Christian Bösinger

Foto van het graf / Grave photo / Grabfoto - Vergroot afbeelding / Enlarged photo / Foto Vergrössern
Jäger
1./Fjr.Ers.Btl.
Christian
Voornaam:
Bösinger
Achternaam:
18 januari 1919 [18.01.1919]
Geboortedatum:
Onb. / Unkn. / Unbek.
Geboorteplaats:
11 mei 1940
Overlijdensdatum:
Werkendam, Biesbosch
Locatie sneuvelen:
IJsselsteijn
Begraafplaats:
AZ-026
Grafnummer:
-
Functie:

Notities

  • De 7e Fliegerdivision had op 10 mei 1940 nog geen volwaardig Ersatzbatallion (Depot- en vervangingsbataljon). Voor de operatie in Nederland was echter uit de opleidingschool een compagnie samengesteld, die geleid werd door instructeur Oberleutnant Moll. Deze compagnie werd in de ochtend van 11 mei 1940 deels afgezet boven de Tongplaat (het zuiden van het Eiland van Dordrecht) en vrijwel zeker werd later op de dag nog een peloton afgezet, onder de Zuidendijk. Het deel dat bij de Tongplaat werd afgezet leed zware verliezen, omdat het midden tussen de secties van 1-I-28.RI landde. De later gelandde Zug kwam terecht tussen allerlei verspreide Nederlandse verbanden en leed daarom ook aanzienlijke verliezen. Diverse militairen uit de Ersatz waren al toebedeeld aan een eenheid. Zo waren er een vijftal al op 3./FJR.1 geadministreerd. In totaal kwamen er twaalf man van de circa 90 ingezette manschappen om het leven.
  • Vijf man gesneuvelden - allen Jäger - waren aan 3./FJR.1 (administratief) toebedeeld. Alle vijf kwamen zij om het leven op 11 mei, waarvan één bij Werkendam na een noodlanding van zijn vliegtuig op 11 mei in de Biesbosch. Vooral dit laatste geval is inmiddels bewezen dat het om Ersatz parachutisten gaat. Jäger Bösinger sneuvelde in de Biesbosch nadat zijn Ju-52 daar in de ochtend van 11 mei neergestort was en zijn groep zich trachtte te verbergen voor patrouillerende Nederlanders. Allen werden echter gevangen genomen en afgevoerd naar Gorinchem, maar Bösinger was voordien door Nederlandse kogels gedood. Zijn naam prijkt echter niet op de lijst van slachtoffers van 1./Ers.Btl [483] in tegenstelling tot de andere vier onjuist op 3./FJR.1 geregistreerden. Op basis van een WASt uitvraag blijkt Bösinger echter op 11 mei 1940 op 1./Ers.Btl. geregistreerd te zijn geweest. 
  • The 7th Flieger Division [7th airborne Division] did not have a full replacement battalion in place on 10 May 1940, as was usually the case for regular German divisions. Therefore a specifically formed replacement company had been formed around senior instructor Oberleutnant Moll, dedicated to the operation in Holland. About half the Company was dropped in the morning of the 11th in the southeast corner of the Island of Dordrecht, where it landed right between three platoons of Dutch infantry causing the airbornes severe losses. Another platoon was probably dropped in the afternoon, closer to the south of Dordrecht, but landed too in the midst of the Dutch positions along the southern part of the Dordrecht defences. They too suffered considerable losses. Eventually twelve out of the about 90 airbornes landed perished, another bit was wounded and/or captured. Some of the Ersazt airbornes had already been designated to the 3rd Company, of which five were killed.
  • Five killed airbornes - all in the recruit and most junior (non)rank of Jäger - were registered on 3./FJR.1. All five were killed on 11 May, four of them south of Dordrecht and the fifth one at Werkendam. Since 3./FJR.1 had been totally mopped-up on the 10th, it is almost certain that these five were in fact Ersatz men. Jäger Bösinger was killed in the riverdelta area called Biesbosch (east of Moerdijk) after his Ju-52 crashed there in the morning of 11 May. His entire group was caught by Dutch infantry patrols, but Bösinger was killed in the process. Bösinger is however not listed on the casualty list of 1./Ers.Btl, which makes it uncertain whether he truly belonged to this outfit. A WASt inquiry however proved Bösinger to be a member of 1./Ers.Btl. on 11 May 1940
  • Die 7. Fliegerdivision hatte am 10. Mai 1940 noch kein vollwertiges Ersatzbatallion. Für den Einsatz in den Niederlanden war jedoch eine Kompanie aus der Ausbildungsschule zusammengestellt, die von der Lehrer Oberleutnant Moll geführt wurde. Diese Kompanie wurde am Morgen des 11. Mai 1940 teilweise über den Tongplaat (im Süden der Insel von
    Dordrecht) abgesetzt und fast sicher später am Tag ein Zug dieser Kompanie südlich der Zuidendijk. Die Teilen der Kompanie die über den Tongplaat abgesetzt wurden erlitten erhebliche Verluste, da sie Mitte zwischen den Züge des holländische I-1-28.RI landete. Der später gelandete Zug endete zwischen versprengten niederländische Einheiten und erlitt auch erhebliche Verluste. Mehrere Soldaten aus der Ersatz waren zu einer Einheit zugeordnet. Es gab bereits fünf 3./FJR.1 verwalteten. Insgesamt 12 der etwa 90 eingesetzten Manschaften wurden getötet.
  • Fünf Tote - alle Jäger - waren 3./FJR.1 zugeordnet. Alle fünf kamen sie ums Leben am 11. Mai, einer [Jäger Bösinger] kurz nach einer Notlandung mit seinem Flugzeug in die Nähe von Werkendam. Dieser letzte Fall ist ein weiteres starkes Indiz dafür, dass die fünf Fallschirmjäger eigentlich Ersatz-Truppen sind, weil 3./FJR.1 am 10. Mai schon völlig von der niederländischen Truppen aufgerieben war. Bösinger ist jedoch nicht zurück zu finden zwischen die Verlusten des 1./ErsBtl. FJR. Ein WASt Anfrage aber bestätigte Bösinger sei Angehörigen des 1./Ers.Btl. am 11. Mai 1940.

Beeldmateriaal

  • Geen.