Kritische beschouwingen

Inleiding

Er wordt in de content door auteur regelmatig kritisch beschouwd hoe zich bepaalde zaken ontwikkelden, hoe sleutelfiguren functioneerden en hoe bepaalde (bekende) auteurs of historici in het verleden zaken voorgesteld hebben in publicaties en boeken. Daarbij wordt stevige kritiek soms niet gemeden.

Hoewel er de afgelopen jaren vele reacties zijn gekomen die een dergelijke kritische opstelling waarderen of zelfs met superlatieven omkleden, is er ook kritiek op gekomen. Er is zelfs eens aangetekend, in een tamelijk opgewonden bericht, dat de feitelijke content wordt gedomineerd door de tussendoor geponeerde mening van de auteur. Dat is weliswaar slechts één maal zo opgemerkt, maar desondanks het vermelden waard. Het is inmiddels enkele keren voorgekomen dat men stelt dat er teveel kritiek is op met name andere auteurs en historici, wat wel als 'betweterigheid' en 'kift' wordt geafficheerd, en eveneens dat er te vaak sprake is van 'wijsheid achteraf'. Dat zijn argumenten die een bespiegeling verdienen.

Kritiek op 'andere auteurs en historici'

Het is een gegeven dat de content met enige regelmaat kritiek bevat op de door andere auteurs en/of historici eerder gepubliceerde reconstructie van de strijd op het Zuidfront. Dat is een bewuste keuze. Ze heeft echter in het geheel niets met kift te maken, maar met de sterk gevoelde noodzaak om hardnekkige misverstanden in bestaande literatuur te corrigeren. Het is immers een gegeven dat bekende literatuur, zoals het stafwerk (Groene Serie), het boek 'Mei 1940 - de strijd op Nederlands grondgebied' en de bestsellers van Eppo Brongers, relatief brede bekendheid geniet en - in veel gevallen - als literatuur met autoriteit wordt ervaren. Lezers zijn dan ook geneigd de inhoud van die literatuur zeer serieus te nemen, voor 'waarheidsgetrouw' te nemen. De lezer die zich dan vervoegt op deze website, zou zonder aantekening van de conflicterende inhoud van voornoemde literatuur, de gedachte kunnen ontwikkelen dat auteur dezes dwalende is door af te wijken van 'geijkte' literatuur. Om het verschil van inzicht ten opzichte van die reeds bestaande literatuur te duiden, wordt in sommige passages van de content uitgebreid stil gestaan bij de verschillen van inzicht. De lezer zal nergens in de content ervaren dat er simpelweg veroordelend wordt geredeneerd, maar overal een duidelijke, meestal met talloze bronnen onderbouwde, bespiegeling wordt gegeven.

Het doel van het 'meten aan andere publicisten' is geenszins om hen af te vallen, hoewel in enkele gevallen wel kanttekeningen worden geplaatst bij pretenties van bepaalde auteurs of hun (gebrek aan) onderzoek. Het gebrek aan werkelijke kwaliteit van tot op heden in druk verschenen (historisch) werk is echter de belangrijkste motivatie van auteur dezes geweest om in 2005 zelf een grondig onderzoek te gaan verrichten naar de gebeurtenissen op het Zuidfront van Vesting Holland. Toen eerder de interesse voor dit deel van het front in Nederland was gewekt, werd door het lezen van bijvoorbeeld de eerder genoemde werken, al snel geconstateerd dat bepaalde omschreven zaken onlogisch leken of althans incompleet of zonder de juiste context omschreven. Toen dat bij steeds meer facetten van de strijd werd gevoeld, en na enig specifiek diepte onderzoek ook werd gestaafd, ontstond de motivatie om de gebeurtenissen vanaf de basis opnieuw te onderzoeken. Tijdens die onderzoeken zijn uiteindelijk meerdere nieuwe bronnen ontsloten, met name van Duitse kant, die geijkte percepties hebben doen kantelen. In andere literatuur tot op heden als aanname opgebouwde reconstructies, konden zodoende worden gecorrigeerd of aangevuld. Daarnaast zijn bestaande bronnen opnieuw vergeleken, waarbij vermoedelijk een intensiever bronnenonderzoek heeft plaatsgevonden dan ooit te voren, met meer bronnen voorhanden dan de defensieonderzoekers of Brongers ooit voorhanden hadden. Dat leverde erg veel nieuwe inzichten op. Echter in enkele gevallen ook het inzicht dat onderzoeken van bepaalde facetten van de strijd voordien niet erg grondig of ronduit tendentieus waren verricht. Het zijn met name die constateringen die in de content nog wel eens met pittige kritiek worden gepresenteerd.

