchtmacht
Lieutenant-colonel overste    
Colonel kolonel    
       
Général de Brigade     Brigade generaal
Général de Division generaal-majoor    
Général de Corps d'Armée luitenant-generaal   Officieuze rang 
Général d'Armée     Geen NL equivalent
       


Bevelhebbers

In het Franse leger waren de rangen die gekoppeld waren aan bepaalde functies soms afwijkend van die in het Nederlandse leger anno 1940. Om een indruk te geven een impressie van bevelvoerders, hun rangen en functies.

De commandant van een Legergroep, Legerkorps of Leger was een général d'armee. De rang van général de corps d'armee was in feite geen rang maar een functie. Een commandant van een divisie was of général de brigade of général de division. Hoewel in principe een divisie door een général de division werd gecommandeerd, werd deze functie ook regelmatig door een général de brigade verricht. Zeker in de lagere klassen. Dat werd veroorzaakt door het gegeven dat brigades nauwelijks meer voorkwamen.   

Een regimentscommandant was een colonel of een lieutenant-colonel. Op bataljonsniveau was uiteraard een chef de batallion [majoor] de bevelvoerder, bij de cavalerie heette deze chef d'escadrons, bij een afdeling (bereden) artillerie heette deze chef d'escadron. De compagnie, eskadron of batterij werd door een capitaine gecommandeerd.

Als kleinere onderdelen kenden de Fransen een section, een groupe en een piece. De section was net al bij de Nederlanders meestal een sectie, maar kon ook slaan op kleinere verbanden die in ons leger als groep of afdeling [zoals verbindingsafdeling van enkele manschappen] zouden worden aangemerkt. Ondersteunende secties werden in het Franse leger heel vaak door een onderofficier geleid. Tirailleursecties - waarvan iedere compagnie er in de regel vier had - werden geleid door een sous-lieutenant, een adspirant [vaandrig] of een adjudant-chef [sergeant-majoor].

Een groupe - bij de tirailleurs bijvoorbeeld meestal bestaande uit een lichte mitrailleur plus 13 man - werd geleid door een sergent of sergent-chef. Bij ondersteunende eenheden was dit meestal - net als in ons leger - een sergent of sergent-chef met een zekere toevoeging, zoals comptable [administratie]. Een fourier was een maréchal des logis fourrier, maar soms ook een maréchal des logis chef fourrier [=sergeant 1e klas]. Binnen diverse dienstvakken werd de sergent maréchal genoemd, zoals in Nederland wachtmeester als equivalent bij Marechaussee, artillerie en cavalerie. Verwarrend overigens voor niet-Fransen, omdat de eretitel maréchal ook voor veldmaarschalk werd gebruikt, hoewel de veldmaarschalk niet meer bestond anno 1940 en men de opperbevelhebber in chique meestal generalissemus noemde.

Een piece werd als eenheidsbenaming gebruikt zoals het Nederlandse stuk, hoewel bij de artillerie bijvoorbeeld ondersteunende eenheden in plaats van sectie ook als piece werden aangeduid. Het kon daarom een grotere of kleinere eenheid zijn. Een mortierstuksbemanning werd bijvoorbeeld gecommandeerd door een caporal - chef de piece, bij een stuk anti-tank geschut was dat een sergent - chef de piece.

Wat algemeen opvalt aan de Franse encadrering van rangen en functies ten opzicht van de Nederlandse, is dat er relatief minder officieren op lager niveau waren ingedeeld - en functies dus aan ervaren onderofficieren werden overgelaten - maar dat op middel en hoger niveau een veelvoud aan officieren aanwezig was. Daarbij was de korporaal werkelijk een bevelvoerder - net zoals de Duitse equivalent Unteroffizier - wat in de Nederlandse krijgsmacht in veel mindere mate aan de orde was. Een Franse zware mitrailleur stuksectie werd in de regel door een korporaal gecommandeerd, waar dat in Nederland een sergeant was, een mortier stuksectie idem.

Een gemiddeld Frans infanterieregiment van de active of A-type klasse had circa 3,000 man, waarvan 80 officieren en 635 onderofficieren/korporaals. Ofwel, liefst bijna 25% van de bezetting was bevelvoerend. Dat was zeer aanzienlijk.

