Luftwaffe

Inleiding

De Luftwaffe kreeg een voorname rol bij de aanval op Nederland. In totaal waren circa 4,000 moderne toestellen op enig moment tijdens de strijd toegewezen aan het westfront tijdens Fall Gelb. Hierbij kwamen 480 transportvliegtuigen, waarvan er 420-430 effectief ingezet zouden worden in de eerste inzet. De Luftwaffe had in totaal circa 5,500 toestellen beschikbaar, waaronder uiteraard een contigent oudere types welke op het westfront - met uitzondering van de Hs-123 - niet of nauwelijks zouden worden ingezet, een beperkte actieve vloot in Noorwegen en voor directe beveiliging van de Heimat alsmede een aanzienlijke (onbewapende) trainingsvloot.

Er was bepaald dat de grote Luftflotte 2 [incl. de task force Gruppe Putzier], aangevuld met enkele detacheringen uit andere onderdelen, de eerste drie tot vier dagen volledig zou worden ingezet op het front in Nederland en Belgi , in het bijzonder ter ondersteuning van Legergroep B. Dat betekende dat een vloot van maar liefst bijna 3,500 toestellen [exclusief transporttoestellen, inclusief op 10 mei niet-gerede toestellen] zou worden ingezet tegen de twee inferieure luchtmachten van Belgi en Nederland. Beide landen konden respectievelijk 180 en 135 vliegwaardige vliegtuigen in de lucht brengen, waarbij het totaal aan moderne toestellen niet meer bedroeg dan 150. Een wanstaltige verhouding, die weliswaar door steun van de Franse noordelijke luchtmacht en de BAFF enigszins kon worden gecompenseerd, maar die desalniettemin een voorname factor van betekenis voor de ontwikkelingen op het slagveld kon betekenen. Voor de gebeurtenissen aan het zuidfront van Vesting Holland is het van belang in meer detail naar de inzet van de Luftwaffe te kijken.

De organisatie van de Luftwaffe in vogelvlucht

Het Duitse luchtwapen was het geesteskind van Generalluftz gmeister Ernst Udet en het troetelkind van Reichsmarschall Hermann G ring, die in maart 1935 de opperbevelhebber werd en dit tot zijn abdicatie in april 1945 zou blijven. Udet was een topaas uit de vorige oorlog en G ring zelf was een bescheiden aas uit WOI, toen hij nog als Staffelkapit n bij het beroemde Rode Circus vloog van Baron von Richthofen.

De hoogste man na G ring was de Chef der Generalstabes der Luftwaffe, wat in mei 1940 Generaloberst Hans Jeschonnek was. Zijn direct ondergeschikte, Chef der Luftwaffenf hrungsstabes, was General Otto Hoffmann von Waldau.

Twee personen die niet in de operationele lijn zaten, maar wel bijzonder veel invloed hadden (gehad) op de vorming van de Luftwaffe zoals deze in mei 1940 was, waren de Generalinspekteur der Luftwaffe General Feldmarschall Erhard Milch en de beroemde WOI topaas en Generalluftz gmeister Generaloberst Ernst Udet. Met name Udet had aan de zeer tactische vormgeving van de Luftwaffe zijn aandeel geleverd.

Operationeel had men de Luftwaffe zodanig ingericht dat regionaal luchtvloten, ofwel Luftflotten, waren geformeerd. Dit waren grote verbanden waarin allerlei onderdelen [Fliegerkorps, Fliegerdivision, Jagdkorps, etc] waren ondergebracht. In 1940 waren die Luftflotten bijzonder groot. Een Luftflotte werd in de regel door een Generalleutnant of hoger geleid. De Luftflotte commandant was alleen strategisch en organisatorisch verantwoordelijk. Tactische verantwoordelijkheid lag elders, meestal bij de Geschwaders [Group] maar soms ook bij tactische commando ??s als een Jagdfliegerf hrer of een task-force [zoals de Gruppe Putzier].

De opbouw van de tactische Luftwaffe was vergelijkbaar met de herkenbare indeling van de Britse RAF. Naast tactische verbanden en staven, was het hoogste en grootste tactische onderdeel het Geschwader, waaronder de Gruppe, waaronder weer de Staffel. Op het laagste tactische niveau waren indelingen naar Schwarm, Kette of Rotte aan de orde. Dat zag er als volgt uit.

Eenheid Equivalent RAF Samenstelling Rang commandant
Geschwader [G] Group 3 of 4 Gruppen Major / Oberstleutnant / Oberst
Gruppe [Gr] Wing 3 of 4 Staffeln Hauptmann / Major / Oberstleutnant
Staffel Squadron 9 tot 16 toestellen Oberleutnant / Hauptmann
Schwarm Flight 4 toestellen Leutnant / Oberleutnant
Kette Flight 3 toestellen Oberfeldwebel / Leutnant
Rotte Pair 2 toestellen (Ober)feldwebel / Leutnant


Bij de transport en aanvalseenheden waren de rangen der respectievelijke commandanten vaak hoger dan bij de jachteenheden. Ondanks het feit dat de meeste jachtformaties groter waren qua aantallen vliegtuigen, waren ze qua aantallen vliegers (c.q. vliegend personeel) natuurlijk beduidend kleiner dan de zwaardere eenheden met hun meerpersoons toestellen en werden ze daarom veelal door lagere officieren geleid. Vandaar de in de tabel weergegeven variatie per niveau in de rangen.