Doel van het kritisch beschouwen en vergelijken van eerdere publicaties van derden is dat de lezer zich kan overtuigen van de juiste versie. Daarom worden de kritieken uitgebreid onderbouwd. Lezers kunnen zich dan zelf vergewissen van wie zij de argumentatie het meest overtuigend vinden. De 'juiste' versie is dan ook geen predikaat dat persé door auteur dezes wordt gemonopoliseerd. Daarvoor is inmiddels al te vaak gebleken dat ook auteur dezes zijn meningen of oordelen heeft moeten bijstellen. Mede daarom zij het nogmaals herhaald dat het bekritiseren van andere auteurs en/of historici in de context van het (wetenschappelijke) debat zou moeten worden gezien; niet in de vorm van naijver of kift.

'De generaal spelen na de oorlog'

De metafoor 'de generaal spelen na de oorlog' heeft auteur dezes altijd aangesproken. Een beeldspraak die heel toepasselijk kan zijn voor het analyseren van 'de krijg' achteraf. Een historicus kan zich makkelijk roemen dat hij altijd het gelijk achteraf kan halen. De beeldspraak wordt echter te vaak en te gemakkelijk tegen historici gebruikt. Zoals generaal Winkelman bijkans iedere kritische vraag van de Parlementaire Enquete Commissie beantwoordde met de platitude dat het 'wijsheid achteraf' betrof. Dat is de dood in de pot van ieder onderzoek naar afgeronde processen of gebeurtenissen!

Natuurlijk is er bij de analyse van gebeurtenissen in sommige gevallen sprake van wijsheid achteraf. De historicus hoeft niet te gissen naar de vijandelijke (tegen)maatregelen of zijn troepenconcentraties, hoeft zich niet te verlaten in giswerk als het aankomt op aanvals- of verdedigingsplannen. Het is daarom onwerkelijk om, anders dan in een zogenaamde 'lessons learnt' beschouwing, zaken zeer kritisch te analyseren als duidelijk is dat contemporaine beslissers bepaalde cruciale informatie niet hadden of die niet bij benadering hadden kunnen kennen c.q. erop hadden kunnen anticiperen. In de content worden daarom dergelijke beschouwingen tegen het licht gehouden van de contemporaine omstandigheden, waarbij uitgangspunt is om (bij benadering) te redeneren vanuit wat men had kunnen weten en hoe men redelijkerwijs had moeten handelen.

Er wordt in de content vooral zout gelegd op slakken die zien op handelingen, die ook met de maatstaven van toen, curieus waren. Twee praktische voorbeelden ter illustratie. Het gegeven dat de Lichte Divisie, na slechts het verlies van een dozijn manschappen, de actie bij Alblasserdam op 11 mei afblies onder het mom van 'onmogelijk onder deze omstandigheden over te steken', versus het daaropvolgende veelvoudig ambitieuzere plan om via het Eiland van Dordrecht en de Hoekse Waarde naar Waalhaven door te stoten, was ook in de context van die dagen een onbegrijpelijke overweging. De commandant van een zo sterke eenheid, die na enige lichte tegenslag een oversteek van de Noord afblies, maar aanvaarde als alternatief een operatie met de helft van zijn strijdmacht uit te moeten voeren, waarbij ze niet alleen een sector 'van vijand schoon moest vegen' maar tevens één onverdedigde en vervolgens één verdedigde waterweg moest oversteken om vervolgens nog eens op Waalhaven en Rotterdam Zuid aan te vallen, faalde opzichtig. Ook naar de maatstaven van die dagen. De absurditeit van dergelijke besluiten, met op de achtergrond de compleet falende leiding vanuit het commando Vesting-Holland, is een zaak die uitgebreide kritiek mag oogsten. Ook na de oorlog. Een andere zaak is de strategie van Winkelman tijdens de gevechtsdagen. Zijn gehele strategie ten aanzien van Brabant en de coordinatie met de Fransen, faalde hopeloos. Hij en zijn landmachtstaf functioneerden bijzonder ondermaats ten aanzien van de ondersteuning van de Peeldivisie in haar coördinatie met de Fransen, terwijl tegelijkertijd Winkelman zijn complete Vesting Holland strategie baseerde op de enkele Franse belofte Moerdijk te (helpen) hernemen. Dat terwijl een werkelijke strateeg al spoedig had kunnen inzien dat het hernemen van Moerdijk al op de tweede oorlogsdag niet meer in Frans belang zou zijn. Als voor de oorlog al bekend is dat de Fransen zich niet boven de Maas willen wagen, geen brood zien in het zich verbinden met het Nederlandse veldleger, waarom zou het dan wel logisch zijn van hen te verwachten dat ze zich zouden inspannen die Maasverbinding (Hollands Diep) open te houden ten koste van doden en risico's voor hun eigen veiligheid? Het is, dergelijk zwak strategisch optreden van Winkelman (dat niet beperkt bleef tot deze kwestie) wegende, niet een kwestie van de generaal na de oorlog spelen door dat kritisch te beschouwen, maar de acterend opperbevelhebber in zijn handelen van toen in de omstandigheden van toen kritisch volgen. Dat gebeurt met de kennis die hij redelijkerwijs kon dragen. Winkelman zelf riep voor de PEC stelselmatig dat dit wijsheid achteraf was, maar een opperbevelhebber die talloze waarschuwingen over een oprukkende Duitse tankdivisie in Brabant beslist wegwuift, maar ongesubstantieerde berichten over een Franse tankdivisie in opmars naar Moerdijk wel gelooft, maakt zich kwetsbaar voor felle kritiek achteraf. Want dergelijk, naar opportunisme neigend handelen, kan men niet anders dan uiterst kritisch beschouwen. De signalen voor de evidente Duitse strategie, met drie ingenomen bruggenparen tussen Moerdijk en Rotterdam én berichten over sterke Duitse eenheden die oprukken door Brabant, vergden geen strategisch genie om de doelstelling van de aanvallers na korte tijd redelijk scherp op het netvlies te hebben. Dat is dan geen wijsheid achteraf, maar kennelijk ontbeerde wijsheid tijdens de strijd. En daar mag de historicus zijn oordeel over vellen.