Eenheden en hun samenstelling

De Fransen hadden een enorme verscheidenheid aan eenheden. Het type eenheden dat in het 7e Leger was opgenomen wordt hieronder qua samenstelling, uitrusting en sterkte behandeld. Binnen diverse bronnen is er enige variatie in aangeboden functies en cijfers. De lezer zij zich bewust dat hoewel de cijfers uiterste accuretesse implicieren, afwijkingen geconstateerd kunnen worden.

Hieronder de weergave van een RI - type l'Armee Nord-Est, ofwel een Regiment d'Infanterie. Een regiment infanterie niet-gemotoriseerd zoals deze in het Noordoostelijke Franse leger organiek was samengesteld.

Eenheid Vertaald Bewapening/uitrusting Sterkte
       
Etat major Staf Incl cmdt 9
       
Compagnie de commandement Stafgroep 5 FM, 2 VB 197
- Section Services Sectie verzorging 2 Pd,  2 vw, 2 fietsen, keukenw 9
- Section Etat-major Sectie stafgroep 2 verb aut, 4 mot, 10 fiets 28
- Section Transmissions Sectie verbindingen 1 pd, 1 verb aut, 2 vw, 3 mot, 14 fiets 85
- Section Sapeurs Pionniers Sectie genie 6 pd, 3 auto, 5 fiets 50
- Sectie Eclaireurs moto Sectie verkenning 25 mot 25
       
Compagnie Hors Rang Stafcompagnie   166
- Section Services Sectie verzorging 3 pd, 1 auto, 1 vw, 2 fiets, 1 keukenw 14
- Section Ravitaillement Sectie intendance 32 pd, 12 karren, 2 smidw, 6 carriers, 2 postw, 1 mot, 1 fiets 63
- Section Approvisionnement Sectie bevoorrading 18 pd, 9 karren, 1 verb aut, 12 vw, 1 mot 25
- Section Dépannage Sectie herstel 4 vw, 1 rep. wag., 2 mot 15
- Section Service de Santé Sectie geneeskundige verz 4 pd, 1 amb vw, 1 gen. kar, 1 amb kar  49
       
Compagnie d'Engins Compagnie zware wapens   103 
- Section de commandement  Stafsectie  4 pd, 2 aut., 1 vw, 3 carriers, 1 moto, 4 fiets, 1 keukenw  28 
- 2 sections de canons de 25AC  Secties antitank geschut  elk 3 x 25 mm Hotchkiss, 4 pd, 3 voorw., 3 fiets, 1 ammo kar 54
- Groupe de mortiers de 81  Groep mortieren  2 mr 81 mm, 2 pd, 2 mr karren, 2 ammo karren  21 
       
3 Batallions d'Infanterie, ieder: Bataljons infanterie   853 
- Etat major Staf 4 pd  4
- Section de commandement Stafgroep   79
-- Groupe Transm. et renseign. Gr verb en ordonnansen 1 pd, 2 auto, 1 mot, 10 fiets  41
-- Groupe Ravitaillement Gr intendance 6 pd, 3 mun auto, 1 mun vw, 1 fiets 14
-- Groupe Service Sanitaire Gr geneesk verz 2 pd, 1 auto, 1 fiets 24
- Compagnie d'Accompagnement Ondersteuningscompagnie   188 
-- Section de commandement Stafsectie 5 pd, 1 vw, 2 aut, 4 fiets, 1 keukenw 26
-- 4 Section de mitrailleuses Secties zw mitrailleurs elk 4 x zw mitr Hotchkiss, 5 pd, 4 mitr wg 120
-- Section d'engines Sectie mortieren 2 x mr 81 mm, 2 pd, 2 mr wg, 2 mun wg, 2 fiets 24
-- Group de canons de 25 AC Groep antitank geschut 2 x 25 mm APX, 3 pd, 2 karren, 1 mun wg 17
- 3 Compagnie d'Infanterie, elk: Infanteriecompagnie   194
-- Section de commandement  Stafsectie  1 mr 60 mm, 5 pd, 1 vw, 2 aut, 4 fiets, 1 keukenw  30 
-- 4 Section de fusiliers, elk:  Infanteriesecties    164
--- staf      (5) 
--- 3 groepen   elk 1 li.mi  (36) 
       
Totaal manschappen      3.034 
Totaal lichte mitrailleurs     112 
Totaal zware mitrailleurs      48 
Totaal mortieren 60 mm     9
Totaal mortieren 81 mm    
Totaal AT geschut 25 mm      12 
Totaal paarden      280 
Totaal fietsen     134 
Totaal vrachtwagens      13 
Totaal motoren      39 
Totaal overig vervoer      180 

 
Een BDP [bij DLM]. Ofwel een Bataillon de Dragon Portés zoals ingedeeld bij een DLM, zoals bijvoorbeeld 4.RDP.