De aanduiding van de diverse onderdelen geschiedde naar soort en eenheid. Zo werd een Jagdgeschwader als JG aangeduid, een Kampfgeschwader als KG en een Sturzkampfflugzeugegeschwader als StG. Een Kampfgruppe werd een KGr en een Jagdgruppe een JGr. De aanduiding voor Gruppe werd in de regel onder een Geschwader gedaan. Zo was de eerste Gruppe van Kampfgeschwader 4 aangeduid als I./KG4. Aangezien men onder een Geschwader de Staffeln doortelde, net als de compagnie n onder een bataljon, werd de tweede Staffel van voornoemd Geschwader aangeduid als 2./KG4. Doordat de doortelling bekend was, was bij de notering 2./KG4 direct duidelijk dat het om de eerste Gruppe van het Geschwader ging.

De Geschwaders en Gruppen werden geleid met een staf vanaf een Gefechtsstand [hoofdkwartier] dat meestal op het vliegveld waar de meeste eenheden waren gestationeerd was ingericht. Een Geschwader had een grote staf die echter meestal geheel op de grond bleef. De Gruppe had een Stabsschwarm. Dat was een extra vlucht [van meestal drie of vier toestellen] met vaak identieke toestellen, die door vliegers van de Gruppestab gevlogen werden. Zij zorgden voor de tactische gevechtsleiding in de lucht. Bij de Stabsschwarm van Kampfgruppen waren regelmatig ook fotoverkenners ingedeeld of waarnemingstoestellen. Niet zelden vloog in de Stabsschwarm ook de Kommandeur zelf mee. Naast de gevechtseenheden onder een Geschwader of Gruppe, waren vaak ook eenheden ingedeeld die aan operationele training deden. Deze eenheden, die in een latere fase van de oorlog in complete Gruppen werden ondergebracht, heetten Erg nzungseinheiten. Dat kon een Schwarm zijn, een Staffel of zelfs een complete Gruppe. Een groter verband dat speciaal was samengesteld, toestellen testte of opleidde heette een Lehrgeschwader [LG]. LG.1 was zo'n Geschwader en was operationeel actief tijdens de Westfeldzug. De IVe Gruppe van die eenheid was met haar Stuka's ook boven Nederland actief.

Het aantal toestellen per eenheid verschilde tussen de diverse takken. De grootste eenheden waren de transporteenheden [in mei 1940]. Zij waren ondergebracht in KGzbV of KGrzbV, ofwel Kampfgeschwader of Kampfgruppe zum besonderen Verwendung. De Geschwaders van deze eenheden bestonden uit een staftoestel, vier Gruppen met ieder vier Staffels van twaalf toestellen elk en vijf staftoestellen per Gruppe. Dat maakte een totaal van maar liefst 213 toestellen.

De Jagdgruppe bestond ook uit veel toestellen. Meestal bestond die uit 40-50 jagers, verdeeld over drie soms vier Staffels. De Geschwaders bestonden echter in de regel uit drie Gruppen, waardoor de Geschwader grootte beperkt bleef tot circa 125-150 toestellen.

De Kampfgruppen ?? waarin de bommenwerpers waren ondergebracht ?? bestonden uit nog iets kleinere verbanden. Deze hadden meestal drie Gruppen met elk circa 30-35 toestellen. Het totaal van een Geschwader lag daarom tussen de 90-100 bommenwerpers. Bij de tactische aanvalsvliegtuigen lag de Gruppe grootte in 1940 nog hoog. De Ju-87 werd ingedeeld in Gruppen met 39 toestellen. Drie Gruppen vormde het Geschwader en dus was de grootte rond de 120-125 toestellen.

Verkenners [Aufkl rungsgruppen] waren zeer variabel ingedeeld. Een deel [N haufkl rung / Heeresaufkl rung of nabijverkenning] - de lichtere toestellen - was direct bij de landmachtkorpsen ingedeeld in een Staffel van organiek 9 toestellen. De strategische verkenners [Fernaufkl rung] waren Gruppe gewijs ingedeeld, hoewel de Staffeln meestal ieder afzonderlijk onder een tactisch commando vielen. Deze eenheden waren 4 tot 12 toestellen groot.

Operationeel was de Luftwaffe een zelfstandig wapen met een zelfstandig commando en een hoge mate van autonomie in de besluitvorming ten aanzien van inzet. Wel werd zij bij grote offensieven operationeel ingedeeld en aan een Leger of Legergroep toegewezen. Anderzijds was de Luftwaffe samenstelling in 1939-1940 zodanig dat gesproken kan worden van een overwegend tactische luchtmacht, zodat evident een directe operationele koppeling tussen land- en luchtmacht aan de orde was. Vrijwel het gehele bestand aan vliegend materieel was immers ingericht op grondsteun, luchtoverwicht en tactische verkenning. Een strategische component ?? normaliter vormgegeven door een lange afstand middelbare of zware bommenwerpervloot en lange afstand jagers ?? ontbrak vrijwel geheel. Waar die er wel was, was deze vooral voor maritieme doeleinden ingericht. Wel hadden de Duitsers een vrij aanzienlijke strategische verkenningsvloot.

