Waalhaven - bevlogen verhalen

Inleiding

Het in juni 2014 bij Lanasta verschenen "Waalhaven - bevlogen verhalen" is een (254 pp bevattend) boek dat is geschreven rond vele door wijlen Karel Mallan (1927-2008) verzamelde gegevens en verhalen van betrokkenen van het 3e JaVA, dat in mei 1940 op het Rotterdamse vliegpark Waalhaven was gestationeerd. Luchtvaarthistoricus Frits Gerdessen (*1936) voorzag het boek van een 'kop en staart' en voegde enige informatie toe. De kern van het boek is echter de verzameling verhalen van betrokkenen bij het enige G-1 squadron dat zo goed als intact zijn eerste sorties vloog op die infame 10e mei 1940.

Het algemeen beschrijvende deel

Frits Gerdessen verzorgde een aanloop voor de kern van het boek en deed dit door een aantal inleidende hoofdstukken te schrijven over Waalhaven, de militaire luchtvaart in de periode 1939-1940 en de 3e JaVA (1e Luchtvaarregiment). Daarin worden de historische mijlpalen en gegevens aan de lezer aangeboden die een algemeen begrip voor vliegkamp en JaVA verzorgen.

Het eerste inleidende hoofdstuk betreft het ontstaan en welvaren van het vliegeveld Waalhaven, het ontstaan van de militaire functie en uiteindelijk het vliegkamp. Daarbij heeft Gerdessen informatie gepubliceerd over de Koolhoven fabriek en de vliegtuigen die deze in allerhande fasen van constructie had staan. Niet minder dan 94 stuks voor de ML, 22 voor buitenlandse opdrachtgevers waaronder zes die niet leverbaar waren (voor Spanje). Een interessante opsomming voor ge nteresseerde lezers.

De tumultueze laatste jaren voor de oorlog in de militaire luchtvaart worden door Gerdessen kort en bondig samengevat. Het geeft een gecomprimeerd beeld van de voorhanden mensen en middelen en de dislocatie van de onderdelen.

Het hoofdstuk over organisatie en gevechtshandelingen geeft in eerste instantie informatie over het 3e JaVA en de neutraliteitsperiode, waarin deze eenheid bekendheid kreeg door enkele daadwerkelijke gevechtscontacten met Duitse indringers van ons luchtruim, maar bovenal het neerschieten van de Britse Whitley bommenwerper onder Rotterdam, eind maart 1940.

In dit laatste introductiehoofdstuk tevens een samenvatting van de oorlogsdagen rond het 3e JaVA, waarbij uiteraard de 10e mei vrijwel als enige aan de orde komt. Dit gedeelte vinden wij minder geslaagd, omdat het enige storende feitelijke fouten bevat en er weinig doorgerechercheerd lijkt op de kwestie. Er wordt veel oude wijn in nieuwe zak geboden en dat wordt betreurd. Alle aanleiding om bepaalde zaken in een juiste(re) chronologie te plaatsen en diverse claims van neergeschoten vliegtuigen te preciseren met locaties of afwijzing van de claim. Dat is echt een gemiste kans, te meer daar het hoofddeel bestaat uit authentieke reconstructies van betrokkenen, waar in de voetnoten door Gerdessen juist weer te weinig wordt toegevoegd in de vorm van correctie of toelichting.

Wat een storende fout is, mogelijk puur een drukfout, is dat op pg 34 gesuggereerd wordt dat al om 03:35 uur de eerste bommen vielen. Dat zou dan 20 minuten voor aanvang van de overval op het land (03:55 uur Nederlandse tijd) zijn geweest. Het was voorts rond die tijd nog erg donker. Het is uit te sluiten dat al zo vroeg de eerste bommen vielen. Het is wel aannemerlijk dat enkele minuten voor 03:55 uur de aanval werd ingezet. De Duitse formatie vloog een afwachtingspatroon voor de kust om vlak voor het aanvalstijdstip landwaarts te vliegen en zo Waalhaven uit het westen te verrassen. Men heeft zich daarbij geen 20 minuten vergist. Er werd naar overtuiging van auteur dezes niet voor 03:50 uur op Waalhaven aangevlogen. Een en ander blijkt ook omstandig uit andere zaken, zoals het feit dat na opstijgen van de eerste G-1, de volgende G-1's al spoedig Ju-52's aantroffen. Deze verschenen echter in geen geval voor 04:30-04:45 uur in de bevlogen sector. Het gaat dus in dit boek op pg. 34 om een fout, die echter storend is omdat de suggestie wordt gewekt dat Waalhaven ruim voor het offici le invasietijdstip werd aangevallen. Dat was dus niet het geval. Tevens wordt voordien gesteld dat het 3e JaVA opdracht had vanaf 02:15 uur startgereed te zijn. Dit gold naar onze overtuiging slechts de alarmvlucht en zeker niet de tien gevechtsgerede G-1's.

Een grote omissie vinden wij een chronologie bepaling. Die had zeer veel extra inzicht geboden. Duidelijk is namelijk dat tussen de start van de eerste G-1 (no 312, Noomen / De Vries) en de daarop volgende gestarte G-1 een flinke tijd heeft gezeten, vermoedelijk wel meer dan een kwartier. Van de alarmvlucht is slechts n G-1 opgestegen en deze schoot direct Oberst Fiebig en een tweede He-111 neer. Nadien onderging het gehele JaVA eerst de eerste bommenregen van tenminste een volledige Staffel, wellicht zelfs twee, voordat de starts van de volgende G-1's kwamen. Toen was het vermoedelijk al na 04:15 uur. Tussen 04:15 uur en 04:30 uur zijn pas de overige G-1's opgestegen. Zij profiteerden dus van het feit dat de Duitse bommenwerpers het vliegveld niet mochten aanvallen, maar slechts de verdediging en de gebouwen. Zou de eerste aanval net zoals bij Bergen en Schiphol louter zijn bedoeld geweest ter uitschakeling van de luchtmachteenheid, dan waren vermoedelijk veel meer G-1's op de grond uitgeschakeld geweest. Voordeel t.o.v. Bergen was echter dat de G-1's rond de buitenzijde van het veld waren opgesteld en dus uitstekend verspreid.