Eenheid Vertaald Bewapening/Uitrusting Sterkte
       
Etat major      
       
Esc d'automitrailleuse de recon Esk tankverkenning   60 
-  AMR33/35 cmdt Commandowagen 1 AMR33/35  
- Gr de rempl Vervangingseenheid 2 AMR33/35  
- 4 Pel. de AMR 33/35 Pelotons paw 30 AMR33/35 of H.35/H.39  
       
Esc motocyclist Esk motorrijders    140 
- Peloton de commandement  Stafpeloton  2 bi-mot, 1 mr 60, 8 vrtg   
- 4 Pel. de motocyclist, ieder: Pelotons motorrijders     
-- 1 commandogroep   1 gw gr, 3 bi-mot   
-- 2 gevechtsgroepen    2 li.mi., 1 gw.gr., 5 bi-mot elk   
       
2 Esc de fusilier voltigeurs, ieder:  Esk lichte infanterie    130
- Peloton de commandement  Stafpeloton  5 vw Laffly S20TL   
- 3 Pel. de combat, elk:  Gevechtspelotons     
-- 1 commandogroep    1 vw Laffly, 1 gw.gr.   
-- 3 gevechtsgroepen    1 vw Laffly, 2 li.mi., 1 gw.gr. elk  
- 1 Gr. de support  Ondersteuningsgroep  1 vw Laffly, 1 mr 60   
- Pel. de mitrailleuses, met:  Mitrailleurpeloton     
-- 1 commandogroep    1 vw Laffly   
-- 2 mitrailleurgroepen    1 vw Laffly, 2 zw.mi. elk  
       
Esc de mitrailleuses et Engins Ondersteunings esk   130
- Groupe de commandement Commandogroep 4 vw  
- 2 Pel. de mitrailleuses, ieder: Mitrailleurpelotons    
-- commandogroep   1 vw  
-- 2 mitrailleurgroepen   2 vw, 2 zw.mi. elk  
- Pel anti-chars, met: Antitank peloton    
-- commandogroep   4 vw, 4 kl vw  
-- 2 antitank groepen   2 vw, 2 AT 25 mm elk  
- Pel de mortiers, met: Mortierpeloton    
-- commandogroep   1 vw  
-- 2 mortiergroepen   2 vw, 2 mr 81 elk  
       
Totaal manschappen     600
Totaal vrachtwagens     82
Totaal motoren     52
Totaal tanks     23
Totaal geweergranaten     36
Totaal lichte mitrailleurs     52
Totaal zware mitrailleurs     16
Totaal mortieren    4 x 81 mm, 3 x 60 mm 
Totaal antitank     


De BCC, ofwel een Bataillon de Chars de Combat. De indeling geldt alleen voor BCC uitgerust met H.35/H.39, R.35 en FCM.36, zoals het aan het 7e Leger toegevoegde GBC.510 dat van R-35 tanks was voorzien.

Eenheid Vertaald Bewapening/uitrusting Sterkte
       
Groupe de Commandement Stafeenheid 1 staftank, 3 verb aut, 7 vw, 4 mot 66
       
Cie d'Echelon Stafeskadron   161
- Section de service Ondersteuningsgroep 2 verb aut, 6 vw, 1 veldkeuken, 1 mot  
- Section d'atelier et reparation Herstelgroep 3 tank FT17 genie, 1 verb aut, 12 vw, 3 tract, 3 mot  
- Section logistique Logistieke groep 1 verb aut, 12 vw, 1 mot  
- Section de remplacement Vervangingsreserve 6 tanks, 2 vw  
       
3 Cie de chars, ieder: Tankeskadrons   131
- Section de commandement Stafsectie 1 tank, 3 verb aut, 1 vw, 3 mot  
- 4 Peloton de chars Tankpelotons elk 3 tanks, 1 vw, 1 mot  
- Peloton de reserve Reservepeloton 4 vw, 4 tract, 1 veldkeuken, 7 mot  
       
Totaal manschappen     620
Totaal pionierstanks   2 x FT 17 ontmijning, 1 x FT 17 recover 3
Totaal gevechtstanks     46
Totaal vrachtwagens     74
Totaal verbindingsautos     16
Totaal tractoren     15
Totaal 4w aangedreven slepers     4
Totaal motoren     51


De CDAC Hippomobile, ofwel de Compagnie Divisionnaire Antichar - Hippomobile. De bereden divisie antitankafdeling, hoewel paarden grotendeels vervangen waren door rupsvoertuigen.