Deze tactische luchtmacht diende dus ingespeeld te zijn op goede samenwerking met de grondtroepen. Daar was dan ook sprake van. Er was sprake van detachering en uitwisseling van verbindingsofficieren tussen luchtmacht en landmacht. Grondtroepen in het hogere echelon beschikten over lange golfzenders voor radiocontact over lange afstand (hoewel deze tijdens de Westfeldzug op grote schaal zou falen). Ook werd gebruik gemaakt van korte golfzenders voor direct contact [dat lang niet bij alle toestellen mogelijk was] en grond-luchtsignalering, maar de successen van die verbindingen waren op n hand te tellen. Daarnaast was bij de grondtroepen veel aandacht besteed aan het herkenbaar maken van de eigen perimeter voor de vliegers in de lucht. Zodoende werden voertuigen en bezet terrein vaak voorzien van goede herkenningstekens ter waarneming door de Luftwaffe. Dat was essentieel voor de nabije grondsteun [Close Air Support].

De Luftflotten aan de vooravond van Fall Gelb

Aan de vooravond van de invasie bestond de Luftwaffe uit vijf Luftflotten en diverse taakgerichte eenheden. Om een duidelijk inzicht te geven worden deze eenheden beknopt besproken.

In Berlijn zat de Oberbefehlshaber der Luftwaffe [ObdL] met zijn staf. Naast een aanzienlijke strategische verkenningsverband [circa 30 strategische verkenningstoestellen] had men de beschikking over een kleine meteorologische eenheid alsmede ?? onder de wat wijdse benaming van 9. Fliegerdivision ?? in Jever 40 He-111 bommenwerpers en zo ??n 25 maritieme toestellen.

De Luftflotte 1 in Berlijn ?? onder General Wimmer ?? was op 9 mei 1940 vrijwel volledig ontdaan van al haar operationele eenheden. Met uitzondering van II/JG3 met 40 Bf.109E jagers en een handvol staftoestellen was deze formatie leeg. De jachtgroep was slechts bedoeld voor de directe verdediging van Berlijn.

Luftflotte 2 in M nster ?? onder General Kesselring ?? beschikte over een verreweg het grootste potentieel, relatief en absoluut gezien. Op de thuisbasis beschikte Kesselring over 36 strategische verkenners alsmede 10 meteorologische vliegtuigen. Het Fliegerkorps zum besonderen Verwendung 2 in Bremen ?? onder Generalmajor Putzier en daarom beter bekend geworden als de Gruppe Putzier ?? beschikte over twee Geschwaders middelzware bommenwerpers. Het IV.Fliegerkorps bij D sseldorf ?? onder General Keller ?? beschikte over twee bommenwerper Geschwaders en een Lehrgeschwader bestaande uit drie bommenwerper groepen elk. Daarnaast een Staffel met twaalf verkenners. Het VIII.Fliegerkorps in Grevenbroich ?? onder Generalmajor Von Richthofen ?? had de beschikking over een Geschwader bommenwerpers, twee Geschwaders aanvalsvliegtuigen, een Geschwader jachttoestellen en een Staffel verkenners. De Jagdfliegerf hrer 2 in Dordmund ?? onder Oberst Von D ring ?? had een Geschwader jachtkruisers en twee grote Geschwaders jachttoestellen. Tezamen waren dit bij benadering 1,924 toestellen. Daar kwamen nog eens circa 430 vrachttoestellen bij die in een luchtlanding taskforcestaf [staf KGzbV1 en staf KGzbV2] onder de Gruppe Putzier waren gebracht. Tezamen dus ruim 2,350 toestellen.

Luftflotte 3 in Bad Orb ?? onder General Sperrle ?? had een strategische verkenningsgroep met dertig toestellen, waaronder enkele meteorologische vliegtuigen. Het I.Fliegerkorps in K ln ?? onder General Grauert ?? had de beschikking over twee Geschwader middelzware bommenwerpers, een Gruppe aanvalsvliegtuigen, een Geschwader jachtkruisers en een Geschwader jachttoestellen. Tenslotte een Staffel strategische verkenners. Het II.Fliegerkorps in Frankfurt en Main ?? onder Generalleutnant Loerzer ?? had drie Geschwaders middelzware bommenwerpers en een twee Gruppen aanvalsvliegtuigen, alsmede de onvermijdelijke Staffel verkenners. Het V.Fliegerkorps in Gersthofen ?? onder Generalleutnant Von Greim ?? had tot zijn beschikking twee Geschwaders middelzware bommenwerpers, een Geschwader jagers, twee Gruppen jachtkruisers en een Staffel strategische verkenners. Jagdfliegerf hrer 3 in Wiesbaden ?? onder Oberst Von Massow ?? had tenslotte twee Geschwaders jachttoestellen en twee Gruppen jachtkruisers. Luftflotte 3 beschikte hiermee over ca. 1,700 toestellen.