In de beschouwingen in de content waar (be- of ver)oordelend wordt geanalyseerd, zal de lezer de context terugvinden van wat redelijkerwijs aan kennis en kunde voorhanden had moeten zijn. Zo wordt bijvoorbeeld ten aanzien van de handel en wandel van de C-VH, lt-gen J. van Andel, gekeken naar diens uiterst gemankeerde perceptie bij de staat en status van het slagveld, zelfs nog op de derde oorlogsdag. Er was voor zijn uiterst zwakke kennis van de status op het slagveld, met name ten aanzien van de belangrijkste Duitse posities, geen enkele goede verklaring te geven anders dan zijn eigen falen. Hij had als enige van de Nederlandse hoogste veldcommandanten vrijwel constant werkende verbindingen met zijn ondercommandanten en had veel meer informatie voorhanden kunnen hebben dan hij feitelijk uitdroeg. Zijn belabberde informatiedistributie aan ondercommandanten was geen kwestie van eigentijds gebrek aan beschikbaarheid van de juiste informatie, maar een gevolg van uiterst zwak beleid en persoonlijk falen. Dat mag gezegd worden, zonder dat gratuit te afficheren als 'wijsheid achteraf'. Het zou echter onzinnig zijn om deze bevelhebber na te dragen dat hij de min of meer exacte sterktes van de opponent aan het Zuidfront had moeten weten of had moeten kunnen inschatten dat er langs de Noord slechts een paar honderd Duitse verdedigers lagen. Dergelijke zaken zullen hem dan ook niet voor de voeten worden geworpen, omdat dit werkelijk wijsheden achteraf zijn.     

Er wordt in de content heel duidelijk onderscheid gemaakt tussen de kritische beschouwingen, die werkelijk zien op eigentijds falen, en die welke de zaken met de kennis achteraf analyseren. Dat voor sommige mensen vrijwel alles, zoals Winkelman het pareerde, als redeneren met de wijsheid achteraf is te afficheren, zij dan maar zo. Het is een insteek die niet snel zal leiden tot te trekken lessen of een eerlijke historische beschouwing. In elk geval is er bij de vorming van deze website niet voor gekozen om slechts droge gebeurtenissen en feitjes op te sommen en, net zoals het stafwerk, kool en geit te sparen.

Slotwoord 

Het wordt zonder meer aanvaard dat bepaalde lezers zich a priori aan de stijl van auteur dezes (zouden kunnen) ergeren. Er is ontegenzeglijk sprake van een toegepaste stijl die zeer uitgesproken is en daarom aanleiding kan geven tot afwijkende denkbeelden of zelfs irritatie bij de lezer. Er is voor gekozen een zo objectief mogelijke weergave van de gebeurtenissen en onderzoeksresultaten te geven, om niet in klassieke vijandbeelden te schrijven, subjectieve betitelingen als 'held' en 'lafaard' niet toe te passen en overige vooringenomenheid te minimaliseren. Inherent aan die keuze wordt er dus droog ge-, be- en veroordeeld in de content. Daardoor kan ergernis ontstaan, het gevoel van 'wijsneuzerij' opwellen of zelfs worden gedacht dat auteur dezes meent het in die dagen allemaal veel beter te zullen hebben gedaan. Daarvan is geen sprake. Het geheel wordt aangeboden als een beschouwing van de gebeurtenissen, met door bronnen onderbouwde redenaties, waarbij de insteek niet is om aan te geven dat de auteur het zelf allemaal zo heldhaftig en vernuftig zou hebben gedaan, maar waarbij getracht wordt de geinteresseerde lezer zo professioneel en kundig mogelijk te informeren. Dat de auteur daarin zelf ook falen kan, zij gezegd. Hij is daar te allen tijde op aan te spreken.