Eenheid Vertaald Bewapening/uitrusting Sterkte
       
Groupe de commandement Stafeenheid   40
- Groupe de transmissions Verbindingseenheid 1 mot, 4 fietsen  
- Groupe de services Ondersteuningsgroep 4 pd, 2 rupstrek., 2 vw, 3 carriers, 2 fietsen  
       
4 Pelotons antichars Pelotons antitank geschut elk 3 st. 25 mm Hotchkiss, 4 pd, 4 rupstrek., 1 fiets 27
       
Totaal manschappen     148
Totaal geschut     12
Totaal paarden     20
Totaal rupsvoertuigen     21 
Totaal vrachtwagens    
Totaal motoren    
Totaal fietsen     10 

 
De CDAC (m), ofwel de Compagnie Divisionnaire Antichar - Motorisée. De gemotoriseerde divisie antitankafdeling.

Eenheid Vertaald Bewapening/uitrusting Sterkte
       
Groupe de commandement Stafeenheid   46
- Groupe de transmissions Verbindingsgroep 3 mot, 2 fietsen  
- Groupe de services Ondersteuningsgroep 1 verb aut, 3 vw, 2 fietsen  
- Groupe de transport de mines AC Antitank mijn groep 10 vw  
       
4 Pelotons antichars Pelotons antitank geschut elk 3 st 25 mm Hotchkiss, 3 carriers, 1 mot 108
       
Totaal manschappen     154
Totaal geschut     12
Totaal rupsvoertuigen     12
Totaal vrachtwagens     14
Totaal motoren     7
Totaal fietsen     4


De RATTT - type DLM, ofwel een Regiment d'Artillerie Tractée Tout Terrain, een regiment getrokken veldartillerie.  

Eenheid Vertaald Bewapening/uitrusting Sterkte
       
Groupe de commandement Commandogroep    
       
2 Groupes de 75, ieder: Afdelingen    
- batterie de commandement et services Stafbatterij    
- 3 batteries d'artillerie Geschutsbatterijen elk 4 x 75 mm Mle 1897, 4 x P107  
       
1 Groupe de 105, met: Afdeling    
- batterie de commandement et services Stafbatterij    
- 3 batteries d'artillerie Geschutsbatterijen elk 4 x1 05 mm hw 105C Mle 1936, 4 x P107  
       
1 Batterie antichar, met: Batterij antitank    
- 2 section de canon antichars Secties antitank elk 4 x. 47 mm APX Mle 1937, 4 x P17  
       
1 Batterie Anti-aerienne Batterij luchtdoelgeschut 6 x 25 mm Mle 1939, 6 x P17  
       
Totaal manschappen     ca 1,500
Totaal 75 mm stukken     24
Totaal 105 mm Hw stukken     12
Totaal 47 mm AT stukken     8
Totaal 25 mm AA stukken     6
Totaal Unic P107 trekkers     36
Totaal Citroen P17 trekkers     14


RALD Hippomobile - ofwel Régiment d'Artillerie Lourde Divisionnaire a 155 mm Hippomobile. Een regiment zware bereden artillerie.

Eenheid Vertaald Bewapening/uitrusting Sterkte
       
Etat-major Staf 6 pd 6
       
Batterie Hors Rang Stafafdeling 1 li.mi.  133 
- 1 piece   10 pd, 4 verk vt, 3 vw, 1 mot, 3 fiets  44 
- 2 piece   6 vw, 2 telef centr, 5 rad.telegr.  53   
- 3 piece   21 pd, 2 vw, 1 aut, 3 karren  40 
       