Luftflotte 4 in Wenen ?? onder General L hr ?? was op drie staftoestellen na volkomen leeg.

Luftflotte 5 in Noorwegen [Oslo] ?? onder General Stumpff ?? was ten bate van Luftflotte 2 en 3 veel van haar kracht kwijtgeraakt. Wat er nog resteerde was ondergebracht onder de Fliegerf hrer Stavanger [circa 75 toestellen waarvan de helft verkenner en de andere helft jager/jachtkruiser], Fliegerf hrer Trondheim [een Geschwader bommenwerpers, een Gruppe aanvalsvliegtuigen en een Staffel jagers alsmede twee staffels maritieme toestellen] en X.Fliegerkorps in Oslo [twee Gruppen transporttoestellen, Gruppe bommenwerpers, een Gruppe jagers en een Staffel jachtkruisers]. Bij elkaar bestond de Luftflotte 5 uit ongeveer 500 toestellen.

Tenslotte resteerde nog operationeel de eenheden onder de General der Luftwaffe beim ObdM [Oberbefehlshaber bei dem Kriegsmarine] Generalmajor Ritter. Deze had een westgroep in Jever ?? onder Generalmajor Bruch ?? met zo ??n 60 hoofdzakelijk maritieme toestellen en een oostgroep in Kiel ?? onder Oberstleutnant Edert ?? met 90 vooral maritiem aangewende toestellen in Denemarken. Een totaal dus van 150 toestellen.

Samengevat geeft dit het volgende beeld van de Luftwaffe haar operationele capaciteit in het noorden en westen aan de vooravond van Fall Gelb:

Commando Regio Aantal toestellen
ObdL Noord 102
Luftflotte 1 Berlijn 62
Luftflotte 2 West, sector Legergroep B 1.924
Luftflotte 2 [Ju-52] West, voornamelijk NL 430
Luftflotte 3 West, sector Legergroep A 1,811
Luftflotte 4 Oostenrijk 3
Luftflotte 5 Noorwegen 464
Gen beim ObdM Noorwegen en maritiem 193
Totaal 4,989


Over het algemeen waren eenheden toegewezen aan bepaalde taken of bepaalde tactische commando's. Tijdens de meidagen zou enorm worden geschoven met eenheden tussen de diverse commando's, al vanf de eerste dag. Ook zouden nog diverse versterkingen aan gehavende eenheden worden toegevoegd. Al voor Fall Gelb was bijvoorbeeld de opleiding voor Ju-52 piloten geplunderd om de beide grote Geschwaders vol te krijgen. Nog tjdens de meidagen zouden de laatste trainingstoestellen met piloten van de scholen worden weggehaald. Ook zijn er sterke aanwijzingen dat transporttoestellen van elders naar de beide Geschwaders zijn gehaald tijdens de strijd. Er zijn bovendien foto's bekend van de meidagen waarin wrakken van Ju-52/1M zijn te zien. Deze toestellen waren niet bij eerstelijns eenheden in gebruik.

In bovenstaande staat zijn niet opgenomen de legerluchtmacht toestellen die werden ingezet in de N haufklarung en die tactisch waren toegewezen aan landmachteenheden. Die toestellen worden in het volgende hoofdstuk wel benoemd en meegeteld.

De inzet van middelen boven Nederland

Het is onmogelijk een volkomen en compleet beeld te schetsen van de Luftwaffe inzet boven Nederland in de periode 10-15 mei 1940. Dat komt niet alleen door het verloren gaan van veel Duitse brongegevens, maar eveneens door bijzonder veel ad hoc maatregelen die de Duitsers al spoedig namen om de aanzienlijke verliezen op diverse fronten te compenseren. Die ad hoc maatregelen werden lang niet altijd bewaard voor de naoorlogse onderzoeker. En puur afleiden van alternatieve bronnen zoals verlieslijsten is gevaarlijk. Uit de registratie van neergeschoten toestellen ?? die op papier niet ingezet zijn in een zeker gebied ?? kan men immers niet automatisch afleiden of een toestel als vervanging is aangetrokken en ingezet of dat het gehele verband waartoe het behoorde als totaal werd ingezet.

Het laatste decennium is echter door specifiek Luftwaffe ge nteresseerden veel onderzoek gedaan naar de Gliederung van de Luftwaffe aan de vooravond van Fall Gelb. Daarbij is men zodanig deskundig en precies te werk gegaan dat zelfs redelijk betrouwbare gegevens beschikbaar zijn over inzetbaarheid. Boven Nederland en Belgi werd de Luftflotte 2 ingezet alsmede de strategische verkenners van de Oberbefehlshaber der Luftwaffe. Daarom is de samenstelling van deze beide onderdelen gedetailleerd weergegeven.

De bronnen die gebruikt zijn om te komen tot onderstaande lijst zijn de verslagen van Oberstleutnant Morzik [commandant KGzbV1 in mei 1940], de onderzoekingen van de auteurs van Illusies en Incidenten [67], de lijst ??Flugz gunf lle und Verluste bei der Verb nden 10.5.1940 ?? 15.5.1940 ??, de onderzoekingen van Dr. Weiss en de gegevens uit het Milit rarchiv in Freiburg.