Bij de start en vlucht van Sonderman/Holwerda (pg.34/35) stelt Gerdessen dat deze bij de start al een Ju-52 beschoot. Dit kan niet waar zijn, tenzij deze derde G-1 pas rond 04:45 uur de lucht in ging en dat was niet het geval. Het was echter pas rond die tijd dat de eerste vloot Ju-52 arriveerde met III./FJR.1 aan boord. Een vloot die door diverse G-1 vliegers in latere fase van hun eerste sortie werd gezien. Sonderman heeft vermoedelijk op een ander type vliegtuig geschoten en dit als Ju-52 betiteld of zaken door elkaar gehaald. Gerdessen had dit kunnen weten of tenminste moeten aantekenen als ongeloofwaardig. De 311 van Sonderman zou later wel een Ju-52 aanvallen van III./KGzbV.1, die op weg was naar Waalhaven. Dat was pas in het latere deel van zijn sortie.

De vliegers en grondpersoneel

De pg. 49 t/m 237 zien op de persoonlijke verklaringen en verhalen van grondpersoneel, luchtschutters, (oud)vliegers van de 3e JaVA en een enkele andere betrokkene. Deze informatie is authentiek en kwam voort uit persoonlijke gesprekken tussen Karel Mallan en deze personen. In een enkel geval is een andere bron opgevoerd.

Dit geheel geeft een bloemlezing van de gebeurtenissen rond dit G-1 squadron op Waalhaven, waarbij opvallend is dat zo nu en dan een ad hominem niet wordt geschuwd. Vooral de tot Nederlander geneutraliseerde Duitser Otto Thate - 2e luitenant vlieger - moet het zeer ontgelden. Als persoon wordt hij als bars, autoritair en ronduit onsympathiek getypeerd (haast zonder uitzondering), als vlieger als lomp en brokkenpiloot. Thate zou overigens in Duitse dienst treden. Ook over andere personen wordt het een en ander gezegd en als rode draad loopt door het verhaal dat de scheiding der klassen in de krijgsmacht pregnant aanwezig was, zelfs in de militaire luchtvaart, waar men mogelijk als officieren en onderofficieren toch zeer nauw samenwerkte en waar menig onderofficier-vlieger bepaald geen laaggeschoolde was. Zo waren veel KLM vliegers of instructeurs onderofficier-vliegers terwijl minder opgeleide lieden als reserve officier vlieger waren aangesteld.

De persoonlijke vertellingen bevatten uit de aard der zaak persoonlijke opvattingen, observaties en besmettingen met vooroordelen en kennis achteraf. Dat maakt ze voor vele des te leeswaardiger, omdat het echt en herkenbaar overkomt. Naar onze mening is echter wel zaak met voetnoten feitelijke onjuistheden te duiden of te corrigeren. Dat is te weinig gebeurd. Men liet het zeepkistje wel erg aan de verteller, zonder de lezer corrigerend te informeren.

Zeer interessant is ook de uitgebreide (en vrijwel complete) inventarisatie van het personeel van de 3e JaVA. Dit is een zeer veel gewild gegeven in naslagwerken en dat geldt niet minder voor dit boek. De vliegers zijn wel bekend onder ge nteresseerden, maar het grondpersoneel vond men tot op heden zelden benoemd. In dit boek is dat beslist anders. Dat is een deugd, zo vinden wij. In de andere bijlagen worden enige vliegincidenten (ongevallen) en een berging behandeld. Dat is voor terzake ge nteresserde lezers vermoedelijk ook boeiend om te vernemen.

Conclusie

Karel Mallan was een plaastelijk historicus die rond 'zijn' Rotterdam bijzonder veel betekende als het de geschiedenis van mei 1940 betreft. Zijn werk is zeer verdienstelijk geweest en is door menig gearriveerd historicus gebruikt. Slechts weinigen gaven Mallan zijn krediet. Zoals dit voor veel meer plaatselijke historici gold, onder wie Jan van de Vorm voor 'zijn' Dordrecht. Toen Mallan in 2008 na een gezegend leven verscheide van deze wereld, liet hij nog een schat aan informatie na. Een deel daarvan vond in dit boek zijn plaats. Het is zijn verdienste dat het voor het nageslacht bewaard bleef. Het boek is daardoor een naslagwerk geworden van verzamelde verhalen over die paar uur strijd dat het 3e JaVA zijn woordje meesprak.

De algemene introductie van het boek is op zich verdienstelijk, maar had wat ons betreft gestructureerder en meer informatief gekund, net als de voetnoeten bij de verhalen en reconstructies. Er is geen sprake van dat deze kritiek aanleiding zou moeten zijn om het boek niet aan te bevelen als naslagwerk. Het is voor iedere ge nteresseerde in de luchtstrijd van onze kleine ML in mei 1940 een boek dat op de plank moet staan. Er zijn teveel interessante details, die men elders niet vindt, zeker niet in deze samenstelling.

Uitgever

Het boek is verkrijgbaar bij de, voor krijgshistorisch ge nteresseerden beslist bekende, uitgever Lanasta. Het gaat onder het ISBN no 978-90-8616-134-8. Het boek kostte in augustus 2014 Euro 27,95.

A. Goossens
Stichting Kennispunt Mei 1940