2 Groupes, ieder: Afdelingen artillerie   434
- Etat major Stafgroep 2 pd 98
-- Equipes teleph. et de signal. Verbindingsgroep 15 pd, 2 verb aut, 2 telef.centr. 24
-- Equipes radiotelegraph. Verbindingsgroep 15 pd, 2 verb aut, 12 fiets, 7 telegr. 31
-- Equipe de reconn et observat. Verkenning en waarneming 16 pd, 3 aut, 1 mot, 3 fiets 27
-- Services généraux Ondersteuningsgroep 8 pd, 3 karren 14
- 3 batteries, elk Batterijen 155 mm C Mle 1917 Schneider 112
-- Section de commandement Stafsectie 9 pd, 1 telef.wg. 18
-- Batterie de tir  Commandogroep 4 pd 4
-- 4 Pieces de 155 mm Stukken elk 1 x 155 mm, 1 voorw, 1 caisson, 18 pd, 17
-- Piece de services Ondersteuningsgroep 1 li.mi., 1 mitr.kar, 27 pd, 3 aut 22
       
2 Colonne de Ravitaillement, elk:  Artillerietrein    191 
- Section de commandement  Commandogroep  5 pd, 1 fiets  6 
- Service de santé Geneesk dienst  1 pd, 1 vw, 1 amb. vw 16 
- Echelon de combat de groupe Trein  1 li.mi., 134 pd, 12 voorw, 12 caissons, 1 mitr kar  97 
- Services généraux  Algemene dienst  34 pd, 2 vw, 3 karren, 1 keukenw  40 
- Train régimentaire  Bevoorr trein  20 pd, 6 vw, 2 verb aut, 1 vleesw, 6 keukenw  32 
       
Totaal manschappen      1.391 
Totaal 155 mm stukken     24
Totaal lichte mitr     9
Totaal vrachtwagen     20
Totaal paarden     954
Totaal karren/caissons     80
Totaal fietsen     19


Het RALD werd ook uitgerust met 1 afdeling 155 mm en 1 afdeling 105 mm Mle 34 Schneider of Mle 35 Bourges. In een dergelijk geval was de uitrusting van een afdeling vrijwel identiek aan die van een afdeling 75 mm bereden.

De RAD Hippomobile, ofwel het Regiment d'Artillerie Divisionaire a 75 mm Hippomobile. Een regiment bereden artillerie.

Eenheid Vertaald Bewapening/uitrusting Sterkte
       
Etat Major Staf  6 pd 6
       
Batterie Hors-Rang Stafafdeling  1 x li.mi.  137 
- 1 Piece   10 pd, 4 verk aut, 3 vw, 1 mot, 5 fiets  44 
- 2 Piece   6 vw, 2 telef centr, 7 radiotelegr centr  53 
- 3 Piece   25 pd, 2 vw, 1 aut, 3 karren, 1 keukenw   40  
       
3 Groupes, ieder: Afdelingen    489 
- Etat major: Staf    96 
-- Service de transmission Verb dienst  30 pd, 4 verb wg, 12 fiets, 2 telef centr, 7 radiotelegr centr  55  
-- Equipe de reconn et d'observ. Verkenning en waarneming  16 pd, 3 verb wg, 1 mot, 3 fiets  27 
-- Services généraux Ondersteuningsgroep  8 pd, 3 karren  14 
- 3 Batteries, elk: Batterijen  75 mm Mle 1897 131 
-- Section de commandement Commandogroep  7 pd, 1 telef wg, 1 fiets  19 
-- Batterie de tir     4 
-- 4 Pieces de 75 mm Batterij  4 x 75 mm, 61 pd, 4 karren, 4 caisson  56 
-- Piece de services Ondersteuningsgroep  1 x li.mi., 24 pd, 2 karren, 2 caisson, 1 paardenw, 1 mitr kar  19 
-- Services Généraux Algemene dienst  29 pd, 4 karren, 1 keukenw  33 
       
3 Colonne de Ravitaillement, elk Artillerietrein    166 
- Section de commandement  Commandogroep  5 pd, 1 fiets  8 
- Service de santé  Geneesk groep  1 pd, 1 vw, 1 amb vw  16 
- Echelon de combat de groupe  Trein  1 li.mi., 113 pd, 9 caissons + voorw, 3 karren, 1 mitr kar  86 
- Service généreaux Algemene dienst  28 pd, 1 vw, 4 karren, 1 smederij, 1 keukenw  33 
- Train régimentaire  Bevoorr trein  20 pd, 2 verb wg, 5 vw, 1 vleesw, 6 karren, 2 fiets  23 
       
Totaal manschappen:      2.098 
Totaal 75 mm stukken      36 
Totaal lichte mitr     13
Totaal vrachtwagens      35 
Totaal paarden      1.830 
Totaal karren/caissons      280 
Totaal fietsen     60