Onderdeel Basis Commandant Aantal Type
ObdL Berlijn Genfm H. G ring
1.(F)/ObdL Fritzlar Onbekend 16 Diversen
2.(F)/ObdL Berlin Staaken Onbekend 12 Do-215B
1 Do-17R
1.(F)/124 Berlin-Tempelhof Hptm Wolff 5 Do-215B
WeKuSta 1./ObdL Berlin Gatow Oblt Jonas 8 Diversen
9.Fl.Div. Jever Genmj C ler
KGr.126 Marx Hptm Stein 1 He-111B
36 He-111H
3./KuFlGr.506 Norderney Hptm Bergemann 1 He-111B
5 He-115B
11 He-115C
3./KuFlGr.906 Norderney Hptm Kl mper 6 He-111B
Luftflotte 2 M nster Gen A. Kesselring
2.(F)/122 M nster-Loddenheide Oblt Schwartz 12 He-111H/Ju-88A
3.(F)/122 M nster-Loddenhiede Maj Keienburg 12 He-111H/Ju-88A
4.(F)/122 Goslar Hptm Pannwitz 12 He-111H/Ju-88A
WeKuSta.26 M nster-Loddenheide Hptm v.Rotberg 10 He-111H/Do-17Z
Fl.KzbV2 Bremen Genmaj Putzier
St/KG4 Fassberg Ob Fiebig 8 He-111P
I./KG4 G tersloh Oblt Rath 36 He-111H
II./KG4 Fassberg Maj v.Massenbach 36 He-111P
III./KG4 Delmenhorst Hptm Bloedron 23 He-111P
37 Ju-88A
St/KG54 Quakenbr ck Ob Lackner 7 He-111P
I./KG54 Quakenbr ck Oblt H hne 36 He-111P
II./KG54 Varrelbusch Oblt K ster 29 He-111P
III./KG54 Vechta Maj H ring 35 He-111P
A.St.zbV Bremen Oblt Sewing 5 Do-17M
2 He-111H
VII.Fl.D K ln Genlt K. Student
K.F hrungskette K ln-Ostheim Onbekend 6 Do-17M
Aufkl.St (F)/II FlakK. K ln-Ostheim Oblt Langhutn 4 Do-17M
4 Hs-126B
Stab KGzbV1 Dortmund Ob F. Morzik 3 - 5 Ju-52/3M
I./KGzbV1 Werl Maj K. Witt 53 Ju-52/3M
II.KGzbV1 Dortmund Maj D. Drewes 53 Ju-52/3M
III.KGzbV1 G tersloh Hptm M. Zeidler 53 Ju-52/3M
IV/KGzbV1 M nster-Loddenheide Maj T. Beckman 53 Ju-52/3M
Stab KGzbV2 Lippspringe Ob G. Conrad 3-5 Ju-52/3M
I/KGzbV172 Paderborn Hptm R. Krause 51 Ju-52/3M
KGrzbV9 Lippspringe Maj J. Janzen 53 Ju-52/3M
KGrzbV11 Lippstadt Hptm H. Hornbach 53 Ju-52/3M
KGrzbV12 St rmede Oblt G. Wilke 53 Ju-52/3M
KGrzbV108 Bad Zwischenahn Hptm H. Schwilden 12 He-59D
IV.Fl.K D sseldorf Gen Keller
St./LG1 D sseldorf Ob B lowius 6 He-111H/Ju-88A
I./LG1 D sseldorf Hptm Kern 30 He-111H
II./LG1 D sseldorf Maj Dobratz 26 He-111H
32 Ju-88A
III./LG1 D sseldorf Maj Bormann 12 He-111H
37 Ju-88A
St./KG30 Oldenburg Oblt L bel 3 He-111H/Ju-88A
I./KG30 Oldenburg Maj Doench 34 Ju-88A
II./KG30 Oldenburg Hptm Hinkelbein 38 Ju-88A
III./KG30 Marx Maj Cr ger 30 Ju-88A
St./KG27 Hann.-Langenhagen Oblt Behrendt 6 He-111P/D
I./KG27 Hann.-Langenhagen Oblt v Falkenstein 36 He-111P
II./KG27 Delmenhorst Maj Tamm 35 He-111P
III./KG27 Wunstorf Hptm Schirmer 38 He-111P
1.(F)/121 M nster-Handorf Hptm Fischer 12 He-111H/Ju-88A
VIII.Fl.K Grevenbroich Genmaj v. Richthoven
St./KG77 D sseldorf Genmaj Stutterheim 8 Do-17Z
I./KG77 Werl Onbekend 35 Do-17Z
II./KG77 D sseldorf Maj Behrendt 36 Do-17Z
III./KG77 D sseldorf Maj Kless 34 Do-17Z
St./StG.2 K ln-Ostheim Maj Dinort 3 Ju-87B
Stabstaffel StG2 K ln-Ostheim Oblt Metz 6 Do-17M
I./StG2 K ln-Ostheim Hptm Hitschhold 40 Ju-87B
III./StG2 N rvenich Maj v Sch nborn 38 Ju-87B
I./StG76 K ln-Ostheim Hptm Siegel 39 Ju-87B
St./StG77 K ln-Butzweilerhof Ob Schwartzkoff 4 Ju-87B
I./StG77 K ln-Butzweilerhof Hptm v. Dalwick 39 Ju-87B
II./StG77 K ln-Butzweilerhof Hptm Plewig 39 Ju-87B
IV./LG1 Duisburg Hptm K sl 39 Ju-87B
II./LG2 Laufenberg b. Neuss Hptm Weiss 49 Hs-123
Stabsstaffel K ln-Butzweilerhof Oblt Braunaus 6 Do-17M
St./JG27 M nchen-Gladbach Oblt Ibel 4 Bf-109E
I./JG27 M nchen-Gladbach Hptm Riegel 39 Bf-109E
I.JG1 Gymnich Hptm Schlichting 46 Bf-109E
I./JG21 M nchen-Gladbach Hptm Ultsch 46 Bf-109E
2.(F)/123 M nchen-Gladbach Hptm Hurlin 12 Do17P
Jagdfl.fr Deutsche Bucht Jever Oblt Schumacher
St./JG1 Jever Oblt Schumacher 4 Bf-109E
II./TrG186 Wangerooge Hptm Seeliger 48 Bf-109D/E
1 en 2./LG2 Wyck auf F hr Hptm Tr benbach 32 Bf-109E
3./LG2 Esjberg Hptm Graner 16 Bf-109E
II/JG2 Nordholz Hptm Schellmann 47 Bf-109E
IV.(N)/JG2 Hopsten Maj Blumensaat 31 Bf-109D
36 Ar 68
Jagdfl.fr 2 Dortmund Ob v D ring
St./ZG26 Dortmund Oblt Huth 3 Bf-110C/D
I/ZG26 Niedermendig Hptm Mackrocki 34 Bf-110C/D
III./ZG26 Krefeld Hptm Schalk 37 Bf-110C/D
I./ZG1 Kirchhellen Hptm Falck 35 Bf-110C/D
II./ZG1 Gelsenkirchen Maj Reichart 36 Bf-110C/D
St./JG26 Dortmund Maj Witt 4 Bf-109E
II./JG26 Dortmund Hptm Kn ppel 47 Bf-109E
III./JG26 Essen-M hlheim Maj v Berg 42 Bf-109E
III./JG3 Hopsten Hptm Kienitz 37 Bf-109E
St./JG51 B nninghardt Ob Osterkamp 4 Bf-109E
I./JG26 B nninghardt Maj Handrick 44 Bf-109E
I./JG20 B nninghardt Hptm Trautlof 48 Bf-109E
I./JG51 Krefeld Hptm Brustellin 47 Bf-109E
II.JG27 B nninghardt Hptm Anders 44 Bf-109E
Totaal 2,354


Het Fliegerkorps zum besonderen Verwendung Putzier was samengesteld uit het Aufkl.St.zbV, Jagdfliegerf hrer.2, JG.51, ZG.26, KG.4, KG.54.,en StG77 (tijdelijk). Dit was een tijdelijk en informeel verband dat zuiver operationeeltechnisch werd geformeerd.

Bovenstaande samenstelling van de Luftflotte 2 is gebaseerd op alle toestellen die men beschikbaar had. Er mag vanuit worden gegaan gezien statistische gegevens dat op 10 mei 1940 minimaal 10% van de toestellen niet vlieggereed was wegens onderhoud of schade. Veel van die toestellen werden evenwel spoedig gerepareerd. Daarom is uitgegaan van de totalen aan beschikbare toestellen. Bovendien is een eenheid niet meegenomen in de telling, en dat is 17./KGrzbV5. Deze speciale eenheid had (circa) 34 Ju-52 en 43 DFS-230 gliders. Het zou worden ingezet tegen de bruggen over het Albertkanaal en het fort Eben Ema l, de operatie die door de zogenaamde Kampfgruppe Koch [vh commandant van I/FJR1] werd geleid. Officieel viel de eenheid onder geen enkel van de Luftwaffe commando's. Het is echter zeker [zo blijkt uit verliezen] dat de na de operatie enkele of alle overlevende Ju-52's boven Nederland werden ingezet.

Naast bovenstaande toestellen die onder Luftwaffe commando stonden, waren er vele N haufklarung eenheden die onder rechtstreeks tactisch bevel van landmachteenheden vielen. Zo was vrijwel ieder Armeekorps voorzien van tenminste n Staffel N haufklarer. Aangezien dit een aanzienlijk aantal is wordt voor de detachering bij de Legergroep B de gehele (bekende) lijst met onderdelen hieronder opgesomd. De met (H) toegevoegde onderdelen waren rechtstreeks onder landmachtbevel gesteld, terwijl de met (F) aangegeven eenheden waren gedetacheerd.

Onderdeel Basis Aantal Type toestel
Gdl beim ObdH Heeresgruppe B
KoLuft Stab/AufklGr13
4.(F)/14 D sseldorf 9 Do-17P/M
6.Armee
Kurierstaffel 5 Oberbruch-Sud 1 Ju-52
1 Do-17M
2 Fi-156
2 W-36
XI- XVI- XXVII. AK
2.(F)/11 Ordorf 9 Do-17P/M
4.(H)/12 Saarbr cken 9 Hs-126
4.(H)/22 Holzweiler 9 Hs-126
1.(H)/23 Aachen 9 Hs-126
IV.AK
4.(H)/13 P tz 9 Hs-126
1.(H)/41 H ckelhoven 9 Hs-126
IX.AK
2.(H)/41 H ckelhoven 9 Hs-126
18.Armee
Kurierstaffel 8 Koblenz 1 Ju-52
2 Fi-156C
2 W-36
1 Do-17M
KoLuft 18 Stab AufklGr.10
7.(F)/LG2 D sseldorf 18 Do-17P/M
1.(H)/10* Coesfeld 9 Hs-126B
X.AK
4.(H)/23 Offenburg 9 Hs-126B
9.PD en 1.Kav.Div.
3.(H)/12* Emmerich 12 Hs-126B
3.(H)/14* Engelswalde 9 Hs-126B1
XXVI- XXXIX.AK
2.(H)/10 Ordorf 9 Hs-126B
4.(H)/21 Pirmasens 12 Hs-126B
Eisenbahnbatterie 674
3.(F)/10 Oberbr ch 3 do-17P/M
Totaal 165

* Onzeker

Dat al deze 165 toestellen zijn ingezet is hoogst onwaarschijnlijk. Voor veel onderdelen is alleen de organieke sterkte gegeven, omdat andere gevens simpelweg ontbreken. Daarbij zijn enkele eenheden die vallen onder het 6e Leger evident snel van Nederlands grondgebied verdwenen. Van de Eisenbahnbatterie 674 - bestaande uit 2 stukken van 24 cm spoorbaangeschut - is niet zeker of het feitelijk wel is ingezet. Volgens Duitse gegevens stond deze batterij op 10 mei gevechtsgereed net over de grens met Duitsland om ondersteuning te kunnen geven bij inname van Westervoort. Aangezien de eenheid niet in actie lijkt te zijn geweest is de kans redelijk groot dat ook de verkenners niet zijn ingeschakeld.

Verhoudingen Luftwaffe / Geallieerden

Hou lagen nu de kwalitatieve en kwantitatieve verhoudingen tussen enerzijds de Luftwaffe en anderzijds de opponenten?

De Luftwaffe had circa 5,500 toestellen beschikbaar, waarvan rond de 4,000 zouden worden ingezet in het westen. Van die 4,000 was een contingent van ongeveer 500 toestellen niet startgereed, en bovendien bestond een contingent van circa 500 toestellen uit louter transportvliegtuigen. Circa 3,000 gevechtvliegtuigen waren gereed voor de strijd op 10 mei. Zij bestonden vrijwel uitsluitend uit moderne en zeer moderne garnituur vliegtuigen, die bovendien bij uitstek geschikt waren voor de voornamelijk tactische taken die de Luftwaffe kreeg.

De Geallieerden hadden in eerste instantie een potentieel van ruim 2,100 toestellen daar tegenover te stellen. De Fransen 1,350 toestellen [waarvan 850 in de noordelijke luchtmacht] en de Britten 450 toestellen. Dat wil zeggen, zowel de Fransen als de Britten hadden een aanzienlijke strategische reserve. De Britten zelfs een zeer grote, waarvan circa 800-850 vanuit Engeland zouden opereren op het continent en in de regio van de Noordzee en Franse kust. Alle drie de grote partijen zouden tijdens de strijd [mei-juni 1940] nog aanzienlijk bijproduceren. Onder de 2,100 toestellen waren 300 toestellen van de Lage Landen meegerekend.

De Geallieerde vloot was echter in de breedte kwalitatief beduidend slechter dan de Duitse. Slechts een voorhoede van ongeveer 750 toestellen was modern, de rest was al verouderd, sommige eenheden zelfs zeer verouderd. Bovendien zouden de Britten een voornaam deel van de RAF achter de hand houden of slechts sporadisch vanaf het thuisland inzetten. Vooral het moderne deel van de Britse luchtmacht werd gereserveerd voor de luchtverdediging van het moederland zelf. Een wijs besluit - zo bleek a posteriori - dat enkele maanden na Fall Gelb zou betekenen dat de RAF de Luftwaffe een flink pak op de broek zou kunnen geven. Het betekent echter wel dat het gehele potentieel van de RAF redelijkerwijs niet mag worden geteld bij het totaal potentieel van de Geallieerden ten aanzien van de strijd op het continent.

De Luftwaffe had vooral een sterke en moderne vloot jachtvliegtuigen. Die werd - qua werkelijke jachtfunctie - louter door de Bf-109 jagers gevormd. Deze waren qua snelheid superieur aan alle tegenstanders die zij zouden treffen. Daarentegen bleek dat zelfs beduidend minder moderne Geallieerde jagers grote successen konden boeken tegen deze moderne Duitse jagers in de luchtgevechten. Dat kwam overigens vooral doordat de Duitse vliegers - onterecht vaak geroemd als zeer goed - zich lieten verleiden de Bf-109 oneigenlijk in te zetten. Het toestel was ontworpen om vanaf middelgrote tot grote hoogte, gebruik makend van duiksnelheid, onderscheppingen te plegen middels een hit en run principe. Het airframe was ongeschikt voor het kringgevecht. Toch lieten Duitse piloten zich keer op keer verleiden tot kringgevechten.

Er zijn veel spookverhalen over de befaamde Bf-109. Zo zou het superieur zijn geweest in de kringgevechten, zwaar bewapend zijn geweest, en veel schade hebben kunnen verdragen. Dat is allemaal onzuiver, soms apert onwaar. De Bf-109E - die de meest moderne versie was die in mei/juni 1940 opereerde - was een jager die een superieur klimsnelheid en topsnelheid bezat, maar in het trage luchtgevecht [kringgevecht] bleken de Hurricane, Dewoitine, Morane en zelfs de Fokker D-XXI beslist niet de mindere. De Bf-109 was uitstekend geschikt voor het op de prooi storten van grote hoogte, maar was bij een luchtgevecht op gelijke hoogte alles behalve superieur, mede door een (te) grote radius bij vlakke bochten en (te) beperkte klimsnelheid bij lagere snelheden.

Bovendien was de bewapening van de meeste Bf-109's bepaald niet overdadig. Er vlogen uitvoeringen met slechts twee machinegeweren, maar de meeste hadden vier 7.9 mm machinegeweren. Slechts enkele uitvoeringen vlogen met een in de propellernaaf ingebouwd 20 mm kanon, want die constructie had zoveel technische problemen gegeven dat bij veel toestellen dit kanon of niet werkte of was verwijderd. De eerder genoemde tegenstanders waren m.u.v. de Fokker D-XXI [vier machinegeweren van 7.9 mm] beter bewapend.

Ook de reputatie van het kunnen verdragen van veel schade was overdreven. Er zijn relatief veel Bf-109's neergeschoten door tegenstanders of luchtafweer die nauwelijks geraakt waren. Uiteraard waren er toestellen - van alle soorten en types - die met onwerkelijk veel schade terugvlogen naar hun basis. Maar de schade die bijvoorbeeld de Fokkers van de ML konden verdragen - zolang niets essentieels was geraakt - was ook buitengewoon.

Een toestel dat zeer tegenviel was de tweemotorige jachtkruiser Bf-110. Dat toestel was bedoeld voor langdurige kruispatrouilles en agressor tegen de vijandelijke tactische luchtmachten. Hoewel zwaar bewapend, bleek het toestel tegen enkelmotorige jagers vaak zeer inferieur. Vergeleken met de Nederlandse equivalent G-1 was het toestel in het luchtgevecht niet beter. Het zou na de Battle of Britain dan ook vooral als nachtjager worden ingezet.

Ook de in de geschiedenisboeken veel geroemde Duitse bommenwerpervloot werd overschat. Geen enkele Duitse bommenwerper was kwalitatief superieur. Ze bezaten stuk voor stuk matige tot slechte zelfverdedigingsmiddelen, ze waren beladen niet bijzonder snel en bleken bovendien kwetsbaar voor schade aan motoren. De Do-17 en He-111 waren zelfs zeer kwestbare toestellen. Maar ook de door de Duitsers vlak voor de oorlog geintroduceerde Ju-88 bleek een kwetsbaar toestel dat bovendien vliegtechnisch veel te wensen overliet.

Anderzijds waren alle Duitse toestellen in staat een relatief zware lading bommen mee te voeren. Daarin was de Geallieerde vloot beduidend slechter af. De meest voorname Britse bommenwerpers in de eerste lijn waren de Fairey Battle en Blenheim. Beiden werden door de Britten eufemistisch tot 'middelzware' bommenwerper betiteld, maar 400-600 kg bommen was het maximum dat ze konden vervoeren. Zeer inefficient. Bovendien waren deze toestellen buitengewoon kwetsbaar en volmaakt kansloos tegen jagers. Niet zelden zouden complete eskaders in mei en juni 1940 uit de lucht worden geschoten.

De Duitse Ju-87, de (vooral propagandistische) schrik van de Luftwaffe in de eerste twee jaar van de oorlog, was een toestel dat onge scorteerd een prooi was voor iedere jager. Het was een excellent toestel als het in staat werd gesteld gronddoelen aan te vallen, maar een zeer prettige prooi voor jagers. Ook dit toestel zou tijdens de Battle of Britain een offensieve test krijgen die het niet zou doorstaan. Daarna zou het nog slechts als tactische grondsteun dienen, een rol waarvoor het toestel uitgelezen geschikt was.

Naast het kwantitatieve en kwalitatieve verschil was er ook nog de mate van toegerustheid voor de strijd. Een relatief groot deel van de Geallieerde vloot bestond uit verkenners, al dan niet licht bewapend met bommen of boordwapens. Aan Duitse zijde waren (relatief) veel minder verkenners ingedeeld, maar bestond de kern van de luchtmacht uit tactische bommenwerpers en moderne jachttoestellen. In mei en juni 1940 was de getalsverhouding niet in Duits voordeel, wel de kwaliteit en mate van toegerustheid voor de strijd van haar luchtwapen.